IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

Pathetic beings.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Hircine


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Forever not your concern
Remission: Chosen

BerichtOnderwerp: Pathetic beings. vr mei 15, 2015 9:16 am

Als er een gevoel was dat het grote beest niet kon uitstaan, dan was het verveling. De grote, witte wolf lag uitgestrekt op een rots, zijn staart langzaam heen en weer bewegend als een kat. Zijn gele ogen gingen over het gebied waar hij over heerste. Toen hij hier voor het eerst was gekomen was hij bang geweest. Overal waar hij kwam straalde de omgeving onveiligheid uit, angst. De wolf had toen jaren, zo leek het tenminste, rond gedwaald, zonder echt een ziel te vinden. En nu, nu hij over deze grijze, klagelijke wereld heerste leek het alsof hij iedere ziel kon horen, kon voelen, hun klaagzang aanhorend. Door de tijd heen was de wolf er aan gewend geraakt maar de overvolle drukte begon hem steeds meer op de poten te zitten. En terwijl hij al die zielen kon horen, hij ontmoette ze nooit. En Mider was gewoon te lui om naar ze toe te gaan. Daarnaast, het enige wat hij dan kon doen was een spel met ze spelen, ze om de tuin leiden, hun hoop zien opkomen als hij hen vertelde dat ze naar een beter plek gingen om vervolgens hen uit te lachen als de hoop in hun ogen doofden omdat hij loog. Hoe vaak had hij dat wel niet gedaan? Te vaak. Het vermaakte hem niet meer. De andere goden lieten zich ook niet meer horen. Niet dat Mider zich in hun leven interesseerde. Ze hadden hun eigen territorium, hun eigen doen en denken. Nooit was hij de andere gebieden binnen gegaan. Hel klonk niet aanlokkelijk en het gebied waar het hert over heerste klonk evenmin aanlokkelijk. Wat nu wel aanlokkelijk klonk was het gebied beneden hem. De levende wereld. Eerder zou de grote, witte wolf zich niet interesseren in wat de dieren beneden hem deden. Ja, hij kon ze opzoeken, hij kon met ze praten, maar daar bleef het bij. Geen doden, geen spelletjes, niets. En hij wilde alleen maar in contact komen met de dieren. Van mensen walgde hij. Ze maakten het leven alleen maar erger. Begrepen maar niet dat zij het probleem waren. Als Mider het mocht en kon had hij allang ieders mens zijn kop afgebeten. Met een zucht legde hij zijn kop op zijn poten. Misschien was een bezoekje aan de wereld niet zo heel erg. In een grijzige wolk verdween het dier en bleef er een lege plek achter op de rots, Purgatorio kon wel even zonder god.

Even dacht de wolf dat hij zich had vergist. Dat hij in plaats van de mensenwereld in het bos dat bestond in Purgatorio was beland. Maar toen zijn gele ogen wendde aan de duisternis zag hij dat het bos een andere vorm had dan in zijn wereld. Het was mistig, schemerig en er waren nauwelijks bladeren op de takken. Mider snoof de muffige geuren op en ergens was hij blij dat hij deze geuren rook. Het was iets anders dan het saaie gebied. Zijn poten zette zich voort, hij bevond zich op een open pad en hij viel op. Een grote, witte wolf in een donkere omgeving was niet iets wat je natuurlijk kon noemen. Maar hij was een god, was dat überhaupt natuurlijk? Schichtig keek hij in een richting toen hij stemmen hoorde. Mensen stemmen. De wolf ontblootte zijn tanden, sloop naderbij en zag hoe een groepje van vijf mensen om een vuur stonden. Oh, hoe graag hij wilde toeslaan en hun kop eraf wilde bijten. Nogmaals gegrom, zacht genoeg zodat het niet opviel. Zijn ogen stonden naar achteren. Waarom was hij altijd op de verkeerde plekken machteloos?

[Eerste post voor Destrius]
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. vr mei 22, 2015 12:43 pm

Na een lange gaap klapte zijn kaken op elkaar. Zijn ogen waterden en zijn hoofd werd zwaar. Het was iets nieuws voor hem; verveling. Normaal spookten de gedachten door zijn kop heen. Iets waardoor hij nooit rust had, maar ook geen moment dat zijn gedachten stil leken te staan. Vandaag leek hij echter rustiger in zijn hoofd, relaxed. Ongelooflijk, hij had zelfs een goede nachtrust gehad zonder dat hij meerdere keren in de nacht wakker schrok. Het was heerlijk om zich qua geestelijke toestand weer eens te voelen als zichzelf, wanneer hij nog in leven was. Maar misschien paste zijn onrustige ik beter in dit landschap, wanneer je erbij was met je hoofd, als een normaal persoon,dan was deze wereld de saaiste van de 5 om doorheen te wandelen. De lucht was gekleurd in verschillende tinten grijs, rustig door elkaar kolkend, en in de verste verten was geen ziel te bekennen. Misschien was het een goed idee om er vandaag weer eens op uit te gaan en een bezoek te brengen aan de wereld die onder hen lag. De laatste keer dat hij daar een hoef op de grond gezet had moest zowat een half jaar geleden zijn. Hoe zou de situatie daar verder zijn gevorderd, zou de wereld verder in verval geraakt zijn, lagen er nog meer ontbindende lijken en moordden de mensen elkaar weer uit alsof ze duizenden jaren terug in de tijd gesprongen waren? Dit soort vragen wekten toch wel zijn nieuwsgierigheid.

