IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

Op vreemd terrein

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Op vreemd terrein di sep 03, 2013 7:16 am

Het enige geluid wat ze kon horen  was het klikken van haar hoeven op de stenen van het stationsplein.
Vol spanning draafde Akyra door het nieuwe gebied dat ze zojuist ontdekt had, ze was dol op verkennen en vooral in gebieden waar mensen hadden geleefd, het gaf haar een extra adrenaline kick, maar ze wist dat ze erg moest oppassen want met haar spierwitte bijna licht gevende vacht leek ze een makkelijk doelwit.
Twee dagen geleden was ze aangevallen door een door een wolf of een grote hond, ze wist het niet zeker  het was allemaal zo snel gegaan.
Het beest viel haar van achter aan toen ze afgeleid door de dorst wat water dronk uit een plas, het dier zette zijn tanden in haar flank maar Akyra trapte hem met een rake klap van zich af en voordat hij nog een tweede keer kon aanvallen was Akyra er al vandoor.
Het enige wat ze aan de aanval had overgehouden waren vier wondjes veroorzaakt door de hoektanden van het beest en haar witte vacht was besmeurd met bloed, het leek erger dan het was.
De enige rede waardoor ze al die tijd overleefd had met hongerige jagers om zich heen was dat ze erg snel en behendig was.

Een luid metaal achtig geluid verstoorde haar uit haar gedachte terug op het plein, een briesje wind had een leeg blikje frisdrank haar kant op laten rollen, en haar hart klopte in haar keel.
Heel even had ze gedacht dat het roofdier haar gevolgd was voor nog een poging voor voedsel.
Opgelucht slaakte ze een zucht en liep weer verder deze keer wat alerter, ze zou echt wat minder in haar gedachte moeten verzinken het was namelijk nergens veilig.
Na een flink stuk verder in het vreemde gebied te zijn gelopen kwam ze aan bij wat hogere gebouwen nieuwsgierig liep ze ernaartoe de gebouwen hadden grote ramen waar ze haar spiegelbeeld in kon zien en tot grote schrik niet alleen haar eigen spiegelbeeld.
Met een ruk draaide ze zich razend snel om
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein do sep 05, 2013 10:07 am

Het gevoel had hem hier heen geleid. Wat het was, wist hij zelf nog niet. Meestal kwam hij niet in de wereld der levenden zonder dat hij een goede reden had, zoals het naar boven sturen van een paar zielen, of het aanschouwen van iets erg interessants dat aan de hand was in deze wereld. Nee, in plaats daarvan had hij naar beneden gekeken en kreeg hij een vreemd gevoel in zijn borst. Een gevoel die hij eerst probeerde te negeren, hij wou zich omdraaien en opnieuw dieper Aberrabunt in lopen om de inwoners in de gaten te houden en eventueel een beetje met ze te dollen. Maar dat had hij niet gedaan. Hij had zich weer terug omgedraaid en was verdwenen in een zwarte wolk van rook, om hier weer op te doemen. Hij schudde zijn kop en merkte dat de haren om zijn kop heen vlogen. Opmerkelijk, hij was een god, maar zelfs hij verhaarde met de seizoenen mee. Hij kon zijn eigen verschijning zelf uitmaken, maar als hij daar niet aan dacht ging het op een of andere manier weer op de natuurlijke manier. Het was erg warm geweest en zijn vacht was dan ook kort en gestroomlijnd. Hij zag er wel een heel stuk imposanter uit in de winter, met een vacht in zijn nek en op zijn borst die zo dik was dat je er met een mes niet doorheen kon steken.

Het hert besloot zichzelf in beweging te zetten en luisterde naar het getik van zijn eigen hoeven op de harde straatstenen. Dat ook nog, hij was in mensengebied. Of in ieder geval verlaten mensengebied. Veel dwaalden ze hier niet meer rond, alleen vooral om te jagen, want in dit gebied bevonden zich juist veel dieren die gebruik maakten van de ruïnes en bouwwerken van de mensen als nestplekken of plekken om te rusten en uit te kijken over het gebied. Het stikte hier ook van de ratten en andere prooidieren, wat veel vleeseters aantrok.

