IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

Scrounger

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Zashu

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Shits and giggles
Remission: Wrong

BerichtOnderwerp: Scrounger wo jun 11, 2014 11:07 am

De rand van vertrouwd bebost gebied - van wat er nog van over was, tenminste - lag al zo'n tien minuten achter hem, misschien wel meer. Hij had zijn stappen niet geteld: normaal gesproken was dat tezamen met geuren en punten die hij zich herinnerde een manier geweest om zijn weg te vinden tussen het puin, te weten in welk gebied hij zich bevond. Bijna niets was meer herkenbaar, alsof de serene slapende bomen meteen stierven en hun dode takken afwierpen als hij even niet keek. Vele natuurrijke gebieden waren met de grond gelijk gemaakt. Maar de grauwe gebouwen in de verte, die als grote rechthoekige rotsen tegen de samenpakkende wolken afstaken, vertelden hem dat hij zich op mensenterritorium waagde.
Laag bij de grond gingen zijn neusgaten snuivend over een paar dode bladeren voor hij door zijn achterpoten neerzeeg en bedachtzaam zijn grote bossige staart langs zich heen krulde. Zijn feloranje ogen zochten de grond af, zijn ene oor draaide zich. De kleinste geluidjes wekten zijn realisatie: een tak die kraakte of ver weg met een doffe klap op de grond viel, de kreet van een vogel, het gekrabbel van een insect diep in het hout van een dode boom. Maar er was niets meer te eten. Hij had nog bloeiende wilgenkatjes meegemaakt, en herten die ieder jaar een steeds groter gewei kregen, met steeds meer vertakkingen. Dat was nog allemaal voordat de gevreesde golf van dood en verderf over zijn thuisgebied was gespoeld. Hij had zijn eigen vertrouwde territorium verlaten, was tegen de wet van de natuur in van gebied naar gebied getrokken en nu was hij hier beland: zijn laatste oord. Niks was meer sereen in deze wereld, niet sinds de donderslagen die hele stukken aarde wegveegden, en ook niet meer toen de dieren uit het woud waar hij vandaan kwam één voor één dood neervielen en daardoor de evenwicht in de voedselketen verstoord werd, alsof dat nog niet genoeg was. Niets hield nog enige humor in, tenzij je zelf zorgde voor een beetje lol. En dat was precies hoe Zashu's manier van leven eruit zag. Terug in zijn 'normale' dagen was hij de slinkse jager van het woud die je liever meed als je niet recht in zijn vallen wilde lopen - maar hij was ook een spreker geweest, een praatjesmaker die tegen zonsondergang op een stronk ging zitten en alle luisteraars die zich om hem heen hadden verzameld aan het lachen maakte, of juist zonder enige blijk van schaamte belachelijk maakte. Als een soort komiek. Als hij mens was geweest was dat ook zeker zijn beroep geweest. Voor nu had hij zijn grollen opzij gezet en hadden zijn instincten hem naar de rand van de stad gedreven, die er haveloos bij lag. Verlaten en verzakt, zodat je alleen langs stukken afgebrokkeld trottoir je weg kon vinden langs diepe kraters middenin het wegdek. Maar het was zijn enige hoop op voedsel.