De plaats om zich heen te transporteren had toch wel een instinctieve reden; het bos voelde prettig aan, het was beschut en bood hem in zijn opvallende gedaante veiligheid. Om te garanderen dat hij niet meteen achtervolgd en aan flarden geschoten zou worden seconden nadat hij opgemerkt zou worden door mensen, veranderde hij zijn uiterlijk. Hij was een shapeshifter en kon daardoor van soort veranderen, maar de kleur van zijn vacht veranderen ging een stuk sneller, onopvallender en makkelijker. Het kostte hem minder energie en zelfs tijdens de transformatie kon hij zich nog concentreren op de omgeving en geluiden om hem heen. Zijn donkergrijze vacht werd geleidelijk vervangen door een normale bruine vacht en zijn pikzwarte gewei kreeg zijn natuurlijke beige en bruine kleuren. Het enige waaraan je hem nog zou herkennen waren zijn gele aftekeningen rond zijn ogen, maar dat zou niemand opvallen, tenzij je zeer dicht bij hem stond. Natuurlijk konden mensen hem nog aanzien voor een geweldig maal, maar als ze hem zouden achtervolgen, dan zou hij tijdens zijn vlucht achter de bomen verdwijnen en intussen transformeren in een merel of iets anders kleins, ze zouden hem nooit terug vinden. Geen mens zou kunnen roddelen over een geheimzinnig groot zwart hert die door de bossen waadde. Niemand ging kletsen over een gemiste jacht op een hert. Daar was niets opvallends aan.

Het hert vervolgde zijn pas, draafde op een rustig tempo over de bosgrond die bedekt was met gevallen bladeren en half vergaan mos, en concentreerde zich op de dingen om hem heen. Er waren zielen in de buurt, hij kon het voelen. Ze waren zo dichtbij dat hij ze bijna kon ruiken. Hij had geluk vandaag, zoveel overlevenden te vinden en dat in dit bos. Wanneer hij een witte verschijning in zijn ooghoek zag, stopte hij bijna meteen. Was dat...? Zijn blik ging nu naar een punt niet ver van het spierwitte dier vandaan. Misschien was dat het wat hij rook, er was een vuur aangestoken, de bekende sterke geur drong zijn neusgaten binnen. Op zijn hoede kwam hij dichterbij een zag dat hij zijn vermoedens kon bevestigen; het was zonder twijfel een van de andere goden van de afterlife werelden. Mider, de wit gekleurde wolf met intens gele ogen. Die was niet zo moeilijk te onderscheiden van de normale Europese wolven die hier rond zouden moeten lopen. De wolf had zijn tanden ontbloot en zijn oren naar achteren. Destrius kon al zien waarom dat was, niet ver van ze verwijderd zaten daar een vijftal mensen rond een vuur. Ze waren hier niet voor een schoolkamp, enkelen van hen waren zichtbaar bewapend met zowel klein als groot kaliber geweren en messen in hun broek of laarzen. Hun intenties waren duidelijk; ze waren hier om iets of iemand om te brengen. De jacht op andere mensen, of op dieren, voor voedsel.

Mider was duidelijk geen liefhebber van mensen. Hij was niet de enige. Destrius verachtte ze. Misschien was dat een kans om een gesprek aan te knopen met de wolf. Gezamenlijke haat bond twee zielen sneller aan elkaar dan gezamenlijke liefde voor iets. ''Ik ken het gevoel wat je hebt..'' fluisterde hij Mider toe, zijn ogen nog steeds gericht op de mensen, om bij elk gesproken woord te kunnen controleren of ze hem gehoord hadden. ''Het liefste zou ik die achterlijke wezens op mijn gewei klieven, hun vlees en organen doorborend, om ze vervolgens in stukken te schudden of ze uit elkaar gescheurd in de bomen te hangen.'' een kleine psychotische grijns verscheen op zijn kop. Was dat teveel van het goede? Ach, wat maakte het uit, de wolf zou met zijn ingebouwde centimeters lange moordwapens ergere misvormingen aan een lichaam toe kunnen dienen. En aan zijn kop te zien zou hij dat nog zo kunnen doen ook. Soms was het jammer dat je als god je verantwoordelijkheden had en niet je eigen gangetje kon gaan. Ze stonden hoger dan dat, hoewel ze vanbinnen misschien diepe haat voelden voor bepaalde wezens, moesten ze hun eigen gevoelens opzij zetten en respect tonen voor alles dat leefde, en daarbij ook nog eens alles was dood was en in hun eigen of andere werelden rond liep. Het was af en toe een moeilijk bestaan, maar in ruil daarvoor kregen ze zoveel terug... De macht over zo'n enorme wereld, het eeuwige leven en speciale krachten waar geen enkel normaal levend wezen over beschikte. De voordelen wogen in zijn ogen veel zwaarder dan de nadelen en dus moest hij zichzelf altijd kalmeren wanneer hij tegenover mensen stond. Hoewel zij diegenen waren die hun eigen wereld vernietigd hadden, konden ze niet allemaal slecht zijn, en ooit moesten ze deze wereld weer opbouwen, maar dat zou nog eeuwen duren. Als ze hun eigen ras tegen die tijd nog niet uitgemoord hadden, in ieder geval.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Hircine