Na enkele tientallen minuten gelopen te hebben door het gebied, observerend en alert zoals een hert hoorde te zijn, viel zijn blik op datgene wat hem waarschijnlijk hierheen getrokken had. Een hert verscheen in de verte. Alleen was dit geen gewoon hert, de vacht van dit dier was prachtig en spierwit. Nog nooit in de laatste tientallen jaren had ze een wit of albino dier gezien, omdat die hier gewoonweg vaak niet overleefden. Vóór de apocalyps hadden dat soort dieren al moeite met niet opgemerkt worden door mensen of roofdieren, maar nu het voedsel voor die groepen dieren schaars was, en de wereld donkerder en duisterder was dan ooit, viel zo'n wit dier ongelooflijk veel op. Het moest een bijzonder snel, behendig of slim dier zijn geweest om nu nog in leven te zijn, 5 jaar na de grote oorlog en het begin van de apocalyps. Nieuwsgierig liep hij achter haar aan, en hij had het geluk dat ze niet af en toe achter zich keek, waardoor hij in normale pas sneaky achter haar aan kon lopen. Hij gebruikte zijn krachten om zichzelf in de lucht te laten lopen, bij elke stap raakten zijn hoeven de grond niet maar bleven ze zo'n 3 centimeter boven de grond hangen, waardoor hij geen geluid maakte.

Hij glimlachte, vermaakte zich met het kijken naar hoe het dier zich gedraagt. Hij schrok zich echter dood wanneer er een stuk vuilnis van de mensen, een leeg bierblikje, door de wind voorbij werd gerold en een duidelijk hard geluid produceerde. Natuurlijk keek het vrouwelijke hert achteruit, maar gelukkig had Destrius zich voorbereid en verdween hij in een rap tempo om weer opnieuw te verschijnen toen ze dacht dat er voor haar geen gevaar was. Deze keer kwam hij dichterbij dan net. Hij zag dat ze stopte voor de glazen platen die de mensen ramen hadden genoemd, maar Destrius bedacht zich niet dat ze niet alleen zichzelf zou zien erin, maar ook zijn donkere gedaante die vanuit de achtergrond steeds dichterbij naderde. Hij had dit te laat door en besloot dit keer niet te verdwijnen maar zich te laten zien aan het hert. Hij kwam een eindje boven haar uit,zo'n halve meter, maar had zich expres niet zo groot gemaakt om te voorkomen dat hij opgemerkt zou worden door mensen. Hij onderzocht haar, keek even kort in haar zwarte ogen, maar keek daarna snel weer naar haar vacht die zo wit was dat het bijna in je ogen stak. Het viel hem ook meteen op dat ze verwondingen had, waarschijnlijk veroorzaakt door roofdieren met een stevige beet. Maar ze was klaarblijkelijk ontkomen. Destrius bleef zwijgzaam, wist niet wat te zeggen tegen het dier, maar probeerde zich groot te houden en sprak uiteindelijk toch wel, zo neutraal en kort mogelijk. ''Wat is er gebeurd?'' vroeg hij met een zware rasperige stem, en doelde op haar verwondingen.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein ma mei 12, 2014 10:10 am

Akyra keek het andere hert geschrokken aan maar was toch wel opgelucht dat het geen roofdier was, ze was verbaasd dat ze hem niet gehoord had aangezien de hoeven van zo´n groot dier toch geluid maken? Uiteindelijk maakte het zwarte hert een opmerking over haar verwonding "Wat is er gebeurd?".
Akyra keek kort naar haar met bloed besmeurde flank en toen weer terug naar het hert "Aangevallen door een wolf, maar ik heb er niet zo veel last van hoor, het ziet er erger uit dan het is" zei ze nog op een wat voorzichtige toon, het was lang geleden toen ze voor het laatst sociaal contact had met een ander dier laat staan een ander hert. Haar kudde had haar lang geleden al verstoten vanwege haar opvallende kleur, maar toch leefde ze nog en daar was ze trots op

Akyra kon het toch niet helpen om stiekem even een blik op het imposante gewei dat het mannelijke dier had te werpen maar keek snel weg blozend onder haar vacht, hopend dat het niet opviel, ze was toch wel onder de indruk van het grote mannetjes hert.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein zo mei 18, 2014 12:40 pm