Zacht kwezelend liet hij zijn tong over zijn lege maag gaan. Hij had al twee dagen niets gegeten en zijn botten begonnen al een beetje uit te steken. Vastbesloten kwam Zashu overeind om de bladeren van zijn vacht te schudden en op weg te gaan. Het was niet dat hij zich nooit eerder op mensengebied gewaagd had: er waren zat boerderijen geweest waar hij over het erf had gesjeesd met twee slappe kippen tussen zijn kaken, nageschreeuwd door een razende boer die met zijn dodelijke zwarte koker zwaaide. Hier, middenin een open stad was het toch anders. Dreigender. Riskanter. Mensen die op alle hoeken plotseling tevoorschijn konden komen en hoge wolkenkrabbers die beangstigend over je heen helden. Gelukkig wist hij precies waar hij moest zijn. Een trucje dat hij geleerd had van een oude straathond, die zo naïef was geweest om zijn vertrouwen in een vos te steken. Zijn nagels krabbelden over het harde asfalt terwijl hij gehuld in schaduwen langs de straat glipte, die vreemd en onwennig aanvoelde onder zijn poten. Zo nu en dan bleef hij even stilstaan om zijn omgeving na te gaan, zijn staart stijf, een poot opgericht en zijn oren recht omhoog op zijn opgerezen kop - maar het was doodstil en er bleek ook geen enig teken van ander leven te zijn. Dat werkte alleen maar in zijn voordeel.
Kundig zochten zijn poten houvast op een stapel blikken en soepel sprong hij vervolgens op een hoger geplaatste doos, vanwaar hij over een gammel hek sprong en midden in een steegje belandde. Terwijl zijn snuit naar de hemel wees om de geuren op te snuffelen dwarrelde er as omlaag op zijn rug, afkomstig van steunbalken tussen de twee huizen die nauwelijks een brand hadden overleefd. Hier hing een sterke geur van, al dan niet bedorven voedsel - en het kwam verder in het steegje vandaan. Daar, in een gedeukte stalen vuilnisbak. Soepel sprong hij op de rand, wipte door middel van een kleine opening en zijn snuit de deksel van zijn plaats en begon zich tegoed te doen aan het vuilnis. Hij scheurde papieren zakken open en kauwde op smakeloos oud hondenvoer, moest meerdere keren plastic tussen zijn kiezen vandaan trekken en zijn kaken stijf op elkaar klemmen om taaie brokken te kraken, waarvan hij niet precies wist wat het was. Niets kon zijn maag voldoende vullen en dus groef hij dieper, met papier en troep als oude bananenschillen die als klodders zand tussen zijn achterpoten door smeten en dwarrelden, als een hond die zijn behoefte begroef met een paar schrapen door de aarde. Hij wist dat hij een groot risico nam toen hij zijn kop verder in de bak stak, dat zijn poten niet gemaakt waren om zich om dunne ijzeren randen te klemmen. Hij was te gedreven door zijn honger om het te beseffen. Het was al te laat toen het gebeurde: de bak die met een oorverdovend gekletter tegen de stenen stortte en de rotzooi rijkelijk door het steegje verspreidde, en Zashu die verschrikt achteruit sprong en zijn flank bezeerde aan de muur achter hem. Ineengedoken bleef hij roerloos zitten, afwachtend op wat komen ging. Er ging een licht aan, ergens klapte een deur - misschien beeldde hij het zich alleen maar in, maar hij had al net zoveel onnodig lawaai gemaakt als mensen dat deden. Het ongemakkelijke besef dat hij zeker door iemand was gehoord maakte zich van hem meester.

(Open)
Terug naar boven Go down
http://staracademy.forumtwilight.com
Réna.

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Scrounger ma jun 16, 2014 2:17 am

Met vlugge passen en een dikke staart, die achter haar aan leek te zweven, trippelde de vos een verlaten straat over. Alles lag daar in puin. Grote brokstukken van verwoeste gebouwen, meubilair dat argeloos was achtergelaten en waar de randen lappen stof aan bungelde en spijkers gevaarlijk roesterig van uitstaken. Na smeulende vuren. Hier en daar een half vergaand lijk. En overal graspollen. Onkruid dat niet meer weg werd gehaald door de gemeente. De gemeente was er niet meer. Al jaren niet. Alleen nog hier en daar een paar mensen. Verstopt in de laatst overgebleven woningen, die nog goed genoeg waren om in te wonen. Genoeg mensen voor Réna om van te leven. Om van te stelen. Maar niet vandaag. Vandaag had ze een heel ander doel voor ogen. Vandaag ging ze op jacht. Nou ja.. op jacht?

Op de hoek van de straat dook ze onder de resten van een roestige auto. Haar glinsterende blik keek de straat af en bleven hangen op een dier. Slank, haast mager te noemen, laag kruipend over de grond. Ja ja, ze was precies op tijd. Mama-poes was hongerig. Mama-poes moest toch echt opzoek gaan naar eten. Mama-poes was genoodzaakt het kleine nest van 4 kronkelende mieuwende kittens achter te laten. In de kou.. alleen.. zonder bescherming.. Perfect!