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Forever not your concern
Remission: Chosen

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. ma jul 27, 2015 8:57 am

De immense wolf had de verschijning van het zwarte hert allang opgemerkt maar genegeerd, zo zwaar was zijn aandacht gericht op de achterlijke mensen die een eind verderop zaten. Zelfs als hij het probeerde te onderdrukken, te laten zien dat hij niets om hen zou geven, dan nog zou de woede die in hem opborrelde aan de buitenkant te zien zijn. Zijn oren bewogen stilletjes toen hij het zwarte hert aan hoorde komen. De stappen van diens hoeven, hoe zacht dan ook zouden altijd door de wolf opgemerkt worden. Zijn goudgele ogen flitste voor een fractie van een seconde naar zijn mede god, voordat deze weer naar de mensen werd getrokken. De woorden van het hert waren alleen maar muziek voor zijn oren. Dus hij was niet de enige die deze gevoelens had. Het was fijn om eens met een van de goden over een lijn te gaan, alsof hij ze vaak zag. Hircine was al die tijd het teruggetrokken beest geweest. Aarde maakte hem niet zoveel uit, zolang mensen en dieren maar bleven geloven dat hij bestond als god en ze elkaar afmaakten. En dat de mens eindelijk eens uitgeroeid kon worden. Zij waren de oorzaak van dit alles, van al dit apocalyptische gebeuren en hoewel het voor Hircine beter had uitgepakt dan hijzelf verwacht had, alsnog waren de mensen hier de beesten die uitgeroeid moesten worden. En zodra Hircine ook maar de kans kreeg om dit te doen zou hij die aanpakken. De wolf gromde instemmend met Destrius. Het speelde al voor zijn ogen af en god hoe graag hij wilde dat het ook echt zo kon gebeuren. 'Ik zou mijn mond houden als ik jou was. Je brengt me nog op ideeën.' Klonk het een tikkeltje boosaardig uit de bek van de wolf. De mensen voor hen hadden de twee opmerkelijke figuren die hen aanstaarden vanuit het bos nog steeds niet opgemerkt en ze gingen nog steeds vrolijk hun gang. De klauwen van Hircine hadden zich in de grond gepoot om de frustratie dat de wolf niets kon doen te laten merken. 'Is het niet mogelijk om ooit eens de regels te overtreden.' Was zijn korte vraag waarvan hij al haast zeker het antwoord wist. Natuurlijk was dit niet mogelijk, regels waren regels en hij haatte ze. Was het dan niet mogelijk om voor een keer iemands keel open te klauwen, de geur van bloed te ruiken en te proeven? Was dat allemaal te veel gevraagd?

[Sorry I failed]
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. vr jul 31, 2015 11:11 am

Hij moest op zijn woorden letten, anders zou het de wolf op ideeën brengen. Destrius kende de nieuwe goed nog niet bepaald lang en kon de witte wolf daarom nog niet goed peilen. Hij wist niet of hij het als chagrijnig grapje moest interpreteren of als een serieuze melding. Hij besloot zijn gevoel te volgen, voorzichtig te zijn en maar te denken aan het tweede. Hij wist als geen ander hoe het was om te leven met zo'n intense haat voor een diersoort, om vervolgens niks te kunnen doen om die woede uit te leven op dat wat je haat. Hoewel Hircine voorheen niet zo makkelijk leek om een gesprek mee aan te knopen kwam deze gedeelde gedachte, deze gedeelde haat als geroepen. Niets bond twee zielen zo snel als gedeelde haat. Misschien zou het nooit van twee kanten komen, maar Destrius leek wel iets te zien in deze nieuwe god die naast hem.Hij wist alleen nog niet wat. Hij zou samen met Destrius en Juvé waken over de werelden na deze. Het was dus sowieso slim te proberen hem als neutrale of vriendelijke collega te houden. Een ruzie tussen verschillende goden veroorzaakte grote chaos en daar werden de zielen die hun begeleiding nodig hadden niet beter op.