Het vrouwelijke hert richtte even haar blik naar haar door het bloed rood gekleurde stuk flank. Daarna vertelde ze Destrius dat ze aangevallen was door een wolf, maar dat ze er geen last van had. Destrius fronste kort. Waarom had ze even naar haar flank gekeken? Misschien om in te schatten of het er wel niet té erg uit zag. Als je dan zei dat je er geen last van had, was het uiterst ongeloofwaardig. Door haar witte vacht was al het bloed dat ze verloren was duidelijk zichtbaar, dus het was inderdaad zeer goed mogelijk dat het er erger uitzag dan het was. Toch zou hij zelf als hij zo'n wond had niet gerust zijn. Hoewel de wond zou genezen, zou er wel een infectie van de wond kunnen optreden. Misschien droeg haar aanvaller wel gevaarlijke bacteriën of ziektes in zijn speeksel. In dat geval kon ze ongelooflijk beroerd en ziek worden, met hoge koortsen, zweten, trillen en uiteindelijk vanbinnen zo vergiftigd zijn dat ze zou sterven.

Met een schuin oog keek het zwarte hert naar de wonde, wantrouwig schraapte hij zijn keel. Hij wou vragen of ze het wel zeker wist dat het mee viel, maar besloot te zwijgen en eerst een tijd toe te kijken hoe het hert zich er vanaf zou brengen met die beschadiging. Het grote zwarte edelhert kwam nog enkele stappen dichterbij. Hij keek haar met een licht schuin gehouden kop aan. Hoewel het dier een wonde had leek ze meer kleur in haar gezicht te hebben dan wanneer hij net aan was komen lopen. Was het dier nou aan het blozen of kreeg het nu al last van koortsen? Hij voelde een grijns aankomen op zijn gezicht en kon het gelukkig deels tegenhouden zodat het maar heel lichtjes zichtbaar was dat een van zijn mondhoeken ineens een stuk omhoog rees. Hij schudde zachtjes zijn kop, alsof hij daarmee dacht de grijns van zijn gezicht af te kunnen krijgen.

Hij probeerde iets te bedenken om tegen haar te zeggen zodat zijn mond in ieder geval in een normale stand kwam. ''Wat brengt jou eigenlijk hier?'' besloot hij uiteindelijk te vragen. De aanleiding wad simpel. Herten probeerden meestal juist de mensengebieden te mijden. De gebieden leken leeg en verlaten door de mensen, maar niets was minder waar. Sommige mensen verschansten zich juist in en rondom de gebouwen omdat de muren ze een artificieel gevoel van veiligheid gaf. Dat kon hij als geen ander weten. Als een huis in de brand was gevlogen gaven de muren geen veiligheid. Wanneer je door de vergiftigende rook, over de grond kruipend en hoestend de deuren niet meer kon vinden waren die verrotte muren het laatste ding wat je zag voordat je het leven liet.

Een andere reden was dat de twee samen behoorlijk opvielen, als een spierwit en een bijna zwart hert. Ze zouden niet alleen wekenlang een maaltijd kunnen vormen voor meerdere mensen, maar hun vacht of koppen waren ook meer dan geschikt voor kleden, kleren of jachttrofeeën. Met deze gedachten in zijn kop keek hij kort naar achteren, maar hij kon geen andere aanwezigheid zien of voelen. Zijn 'voelkunsten' waren dan ook niet heel goed ontwikkeld, dus zeker was hij er niet van. Hij luisterde aandachtig naar het blazen van de wind, en hoorde te veel dingen door elkaar om het allemaal te kunnen plaatsen. De wind die door de gaten in sommige ramen naar binnen waaide, de door mensen gemaakte voorwerpen die over de grond heen rolden, het lichte gekraak van de treinstellen... Hij werd er niet geruster op. ''Misschien is het beter om een veiligere plek op te zoeken voordat we gevonden worden.'' opperde hij tegen de witte hinde.



Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein do mei 29, 2014 11:55 am

''Wat brengt jou eigenlijk hier?'' vroeg het zwarte hert, Akyra keek even bedenkelijk naar de grond ze wist niet waarom ze zomaar mensengebied binnen getreden was, misschien uit paniek vanwege die wolf, waar ze zich ook maar zou bevinden ze zou altijd een opvallende prooi zijn.
"door de achtervolging van dat vervelende roofdier ben ik hier beland" antwoordde ze uiteindelijk.
Een beetje nerveus door de aanwezigheid van het enorm aantrekkelijke mannetjes hert leunde ze van de ene op de andere hoef maar stopte hier al snel mee doordat ze de wond weer voelde trekken en slikte even om een uiting van pijn te voorkomen, anders zou ze zwak overkomen en dat bracht nog meer gevaar voor roofdieren met zich mee, alsof dat niet al erg genoeg was.

Ze keek weer op nadat het zwarte hert geopperd had om naar een veiligere plek te gaan. Akyra knikte instemmend, ze zou hem overal willen volgen, bij deze gedachte bloosde ze weer een beetje en wierp stiekem weer een blik op het grote gewei waarna ze hem vervolgens snel weer aankeek wachtend om achter hem aan te kunnen lopen.
Ze bedacht zich opeens dat ze de naam van het mannelijke dier nog niet wist en besloot zich ondertussen maar voor te stellen "uhm hoe heet je eigenlijk? mijn naam is Akyra"
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein zo jun 08, 2014 10:49 pm

Destrius knikte zachtjes, en bestudeerde de omgeving om hen heen. De spoorwegen leidden overal naartoe, maar ze zouden geen van die wegen bewandelen. De god wist dat het spoor afgezet was met hekken, en dat het pas kilometers verderop bij het volgende station weer open gezet was. Het was een perfecte plek voor mensen om kampen neer te zetten, of valstrikken. Voor dieren als Akyra was het een tunnel des doods als mensen van het pad gebruik hadden gemaakt. Destrius stapte rustig de andere kant op, langs het station zelf. Dit pad leek onveiliger omdat ze eerst door een vermenselijkt gebied moesten wandelen, maar daarna zouden ze het stedelijke gebied kunnen ontvluchten zonder teveel problemen. Zonder nog om te kijken naar Akyra stapte hij verder. Het was niet nodig om om te kijken, hier op de straatstenen zou hij het horen wanneer ze achter hem aan liep. Zijn oren werden naar achteren gedraaid terwijl hij luisterde naar het ritmische geklik van zijn hoeven op de harde stenen.

Wezens in dit gebied hadden zwaar te lijden gehad onder de apocalyps en het virus. De stenen van de menselijke bouwwerken begonnen langzaam af te breken, de grond lag vol met brokstukken van gebouwen. De natuur leek zijn macht weer terug te willen grijpen, boomwortels braken de geasfalteerde wegen open, het onkruid wrong zich door elke mogelijke kier in de bestrating en het klimop groeide zich een weg naar boven langs de muren van huizen en winkels. In Destrius' ogen was de ondergang van de mens een tragisch gebeuren, maar aan de keerzijde was het ook het beste wat de wereld maar kon overkomen. Niet de hele wereld was aangetast door het virus, maar wel een groot deel ervan. Ooit zou er misschien weer een natuurlijk balans komen op de wereld. Al zou je je dat niet bedenken als je nu over de straten keek. Overal bracht chaos en dood een zwarte depressieve deken over je gedachten. Het gevoel van opluchting vulde Destrius wanneer hij dacht aan het feit dat hij zich nergens zorgen over hoefde te maken, hij hoefde niet panisch het virus te ontwijken, zijn adem inhouden wanneer hij weer een geïnfecteerd lijk zag liggen, niet vechten om leven en overleven.