Ze wachtte geduldig af tot de kat ver uit de buurt was. Haar oren heen en weer schietend, zoekend naar elk geluid wat een concurrent kon verraden. Een hond misschien, of andere roofdieren. Of mensen. Jugh ze haatte mensen. Met hun bemoeialige graaiende handjes. Die weerloze en oh zo sappige gevallen kuikens van de grond raapte en voor haar neus weg gapte. Die stenen naar haar gooide en de leren tas vol heerlijke geuren tussen haar kaken vandaan trokken. Gelukkig was de straat leeg. Dus waagde ze het erop. Roets! Onder de auto vandaan recht op het steegje af. Onder het houtenhek door. Wankelend over een brokkelende vensterbank, en met een grote sprong op de ijzeren trap. Trip, trap, trip, trap zo naar de eerste verdieping. Naar dat raam, dat open werd gehouden door twee houten latjes. Met de gele gordijntjes. ‘Mieuw-mieuw!’ Ja! Ze hoorde ze al. Oh zo heerlijk. Dat lekkere jonge vlees. Mals en zacht. Genoeg om dagen van te eten. Een duivels glans dreef op haar ogen toen ze haar slanke voorpootjes op het raam kozijn zette en zo de donkere ruimte in kon kijken. Daar, in die doos, tussen al dat verstofte linnen. Kronkelend tegen elkaar aan. Gulzig likte ze haar kwijlende lippen af en zette zich af. Een vel geblaas klonk achter haar en ze kukelde van schrik achterover, bijna de ijzeren trap af. Moeke was terug gekomen. De kat stond met gebolde rug en opgezette haren en staart agressief naar haar te blazen en wilde uit halen maar Réna was al verdwenen. Twee treden te gelijk de trap af en met een grote sprong lande ze boven op een bede ijzeren vuilcontainer.

Nee maar! Wat hebben hier? Gniffelend zeeg ze haar slanke lijfje op de ijzeren bak neer en keek toe hoe een vreemde vos afval zat weg te werken. Wat een idioot. Ze kon precies voorspellen wat er nu gebeuren ging. En jawel hoor. Met veel kabaal rolde de blikken vuilnis bak om, afval overal heen slingerend en de vos geschrokken achteruit liet deinzen. Oh wat was hij bang! En terecht want er waren zeker mensen in deze buurt. Een oud echtpaar. Die amper konden lopen zonder te steunen op hun rare looprekken. Dus niks om bang voor te zijn. Dat wist Réna, maar dat wist die rode flierefluiter daar niet, die angstig ineen gedoken tegen de muur zat. Toen de stilte was weder gekeerd in het vunzige steegje vulde de lucht zich met een akelig hoog kakelend lachje. Réna zat met haar hoofd in haar nek vermakelijk te lachen. “Ghahaha! Vosjes uit de bosjes!” Haar spitste snoetje wijd open gebroken en haar tong slapjes langs over haar kiezen in haar mondhoek hangend. “hoehoehoehoe wat een grap!” Ze schudde even haar kop om de lachtranen weg te werken. “Zeg eens, liefje, eerste keer in de stad?” Met een onverwachte zwieper van haar dikke ruige staart schoot ze een leeg blikje fris, dat naast haar stond, met een akelig luid gekletter tegen de omgevallen vuilnisbak. “Eng he,” grijnste ze duister en uitdagend.
Terug naar boven Go down
Zashu

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: Shits and giggles
Remission: Wrong