Ook Destrius staarde even naar de mensen voor hen, die nog bezig waren met hun eigen ding te doen. Het liefste ging hij ze zo snel weer uit de weg, want ook al was hijzelf origineel een mens geweest, hij leek innerlijk steeds meer te lijken op de uiterlijke vorm die hij na zijn dood aangenomen had. De onrust prikkelde in zijn borst terwijl hij staarde naar de overlevende mensen. Één keer op het verkeerde moment niet opletten en hij had pijlen of kogels door zijn borst. Dan moest hij weer een spectaculaire ontsnapping zien te maken, verdwijnen in het bos zonder dat iemand hem echt letterlijk van de aardbol zag verdwijnen. Herten konden dat wel, maar hij was wel een erg groot wezen, en met zo'n groep mensen die achter je aan jaagde bleef het dus altijd een kunst om te ontsnappen. En voor Hircine zou het niet makkelijker zijn met zijn opvallende witte vacht. Al zouden mensen nu eerder op hem af gaan, als natuurlijk prooidier. Tenslotte zat er op zijn lijf een stuk meer vlees. Zijn oplettende blik gleed toch weer weg richting de wolf. Die mopperde over de regels, en hem vroeg of het niet mogelijk was om deze te overtreden. ''Ssst!'' siste het hert hem snel toe. Bijna wilde hij een van zijn voorste hoeven optillen om hem een tik tegen zijn hoofd te geven, maar hij besloot zijn hoef in de lucht te laten hangen, om geen commotie te veroorzaken.

Hij boog zijn nek en liet zijn kop iets naar beneden zakken zodat qua hoogte dichterbij Hircine zijn kop was. ''Spreek niet over de regels breken..! En zeker niet hier!'' sprak hij gefrustreerd, en keek daarna om zich heen alsof er ergens in het struikgewas of in de bomen camera's of microfoons zouden moeten hangen. Alsof ze in de gaten gehouden werden door iemand die ze bespiedde door aan de andere kant achter een beeldscherm al hun acties en woorden te volgen. Dat was wellicht niet waar, maar de andere goden die zich boven bevonden, konden zeker wel opvangen wat de andere goden op aarde uit spookten. Hijzelf kon nog niet zo veel, hij kon wel andere goden lokaliseren en naar ze toe komen, maar afluisteren of ze zien kon hij niet. Maar hij wist vrijwel zeker dat Juventius wel beschikte over deze krachten. Destrius had zelf nog geen regels gebroken, maar hij wist dat het leven afnemen van op aarde levende wezens een van de ergste dingen was die je kon doen. En hij had geen idee hoe de god van Infernum daarop zou reageren. ''Ik heb dezelfde gedachten als jou, maar het leven en de ziel ontnemen van een levend wezen is ernstig. En jij bent daarbij ook nog de 'nieuweling'. En je wilt absoluut niet dat er met jou hetzelfde gebeurd als je voorganger, Chaurus..'' sprak hij snel naar hem, en harder dan hij zelf door had.

Zijn linkeroor draaide automatisch, als een schotel, naar het nieuw oprukkende geluid. Het geluid van gras dat geplet werd onder het gewicht van iets en het zachte gekraak van dunne twijgjes die stuk getrapt werden tegen de grond onder zich. Destrius draaide zijn kop en zijn grootste angst was werkelijkheid geworden. De mensen hadden ze opgemerkt en waren zo langzaam en geruisloos mogelijk de kant van de dieren opgekomen. Het hert was intens opgelucht dat hij er nog nooit eerder zo normaal had uitgezien - als een natuurlijk gekleurd mannelijk edelhert-, wat zijn kans op een ontsnapping beduidend groter maakte. De wolf, daarentegen, was echt afhankelijk van een eventueel hol in de grond of zeer dicht struikgewas om in te schieten, iets wat de witte vachtkleur van het dier lang genoeg zou verbergen. Óf als dat niet zou lukken zouden ze toch aan een andere keus moeten denken, namelijk het doden van deze mensen. Alles behalve dat de mensen ze zagen verdwijnen als goden. Ze mochten absoluut niet gesnapt worden. ''Wat doen we...'' fluisterde hij suggererend naar Hircine.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Hircine


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Forever not your concern
Remission: Chosen