Het gevoel van opluchting werd echter al snel overrompeld door een gevoel van leegheid en gemis. De spanning van het leven. Het kunnen voelen. Die heerlijkheid wanneer je je huis uit stapte en de verse lucht door je longen liet gaan. De heerlijke warmte van een lentezon en de lichte bries die langs je wangen streek. Het gevoel van pijn, vrolijkheid, liefde. Hij kon wel mooie dingen blijven opsommen in zijn gedachten, hij mistte alles. Hij nam een grote hap adem en blies die uit. Niet aan denken, [conceal, don't feel] straks stond hij hier nog met een beteuterd gezicht. Hij schudde zijn kop lichtjes en zette zijn gedachten van zich af. Het hielp dat het andere hert tegen hem begon te spreken, en hem vroeg wat zijn naam was. Hij twijfelde altijd nog bij welke naam hij genoemd wilde worden, welke identiteit hij zichzelf gaf bij anderen. Zijn echte, originele naam die hij ook droeg wanneer hij nog in leven was, of zijn nieuwe alias, die hij droeg in het dodenrijk? Hij besloot toch maar voor het tweede te gaan. ''Mijn naam is Destrius. Prachtige naam trouwens, Akyra. Het siert je'' sprak het hert met een glimlach op zijn gezicht, terwijl hij omkeek naar het vrouwelijke witte hert.

Al snel merkte hij op dat hij niet goed had opgelet, vanuit zijn ooghoeken kon hij een dood lichaam zien liggen. Het was het lichaam van een mens, die al minimaal enkele weken dood was. Uit de mondhoeken liep een pusachtige, snotterige gele vloeistof en de ogen waren volledig ingezakt. Het haar had losgelaten en lag in plukken om de schedel heen op de grond. Stukken vlees waren al weggevreten door de maden, die in grote getalen door het zieke vlees heen zwommen. De stank was overweldigend en liet zelfs Destrius enkele stappen achteruit doen. ''Pas op. Ik weet niet precies hóe besmettelijk het is, maar we kunnen deze lucht beter niet inademen'' sprak hij terwijl hij een klein drafje maakte van het lichaam af. Hij bestudeerde het nog kort. Nieuwsgierigheid liet hem afvragen naar welke wereld de ziel van dit wezen had afgereisd. Niet de zijne in ieder geval. Grote kans dat Juvé of Mider langs waren geweest en de ziel hadden meegenomen naar hun rijk. Zijn ogen flitsten weer naar het witte hert. ''Gaat het?'' vroeg hij zachtjes aan haar, aangezien het aanzien van zo'n aangetast lichaam vrij traumatisch kon zijn. Ook hijzelf wende er maar niet aan.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein do jun 19, 2014 7:40 am

Akyra probeerde Het zwarte hert bij te houden zonder een vreemde pas aan te nemen, wat moeilijker bleek te zijn dan gedacht, ze skipte veel stappen en moest erg oppassen om niet te struikelen. Ze werd weer alert toen het imposante mannetjes hert antwoord gaf op haar vraag, ''Mijn naam is Destrius. Prachtige naam trouwens, Akyra. Het siert je''.
Destrius keek haar glimlachend aan waarna Akyra diep bloosde na het complimentje over haar naam en keek snel naar de grond terwijl ze wat verlegen met haar voorste hoef over de grond schraapte.
Voordat ze nog terug kon reageren zag ze hem plotseling een paar stappen achteruit doen en keek vervolgens naar de plek waar Destrius weg van bleek te stappen, daar lag een lijk! en het leek zwaar geïnfecteerd met iets ''Pas op. Ik weet niet precies hóe besmettelijk het is, maar we kunnen deze lucht beter niet inademen'' sprak Destrius terwijl hij van het lijk weg draafde, Akyra volgde zijn voorbeeld snel en draafde achter hem aan en deed ondertussen erg haar best om haar adem in te houden.
Eenmaal ver genoeg van het weerzinwekkende lijk vandaan hapte ze naar adem, een golf van misselijkheid spoelde over haar heen en ze had haar oren plat tegen haar nek gedrukt.
''Gaat het?" klonk Destrius zijn stem op een zachte toon,