BerichtOnderwerp: Re: Scrounger do mei 21, 2015 5:53 am

Wat door de bedrukkende avondlucht klonk was geen schot gevolgd door withete pijn, geen gehavende schouder waar het bloed rijkelijk uit vloeide zoals hij gezien had bij ongelukkige slachtoffers tijdens een door mensen georganiseerde vossenjacht, met het deinende geroffel van paardenhoeven en de zwaartonige rumoerigheid van geuniformde mannen en het schelle geblaf van jachthonden die je achterna kwamen - ook geen laarzen die naar zijn kop werden gesmeten met agressieve kreten die zijn oren plat in zijn nek draaiden, en ook geen schijnende lokkertjes om hem in een veel te klein kooitje te drijven, om vervolgens te worden uitgezet in een geheel ander gebied, met als enige doel zich voort te planten. Wie daar haar aanwezigheid bekendmaakte met een schelle lach, zich onthulde tegen het felle licht zodat haar vacht een krans van hemelachtige gloed kreeg, was een soortgenoot, maar een vrouwtje welteverstaan. Zashu had geen moervossen meer gezien sinds enkele weken na het verderf van alles dat los en vast zat. De meesten waren dood of morsdood. Ze hadden vaak jongen en waren zo onverstandig hun leven te wagen voor die onbeholpen welpen. Dit vrouwtje lachte zich schor om zijn actie. Dat was zo goed als een bevestiging dat hij zijn komedie nog lang niet kwijt was.
Alsof hij zich overweldigd voelde door haar geschater drukte hij zich op zijn poten tegen de grond als een konijn en opende zijn bek in een onschuldige grijns, zijn ogen gesloten. Zijn tong vleide zich even langs zijn ondertandjes waardoor het leek alsof hij hem uitstak, want wat knullig was hij toch! Wat sullig! Net zoiets als het pestslachtoffer dat maar onnozel meelachte omdat het dacht niet anders te kunnen. Echter was het niet omdat hij het grappig vond, maar omdat ze het finaal mis had. Hij was geen aan natuur gebonden vos: niet meer. Een dief en een bedrieger was wat hij was, een zwerver met een trukendoos, een grapjas die het profijt nam om er vandoor te gaan terwijl anderen hun hersentjes nog peinigden in een poging te begrijpen wat hij hen had wijsgemaakt: hij was de vos in al zijn glorie. Daarbij was hij al vaker in de stad geweest. Zij had misschien alleen deze stad gezien: hij ging overal en nergens en alles was zijn domein. Als een ketel die overvloeide van opgedane ervaringen. Het maakte hem slim en haar dom. Vooral omdat het hem gelukt was opzettelijk de indruk te wekken dat hij absoluut niet bekend was met het stadsleven. Wat eerst een poging geweest was om een deur open te laten slaan en als een roodoranje wervelwind een keuken binnen te stormen, alles wat eetbaar was mee te snaaien wat hij maar in zijn bek kon proppen, liep verrassend genoeg uit op een veel eenvoudigere uitweg. Een prullenbak omkletteren, lawaai maken: hoe moeilijk was dat? Hij had zichzelf een voordeel gecreëerd en daar zou hij rijkelijk gebruik van maken, want er moest een reden zijn dat ze toevallig in de buurt was - hij geloofde niet dat ze enkel de moeite genomen had zich bovenop een vuilniscontainer te werken om van zijn zogenaamde onhandigheid te genieten. Bingo! Daar, hij had het al gevonden. Een geur van warme kleine lijfjes die over en onder en langs elkaar heen wriemelden, geluid van kleine diertjes die om de voedzame melk riepen van hun moeder en haar aangename zachte buik. Vreemd genoeg kwam het van boven af, maar toen zijn ogen zonder zijn kop te bewegen - en hij de lachgrage dame dus ook moeilijker verried dat zijn aandachtspunt heel ergens anders was terwijl ze zich met haar slappe lach vermaakte - naar een open raam flitsten, begreep hij waar het angstige miauwen vandaan kwam. Er werd vaak beweerd dat een vos een kat was in een honds lichaam; een belediging die niet op zijn plaats was, vond hij - ze gromden en bliezen en als je niet oppaste had je zo een klauw in je neus. Voor nu diende het voor iets anders. Hij zou het haar laten zien.
'A-ring ding ding ding ringedingeling.' Zijn staart sloeg in haar gezicht terwijl hij haar, zonder er nog verder een fatsoenlijk woord aan vuil te maken, soepeltjes voorbij sprong. Als ze hem toch al als een idioot aanzag, waarom zou hij die illusie niet even aandikken?