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. do aug 06, 2015 10:22 pm

Als Hircine wenkbrauwen had in zijn wolvenvorm dan had hij ze duidelijk opgetrokken. Hoezo was het verboden om over de regels te praten? De twee waren sowieso al aan het praten, het was een wonder dat een hert en een grote, witte wolf zomaar naast elkaar konden staan om geluiden naar elkaar te maken en een groep mensen te bespieden. Daarbij, als ze zo natuurlijk mogelijk over wilden komen dan had Hircine allang achter het zwarte hert aanmoeten rennen om hem te overmeesteren en zijn keel door te bijten. Want hij moest ook overleven. Daarbij begreep Hircine ook niet waarom Destrius zo om zich heen keek, alsof hij opzoek was naar iets wat hen zou afluisteren of bespiedde. Zo heel goed kende de witte wolf Destrius niet dus alle vreemde trekjes van het hert bleven hem maar opvallen en verbazen. Hij begon zich bijna af te vragen of Destrius wel helemaal oke in zijn hoofd was. Maar de woorden over chaurus deden Hircine toch wel een kleine pootstap van Destrius vandaan zetten, alsof hij bang was dat het hert elk moment kon toeslaan om zijn gewei in Hircine's buik te steken en zijn ingewanden te dragen als een kroon. De wolf wilde niet zijn bek open trekken om iets vinnigs terug te zeggen toen hij opmerkte waar Destrius naar keek. Natuurlijk, de mensen waren dichterbij gekomen om te kijken wat hier gaande was. Destrius zag er misschien nog gewoontjes uit, met zijn normale edelhert vacht, maar Hircine was groot en wit. Niet iets wat je elke dag zag. De wolf draaide met zijn ogen, was het niet heel erg duidelijk wat ze moesten doen? 'Sinds het doden van mensen verboden is, zit er niets anders op dan wegrennen.' Zei hij op gedempte, geërgerde toon richting het hert. De wolf zette zich af met zijn achterpoten en sprong weg om het op een lopen te zetten. Hij keek niet achterom of het hert hem volgde of dat het domweg daar bleef staan om een avondmaal te worden. Hircine dacht alleen maar aan zijn eigen huid die nu gered moest worden. Hij moest weg, hij moest overleven. Al zou Juvé misschien niet helemaal blij zijn als Hircine terugkeerde naar zijn eigen rijk en aan de vos moest vertellen dat Destrius ergens beneden in een val zat van mensen. De vos en het hert leken dikke maatjes en Hircine kon er niet tegen. Het irriteerde hem tot het bot dat de twee altijd alles met elkaar leken te delen en de wolf er maar een beetje buiten stond. Alsof hij er niet bij hoorde, hoe goddelijk hij ook was.
Plotseling, met een pijnscheut in een van zijn poten werd de wolf uit zijn gedachtes gerukt en viel hij met een pijnlijke smak op de grond neer. Drie van zijn poten kon hij nog bewegen, zijn rechter voorpoot deed verschrikkelijk pijn en het voelde alsof er iets aanhing. Iets zwaars. De wolf draaide zijn kop in de richting van zijn poot en zijn gouden ogen merkte op dat het vastzat in een berenklem. Hij was doordat hij was afgeleid door zijn gedachtes terecht gekomen in een berenklem. En het deed pijn, en het bloedde. De wolf gromde en jankte even. Stemmen in de verte lieten duidelijk merken dat de mensen hem nog steeds op het spoor waren. Waarom? Als ze iets wilde eten dan moesten ze achter het hert aan, dat had mals vlees. Hij was alleen een wolf die zelf eten zocht. Misschien was zijn vacht handig voor een mantel in de winter, of leverde het geld op. Zijn ogen zochten in het rond, waar was Destrius, hadden ze hem al te pakken gekregen? Even overspoelde die zorgen hem maar hij schudde ze af en probeerde vrij te komen uit de klem. Het resulteerde alleen maar in meer pijn en meer gejank. Nee, Hircine wilde nog niet dood, niet vandaag. Hij was pas net een God, hij had wel meer te doen dan hier liggen doodbloeden.

[Precies 666 woorden c:]
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. vr aug 07, 2015 11:21 am

Hircine leek en klonk geërgerd, maar stelde voor op weg te rennen, aangezien het doden van andere wezens verboden was. Destrius was zowaar blij verbaasd over deze keuze van de wolf. Door de suggererende toon in zijn stem had hij namelijk ook kunnen kiezen voor het doden van de mensen, en dan was het volledig Destrius' zijn verantwoordelijkheid geweest. Maar hopelijk was het wegvluchten van de personen makkelijk en konden ze zonder veel problemen terugkeren naar de werelden waar zij beiden nu thuis hoorden. Voordat het hert nog een keer met zijn ogen kon knipperen, had de wolf zich al afgezet en rende hij al enkele meters voor hem door het struikgewas. Hmm.. het was ieder voor zich dus. Voor de wolf in ieder geval. Hij zou hem proberen te volgen, want wat als er iets met hem gebeurde en hijzelf rende een volledig andere kant op? Dan zou Juvé hem het vast verwijten. De god wiep nog een vluchtige blik naar achteren om te kijken hoe ver de mensen ze al genaderd waren, en sprong er daarna vandoor, achter de witte wolf aan. De mensen waren dichtbij, maar hij en Hircine konden zich veel sneller verplaatsen. Met hun twee benen konden ze maximaal rond de 25 kilometer per uur, en dat sprinten konden ze maar een paar minuten volhouden, áls ze al in goede gezondheid en conditie waren. Het hert en de wolf zouden zo rond de 60 kilometer per uur halen in een sprint, genoeg om de mensen er uit te rennen, te verdwijnen tussen de vegetatie en zonder kleerscheuren weg te komen.