Akyra hield het niet meer en barste in snikken uit waarna ze haar kop in zijn zwarte vacht  begroef, er was zoveel gebeurd deze afgelopen dagen, en niet alleen deze dagen...haar hele leven was een grote hel geweest. Eerst werd ze verstoten uit haar kudde omdat ze roofdieren zou aantrekken en ze was dan wel uit de kudde gestapt maar bleef wel dichtbij omdat iedereen die ze kende en liefhad daar waren, Ze had gezien hoe ze een voor een werden afgemoord door jagers, roofdieren, hoe ze afstierven door ziektes en honger, totdat zij de enige was die nog overeind stond, sinds die tijd had ze door allerlei gebieden rond gereisd zonder ook maar een ander vriendelijk levend wezen tegen te komen, alleen maar roofdieren die haar het liefst wilde verscheuren,  en dan opeens uit het niets ziet ze na jaren eindelijk een soort genoot die haar niet verstoot vanwege haar uiterlijk en zelfs aardig tegen haar is.
En natuurlijk had ze ook haar trauma's, ze had al haar geliefden ook al hadden die haar verstoten dood zien gaan, na het zien van het lijk moest ze gelijk weer aan hen denken, sommige van hen hadden zelfs dezelfde kenmerken gehad na de dood, waarschijnlijk dezelfde ziekte... gelukkig was ze zelf wel altijd op afstand gebleven, niet alleen omdat ze bang was om geïnfecteerd te raken maar ook omdat anders de kudde door had gehad dat ze nooit echt weg was gegaan.
Ergens gaf ze zichzelf de schuld dat haar kudde dood was, als ze gewoon weg was gegaan hadden de roofdieren het bestaan van de kudde niet eens op gemerkt.

Toen ze uitgehuild was deed ze een paar stappen achteruit terwijl ze nog wat na snikte
"s-sorry" fluisterde ze tegen Destrius en keek beschaamd naar de grond, hij dacht nu waarschijnlijk dat ze een of ander overgevoelig zwak vrouwtje was, dat was wel het laatste dat ze gewild had, ze had het verpest...
Ze kon bijna weer in huilen uitbarsten alleen al hierom, ze had eindelijk iemand ontmoet die aardig was, eindelijk iemand die naast haar durfde te lopen, Akyra's onderlip trilde na de gedachte dat ze de volgende paar jaar weer alleen zal moeten doorbrengen.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein vr jun 27, 2014 1:44 pm

Het witte hert schrok ook duidelijk van het vreselijk uitziende dode lichaam. Ze volgde zijn stappen en ontweek daarmee de ziekmakende bacillen die zich in en om het lijk heen bevonden. Ze keek echter niet vrolijk of opgelucht. Integendeel zelfs, haar gezicht betrok en ze snikte, om daarna haar kop te begraven in Destrius zijn dikke nekvacht. Iets wat hij nooit verwacht had. Zijn pupillen verwijdden en zijn adem stokte kort. Eerst was hij terughoudend, vooral denkend aan de regels over contact tussen een god en een levende. Voor een god was zulk contact met levende wezens iets wat nooit gebeurde, misschien was het zelfs een taboe. Als het ware waren de goden alleen op het aardoppervlakte om hun werk te doen en daarna weer te vertrekken naar hun eigen wereld. Maar de laatste tijd leken de goden steeds vaker deze regels aan hun laars te lappen. Er leken verschuivingen te ontstaan in hun denken en doen. Zoals Destrius als voorbeeld. Eerst wilde hij niet op aarde komen en niks te maken hebben met de levende wezens, maar ze boeiden hem steeds meer en meer. Hij wou ze af en toe helpen, voorzichtig en verborgen zodat de andere goden het niet zouden opmerken.

Het geluid van het wenende vrouwtjeshert doorbrak zijn onzinnige gedachten over regeltjes en andere dingen die er nu niet toe deden. Zijn concentratie werd nu gericht op Akyra. Ze waren zoveel in contact dat hij haar warmte richting hem voelde stromen en haar hart zachtjes kon horen kloppen. Dat en vele andere dingen die hij al heel lang niet gevoeld had. Deze dingen deden hem terugverlangen naar de wereld van de levenden. Naar zijn eigen leven die hij vroeger had, met een partner om al zijn gevoelens en liefde op te storten. Dingen die hij nu eindeloos moest opkroppen of volledig moest afschudden om er maar geen last van te dragen. Dat vermengd met het eindeloze gemis en verdriet om zijn vrouw en kinderen die hij veel te vroeg in zijn leven al had moeten verlaten en nooit meer terug zou vinden omdat hij gevangen zat als waker in zijn eigen lege depressieve wereld. Gevangen in het plan van de goden, waar hij er zelf een van was. Geen kans om te ontsnappen. en het was allemaal zijn eigen schuld geweest. Hij nam een hap zuurstof en blies het weer uit in een trillerige sombere zucht. Het verlangen om zijn leven over te kunnen doen of gewoon ergens zichzelf in te storten zodat hij zijn ziel kwijt zou raken en voor eeuwig verlost zou zijn van elke gedachte die zijn hoofd terroriseerde en zijn hart langzaam uiteen reet, werd elke dag groter. Waarom dacht hij zoveel? Waarom teisterde hij zichzelf hiermee? Waarom liet hij de gedachten vrij door zijn kop spoken en hem gek maken, terwijl hij ook alles van zichzelf af kon schudden en verder kon gaan met zijn 'leven'? Nee, zo makkelijk ging het niet, maar wat zou hij dat graag willen.