Zijn nagels tikten zacht op het ijzer van het smalle trappetje dat hij opklom, waar hij zich met zijn buik over de rand op had moeten hijsen na een sierlijk sprongetje omdat de onderkant van de trap was afgebroken - en in het voorbijgaan katapulteerde hij heel 'per ongeluk' een oud stuk verdwaald ijzer met zijn poot in haar richting. Instinctief ging hij zijn reukgeur achterna, focuste zich op zijn gehoor. Ineengedoken kwam hij aan bij een venster; een vervuild raam dat open werd gehouden door twee steunbalkjes. Een vossensnuit piepte stiekem over de rand, gevolgd door twee spiedende ogen die het donkere bedrukte kamertje rondgingen. Een volwassen moederkat stiefelde nog rond, gereed om ook deze indringer weg te jagen. Natuurlijk zou ze hem al geroken hebben. Daarvan uit gaand sprong Zashu door het raam naar binnen, met de opgelaten blik en de begerige openhangende bek van een uitgehongerd dier. Zijn vermagerde uiterlijk sloot daar perfect bij aan. Met hoge rug en opgezette haren siste de poes hem weg, weg bij haar kleintjes vandaan terwijl zijn ogen rondschoten, van het onstabiele mandje met de wriemelende lijfjes naar verscheidende objecten in de kamer. Alles was vernield of op de een of andere manier stuk of gebroken, misschien door toedoen van mensenhanden, misschien door de impact van de neerslaande klappen. Maar hij was al tot de ontdekking gekomen wat hem hier in deze ruimte van toepassing zou komen. De kittens gewoon wegsnaaien en een woedende moederkat achter hem aan krijgen die hem nog vele blokken achterna zou roetsjen was een optie, maar niet de meest voor de hand liggende. Hij handelde dingen graag definitief af.
Zijn ogen schoten weer naar de moederkat die hem nu op een onaangename toon toegrauwde, spugend en blazend dat hij haar de rug moest keren en op moest rotten, waar hij op reageerde met een gespannen blik en ontblootte tanden in hijgend verlangen. Steeds een beetje uitdagen, provoceren, haar uit de tent lokken, steeds een beetje verder en dichterbij voor ze in een flits naar voren schoot om zijn snuit te ontsieren met een diepe hak. Hij kon haar maaiende klauw nog maar net ontwijken en sjeesde ervandoor, met veel kabaal tegen spullen in de ruimte stotend en tegen de muren op in zijn bochten. Met hoge staart spurtte ze hem achterna in de hoop die vuile indringer uit haar territorium te jagen. Het zou bijna meelijwekkend zijn geweest, wetende wat haar te wachten stond. Als hij maar iets meer erbarmen had gehad.
Het was gebeurd voor hij af kon tellen, zonder precies te weten waar de antieke staande klok precies neerklapte, maar het was in ieder geval dat hij neerkwam. Dat was het belangrijkste. Het grote gevaarte wankelde en kwam met een luide bons die het gruis van het plafond liet dwarrelen neer. Een stuiptrekkende poot stak er trillend onderuit, de nagels van moederkat nog uit geslagen als een laatste effort om haar kleintjes te beschermen. 'Spaar ze!'
De verstikkende stem die langzaam maar zeker al de kracht begon te verliezen kwam smekend onder de gevallen klok uit. 'Alsjeblieft.. ze zijn nog zo klein - spaar ze, alsjeblieft..'
'Shhh - ' Zashu suste haar zacht toe terwijl ze in de dood glipte, zijn poot even over de hare gelegd. 'Laat al je zorgen wegvloeien. Ze zijn compleet veilig bij me. Ze zullen nooit een veiliger oord kunnen vinden - hand op mijn hart.' Er was alleen nog maar een gejammer te horen voor het compleet stil werd en de klauw verslapte. Een schaduw met twee puntige oren gleed vervolgens over de angstige kleintjes.
Het duurde niet lang voor hij zijn snuit weer uit het raam piepte, slappe lijfjes van jong leven tussen zijn kaken geklemd. Triomfantelijk trippelde Zashu over de ijzeren trap, waar hij op het ijzeren tussenplateau tot stilstand kwam, met zijn staart het vuil om hem heen wegsloeg en zich sierlijk door zijn poten liet zakken. Hij grijnsde de vrouwelijke vos breed toe, met zijn maaltje tussen zijn voorpoten. 'Kwam het niet in je op om me voor te zijn? Misschien moet je wat bijtanken? Geolied worden? Misschien is je brein aangetast door smog? Blijkbaar zijn je oren bevuild met roet? Heb je teer in je ogen? Je doet me een beetje - hmm.. wat is het woord.. sloom aan, dotje. En wat is dat nou zo, zo jammer. Ach jaaa - we kunnen niet allemaal gezegend zijn met een aantoonbaar talent.'
Terug naar boven Go down
http://staracademy.forumtwilight.com
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Scrounger

Terug naar boven Go down

Scrounger

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Solumn-