Dat kon, als ze onderweg niet gehinderd werden. Ze liepen beide al een stuk uit in vergelijking met de mensen, en hoewel Destrius achter liep kon hij dankzij de spierwitte vacht van het roofdier hem nog aardig volgen. Weer keek hij snel achteruit, de mensen kon hij niet goed meer zien maar wel horen met zijn scherpe gehoor. Ze bewogen zich nog steeds met grote snelheid door de bosjes, ze waren duidelijk erg gemotiveerd om hem of Hircine om zeep te helpen. Helaas voor de mensen zou dat geen optie zijn vandaag. Maar het plan om zonder problemen weg te komen viel in duigen. Een schel piepend geluid liet hem zijn kop weer draaien en zijn ogen de omgeving voor hem afspeuren. Snel galoppeerde hij door totdat hij bij Hircine aan kwam. Meteen concentreerde hij zich op de poot, die duidelijk zwaar verwond was. Het zag er uitermate pijnlijk uit en dankzij de witte vacht zag de bloeding er ernstig uit. ''Klootzakken...'' was het enige wat Destrius op dit moment kon uitbrengen. Een klem brak vrijwel altijd de botten van de arme ziel die er in trapte. Het was een van de meest gemene uitvindingen van de mens. Dieren die er in trappen weten niet wat ze overkomt, lijden uren en soms dagen pijn voor een mens ze er uit komt trekken of dood komt schieten, als ze al niet zelf dood bloedden doordat er een slagader is doorgesneden door de klem. De verwondingen zelf maakten niet erg veel uit bij Hircine, hij moest uit de klem zien te komen, maar ze hadden geen tijd om hem goed open te maken, de mensen zouden ze dan allang ingehaald hebben en dan zaten ze nog verder in de problemen dan ze nu zaten. Gestresseerd bekeek hij de situatie nog eens goed en bracht toen zijn kop naar beneden. ''Ga zo plat liggen als je kan. Verrek geen spier en maak geen enkel geluid.'' fluisterde hij hem toe met een bezorgde snelle toon in zijn stem. ''Ik laat je niet in de steek, ik kom terug.'' zei hij wat duidelijker en harder. Hij fronste, en hoopte dat Hircine door had dat hij het echt meende.

Hij dook er vandoor en maakte een snelle draai, om maar zo snel mogelijk zo ver van Hircine vandaan te zijn. Hij moest de mensen afleiden en zorgen dat ze Hircine niet vonden. Normaal, als hij alleen was geweest, was hij op een moment zoals deze gewoon veranderd in een klein dier zoals een spitsmuis of een spreeuw, maar dan zou hij de andere god aan zijn lot overlaten. Voor zover hij wist was hij de enige echte shapeshifter van de goden die momenteel in charge waren. De mensen zouden gaan rond zoeken en de grote wolf makkelijk vinden nu hij gevangen was in die vreselijke klem. In plaats van dat hij probeerde te verdwijnen voor de mensen, deed hij nu zijn best om de aandacht van de wezens te trekken. Met net iets te overdreven sprongen bewoog hij zich over de bosbodem, liet de takken om zich heen en onder zijn hoeven zo hard mogelijk kraken en zijn snelheid was een stuk verminderd, zodat de mensen hem zouden kunnen bijhouden. Als de kers bovenop de taart liet hij ook zijn vachtkleur terug veranderen naar zijn typische donkergrijze bos haar. Zijn geweien werden pikzwart en zijn gele markeringen gloeiden en contrasteerden enorm op zijn donkere vacht. En het werkte. Al snel vonden de mensen hem. Nu ze zo'n mythologisch ogend wezen voor zich hadden leken ze wel te veranderen in schuimbekkende hondsdolle beesten. Ze schreeuwden en maakten hun wapens gereed om op het hert te schieten. Destrius ontweek enkele schoten door te zigzaggen. Hoewel hij een god was en niet vermoord kon worden met een paar kogels door zich heen, deden de schoten hem wel zeer. Hij moest zeggen dat de pijn van een kogel die zich door je vlees heen werkte, een van zijn minst favoriete soorten pijn was. Hij had liever pijn van buitenaf, liever een enorme jaap vlees uit zijn flank.

Hij kon echter niet voor eeuwig door blijven rennen met de mensen achter zich aan. Ze zouden het nu helemaal lang vol houden nu ze een goddelijk grijszwart hert achtervolgden in plaats van een normaal edelhert. Het ging nu niet alleen om vlees, huid en botten, maar om iets wat veel waardevoller en interessanter was. Destrius remde zichzelf ineens volledig af en draaide zich om richting de mensen. Hij wou zijn mond openen om de mensen toe te spreken, maar voordat hij dat kon schoten twee van de mensen nog eens, nu ze een betere kans hadden op een raak schot. Hun doelwit stond tenslotte stil. De pijn en het besef dat hij geraakt was kwamen veel later bij hem binnen dan het gierende geluid van de kogels. Hoewel hij recht door zijn borstkas geraakt was en recht voor de mensen hun gezicht in zou moeten storten, bleef hij stug rechtop staan. Hij voelde een warme vloeistof die zijn borstvacht langzaam nat maakte. Hij keek echter niet, hij bleef met opgeheven hoofd en zijn borst vooruit nors naar de mensen kijken, die op hun beurt gestopt waren met lopen en hem bijna met open mond aankeken. Hun wapens nog steeds in de hand, klaar om nog een keer te schieten, maar verbaasd en afwachtend tot hij in zou storten. Maar dat gebeurde niet. Uiteindelijk stapte een van de mensen nog een stap naar voren en loste een schot op de kop van Destrius. En weer bleef hij staan. Het ongeloof in de ogen van de mensen werd groter. Destrius wilde eerst grijnzen, maar de pijnscheut die door zijn kop trok liet hem even zijn ogen sluiten en pijnlijk kijken. Hij moest er voor zorgen dat de mensen op zouden rotten. En het zou niet uitmaken dat ze hem zo gezien hadden. Wie zou hun verhaal nou geloven als ze deze aan andere mensen zouden vertellen? Die zouden denken dat ze aan de drugs hadden gezeten. Een pratend hert midden in het bos? Come on. ''Smerige mensen. Ik zou jullie allemaal moeten vermoorden'' dreigde hij tegen hen.