Hij werd weer uit zijn gedachten gerukt wanneer de hinde haar kop uit zijn vacht vandaan haalde en fluisterend haar excuses aanbood. Destrius hield zijn kop lichtjes schuin, om op een manier zonder woorden haar te laten zien dat hij haar niet helemaal begreep. Waarom bood ze haar excuses aan? Was het zo'n nederig dier dat ze haar excuses aanbood voor de tijd die ze hem kostte? Als het aan hem lag dan had het moment nog veel langer mogen duren. Wacht, wat dacht hij nu? Opgeschud door zijn eigen gedachten besloot hij dat hij zijn negatieve gevoelens voor een keer moest proberen te blokkeren en zich te laten gaan. Hij bewoog zijn kop omlaag en legde zijn kop net zo in haar vacht als zij het deed bij hemzelf. Hij sloot zijn ogen en snoof zachtjes de geur op die zijn neusgaten binnendrong. Hij merkte dat zijn hart sneller begon te kloppen en dat hij het voor het eerst in jaren weer warm kreeg. Nu hij voor het eerst in tijden weer iemand kon omhelzen en diegene kon voelen, voelde hij zich opgelucht, veilig. De warmte verspreidde zich al snel door zijn hele lichaam en gaf hem energie. De manier waarop ze hem liet voelen, voelde hij echt liefde voor dit wezen, terwijl hij haar pas net ontmoet had? Hij had lang geen liefde meer gevoeld maar hij had alle symptomen...

Hij hief zijn kop weer op en deed een paar hoefstappen achteruit. Hij keek haar recht aan in haar prachtige grote zwarte ogen. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Moest hij zich nu maar verontschuldigen omdat hij ongevraagd zijn kop in haar nek had gelegd? Hij voelde zenuwen bij zichzelf opborrelen in zijn borst. Hij wist echt niet wat hij moest doen, de gedachten vlogen door zijn hoofd, gedachten over dat hij elk moment zo kon verdwijnen met zijn krachten, maar zijn poten stonden stokstijf op de grond en hielden hem op deze plek. Hij wilde niet ontsnappen. Misschien vond hij haar dan niet meer terug. Het deed hem zeer dat ze zo'n verdriet had. Als albino hert had je geen makkelijk leven, en zeker niet in een apocalyptische situatie waar soortgenoten en familieleden om je heen elke dag besmet konden raken met een snel werkend virus. Hij kon zich nooit voorstellen wat ze allemaal al had door moeten maken. Hij wilde haar zo graag helpen, hij wilde haar beschermen tegen alle vreselijke dingen in deze vergane wereld. ''Akyra..,'' sprak hij zachtjes en bewoog zich weer meer haar kant op. ''.. als er ooit iets is wat ik voor je kan doen..'' vervolgde hij na een korte pauze. Meer kreeg hij er op dit moment niet uit, dus hoopte hij sterk dat Akyra het woord overnam totdat zijn zenuwen wat gezakt waren.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein di jul 22, 2014 11:54 am

Destrius had haar vragend met een schuine kop aan gekeken nadat ze haar excuses voor haar plotselinge uitbarsting  had gegeven, had het hem dan echt niks uitgemaakt? snapte hij niet dat ze zijn tijd aan het verdoen was met haar over-emotionele buien? was ze dan toch niet zo'n emotioneel wrak als ze dacht? had ze het dan toch niet helemaal verpest? de vragen gonsde wild door haar hoofd wat een zeurende koppijn achterliet maar ondanks dat alles voelde ze toch weer een sprankje hoop groeien...misschien zou hij toch nog even bij haar blijven.
en ze zou toch echt moeten stoppen met zo snel conclusie's te trekken, het was alleen maar zelf marteling.