Ondanks het feit dat er net een hert tegen ze gepraat had en hij niet dood was gegaan aan de kogels, verplaatsen de mensen zich niet. Waarschijnlijk voelden ze zich nog te machtig met hun wapens in de hand. Tijd om daar een verandering aan te maken. Hij had wel licht kinetische gaven, die had hij eerder nog gebruikt bij het zuiveren van een plas water. En in dit geval was het een stuk minder werk. Hij concentreerde zich op het hout en het ijzerwerk van de wapens, rukte deze uit de armen en van de schouders van de mensen en smeet ze met grote snelheid het bos in. Tijd om weg te krabbelen en hun wapens tussen de bladeren uit te vissen hadden ze niet, want Destrius rende richting een van de mensen en nam deze op zijn gewei. Hij zorgde ervoor dat hij haar niet doorkliefde met zijn gewei, om haar leven te kunnen sparen. Wel gooide hij haar met grote kracht tegen een van de dichtstbijzijnde bomen aan. Het was duidelijk te horen hoe de klap alle lucht uit haar longen perste. Dat zou haar wel een paar seconden tegen de grond houden. Een van de mannelijke mensen schoof over de grond heen en vond een van de wapens. Die had hij dus niet ver genoeg gegooid, jammer. In volle paniek probeerde de man hem nog te raken, maar door zijn trillende armen suisde de kogel recht langs hem. Om te voorkomen dat er nog een gat in zijn lichaam geschoten werd draafde hij naar hem toe en tilde zijn beide voorste hoeven de lucht in, alsof hij van plan was de man te vermorzelen. Hij liet zijn poten echter vlak naast de man vallen. Weer nam hij deze man op de hoorns, waarmee het wapen uit zijn handen gesmeten werd. Deze spietste hij wel per ongeluk aan een van zijn enders, al was het gelukkig alleen zijn bovenarm. Hij schudde zijn gewei tot de man zijn arm los kwam en hij met een flinke smak op de grond neerplofte. ''En nu oprotten, voor ik jullie kapot maak!'' bromde Destrius woest door het woud. Zijn nekharen waren volledig opgezet en zijn ogen gloeiden. De mensen hadden de hint door, krabbelden van de grond en maakten dat ze weg kwamen van deze plek. Hun wapens waren ze kwijt, maar de rest van hun spullen en niet minder belangrijk, hun levens, was ze gespaard. Ze mochten zich gelukkig prijzen. Destrius bleef ze nakijken tot ze volledig uit zijn scherpe gezichtsveld waren verdwenen, en daarna zakte het dier even volledig in. Nu pas had hij tijd om te ademen, om te voelen en om de pijn te incasseren. Flikkers, ze hadden wel precies de meest klotige plekken uitgezocht om doorheen te schieten. Hij was blij dat als hij terug was in Aberrabunt, hij zichzelf snel kon herstellen en weer kon genieten van een pijnloos lichaam. Hij moest hier niet blijven liggen, dat maakte het lijden alleen maar langer. En niet alleen voor hem, maar vooral ook voor Hircine.

Hij was gelukkig niet ver weggerend van Hircine, anders had hij hem niet meer gevonden. Dit bos was nog vrij onbekend voor hem. Hij was enorm opgelucht toen hij de witte vacht weer mocht aanschouwen tussen de planten door. ''Hircine, het is gelukt, we zijn ze kwijt...'' zei hij vluchtig met een kleine glimlach. Hij hoestte lichtjes en wierp nu voor het eerst een blik op zijn doordrenkte vacht. Fuck, het had er uit gegutst alsof ze een slagader hadden geraakt. De normaal lange zachte vacht op zijn borst zat nu in plukken aan elkaar geplakt door het bloed. Af en toe druppelde er wat op de grond voor hem. Ook zijn kop was goed geraakt. De lichte bries liet de natte plekken koud aanvoelen. De wond zat hoog en liet een straaltje bloed over zijn wang heen glijden. De migraine zou nog lang aanhouden. Maar nu focussen op Hircine, had hij zelf de klem ondertussen al open gekregen, of moest hij nog een helpende hand bieden? Als hij de wapens van de mensen af kon pakken en weg kon smijten, dan moest deze klem openen ook een niet al te groot probleem voor hem zijn. ''Hoe gaat het met je...'' opperde hij voorzichtig tegen het dier. ''Ben je al los gekomen??'' hij wachtte af, voorbereid op een niet al te vrolijk antwoord van de al vaak norse wolf.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Hircine


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Forever not your concern
Remission: Chosen

BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings. do sep 17, 2015 9:27 am

Waarom was het dat als je God was dat alle pleziertjes in het leven zo nutteloos waren geworden en weg gepakt, als een klein kind dat geen lolly meer mocht hebben? De adrenaline die door zijn lijf hoorde te gieren en het bloed dat hij in zijn oren zou moeten horen bonzen waren het niet, het was alsof alles in zijn lichaam was uitgeschakeld, emoties en gevoelens, het werkte niet meer. Het wilde niet meer. Het was een van de dingen die Hircine als god verachtte. Het was iets wat hij terug in wilde schakelen, alsof het gerepareerd moest worden, maar hoe hij het ook draaide of keerde, er leek niemand in deze godvergeten wereld te zijn die hetzelfde voelde als hem, of het kon. Hircine zat vast in deze vorm en hoewel het hem immense macht had gegeven en kleine, nietige wezens om mee te spelen was het het niet waard. Hircine was een wolf geweest van jacht, kracht, iets wat maar een kick gaf. Al was het een sterkte woordenwisseling of een gevecht op leven of dood. Het zou nog heel lang duren, misschien zelfs niet meer voorkomen, dat hij die gevoelens ooit nog terug zou krijgen. Nu voelde hij zich vooral verdoofd. Naast verdoofd voelde hij dan nog wel de pijn. Pijn was wat ze je schonken als je een God werd. Hircine vroeg zich af of het misschien een straf kon zijn, iets om te laten weten dat het Godenschap iets was wat niet over rozen ging, dat was nu al duidelijk te merken. Terwijl de wolf uit alle macht aan de klem beet en trapte, waren de gevolgen alleen maar dat zijn poot pijnlijker werd en zijn haatgevoelens stegen. Zodra hij zou loskomen en zijn poot was geheeld zou zij ze opsporen en een voor een hun nek doorbijten om het bloed te proeven. En als er nog tijd over was voordat de andere goden zich hadden verzameld om hem te straffen kon hij ook nog mooi aan de ingewanden beginnen. Vooral de darm was heerlijk, smaakvol en rijk aan vitaminen. Tenminste, dat maakte de wolf er altijd van.
De zwarte gedaante van Destrius dook weer op, dus zijn medegod had hem niet voor dood achtergelaten. Pluspunt voor hem. Hircine grauwde iets in de richting van hem maar het was onverstaanbaar en nog steeds greep zijn bek naar de tanden van de klem, in hoop los te komen, maar nog steeds gaf het ding geen kick. De woorden van Destrius lieten hem zijn handeling staken en nog een keer naar de god kijken. Hircine had geen andere keus dan opvolgen wat er werd gezegd en staarde naar de gevallen bladeren op de grond terwijl het zwarte hert verdween. Hij hoorde schoten en even dacht Hircine aan de sterfelijkheid van Destrius, maar algauw werd hij er aan herinnerd dat Destrius net als hem was en kogels hem niet konden doden. De rest was vaag en stil in de oren van de wolf en toen hij eenmaal dacht dat de kust wel veilig zou zijn kwam hij op een oplossing. Nog een keer luisterde hij, doodse stilte, en met een zucht en licht gejank begon de wolf van vorm te veranderen, kleiner en kleiner, tot er uiteindelijk niets overbleef dan een hoop donkere veren en gouden, lichtgevende puntjes. De wolf was nu een raaf en een ravenpoot was nu eenmaal makkelijker uit zo'n klem te krijgen dan een massieve wolvenpoot. Nog steeds met moeite lukte het Hircine om eruit te komen en eenmaal eruit hupste hij een paar meter verderop om daar weer terug in de massieve wolf te veranderen. De witte poot was doordrenkt met bloed en het leek voorlopig ook niet niet te stoppen.
Even boog de wolf zijn rug om met zijn roze tong het bloed een beetje weg te krijgen, maar de rode kleur bleef in zijn vacht klitten en zorgde ervoor dat de haren aan elkaar plakte. Niet veel later verscheen het zwarte hert ook weer, duidelijk ook met donkere plekken op zijn lichaam. De vragen van het hert en de vage glimlach irriteerde de wolf, wat een prestatie. Ze hadden moeten doen wat Hircine als eerste voor had gesteld, de nek doorbijten en niet terug kijken. 'Het gaat geweldig.' Mopperde hij. terwijl hij zich losmaakte van de doordrenkte poot. 'En zoals je ziet zit ik nog steeds vast in de klem.' Zei Hircine sarcastisch terwijl hij duidelijk twee meter van de klem af zat. Misschien moest Destrius een op maat gemaakte bril krijgen, want zo snugger leek het hert ineens niet meer te zijn. Een kleine grom verliet Hircine's bek toen hij op vier poten ging staan en het gewicht op de gewonde poot te veel werd. Maar hij wilde kostte wat het kost uit deze plek weg. Het was het niet waard om op aarde te komen, alles was hier toch naar de klote en niets leek positief uit te pakken.
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Pathetic beings.

Terug naar boven Go down

Pathetic beings.

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Arboribus-