Tijdens haar drukke gedachtegang had Destrius nu zijn kop in haar nek gelegd zoals zij een paar momenten geleden bij hem had gedaan, het verschil was dat hij niet huilde...maar haar geur opsnoof, Akyra voelde intense hitte door haar lichaam vloeien en als eerst nog niet zichtbaar was dat ze bloosde was het dat nu zeker wel, het voelde alsof haar hart het ieder moment kon begeven, zo snel was het tekeer aan het gaan ook was haar ademhaling duidelijk omhoog gegaan en hapte ze naar lucht maar ze genoot intens van het hele moment om zo dichtbij hem te kunnen zijn en dat was alles wat ze nu nog wilde.

Een beetje teleurgesteld dat de omhelzing voorbij was keek ze het donkere hert in zijn prachtig fel oranje ogen aan en hij keek terug, zo staarde ze elkaar even aan al voelde het veel langer ze had het gevoel alsof ze hem al uren lang aanstaarde en dit tot in de eeuwigheid kon blijven doen... ze voelde zich zo veilig bij hem, zoals ze zich nog nooit gevoeld had.
Ze bleef hem zo al die tijd zwijmelend in gedachte aanstaren, ze was compleet in de wolken van dit mysterieuze hert dat zojuist in haar leven was opgedoken.
Het moment werd verbroken toen Destrius weer tegen haar sprak, hij zij haar naam op een zachte toon terwijl hij weer dichterbij kwam ''.. als er ooit iets is wat ik voor je kan doen..'' vervolgde hij.
Akyra kon hier maar een enkel antwoord op bedenken en voordat ze ook maar besefte wat ze aan het doen was raakte haar lippen de zijne en gaf vervolgens een likje over zijn neus.
zonder terug te deinzen van haar eigen actie ookal was ze hier zelf best van geschrokken besloot ze moediger te zijn en fluisterde zachtjes in zijn oor "verlaat me niet" waarna ze haar kop liefelijk tegen de zijne aanwreef hopend dat hij positief op haar reageerde
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein di okt 21, 2014 1:31 pm

Hoewel de situatie er al een tijdje naar stond, verwachtte Destrius de actie van de witte hinde niet. Na de lik over zijn neus had hij even het gevoel alsof hij zo achterover kon vallen. Hij nam een grote hap lucht en keek het vrouwelijke hert aan. Zijn blik straalde warmte uit, maar het duurde niet lang voordat dit weer uit zijn ogen verdween. Het prachtige spierwitte dier wreef haar kop tegen de zijne, maar fluisterde op hetzelfde moment een verlangen in zijn oor. Het was een wens waaraan hij nooit kon voldoen. Ze vroeg hem om haar nooit te verlaten. Zijn oren bewogen zich twijfelend naar achteren. Hij bewoog zich niet weg van Akyra omdat hij oprecht genoot van het contact en de warmte van een levend wezen, iets wat hij al minimaal tientallen jaren niet gevoeld had. Het gaf hem een constant warm golvend gevoel, en hij wist dat als hij het contact met haar verbrak de warmte zou verdwijnen en de doodse kou zijn lichaam weer zou vullen.

Haar niet verlaten en haar beschermen, wat zou hij dat graag doen. Hij kende het dier net maar er was iets wat de twee wezens met elkaar verbond. Hij was in zijn jaren als god en waker over Aberrabunt tienduizenden zielen tegengekomen, maar nooit was hij iemand tegen gekomen die hem dit soort gevoelens liet voelen. Een soort vage vorm van blijheid en hoop, iets wat een leegte in zijn lijf wilde vullen, al kon hij dat niet toelaten. Op dit soort momenten verlangde hij weer terug naar het punt in zijn leven waar hij nog een kloppend hart en stromend bloed door zijn aderen had. Als een levend wezen had hij meteen toegestemd om haar te beschermen in deze zieke, barre tijden tussen stinkende lijken, vervallen gebouwen en de eeuwige stilte en duisternis die heerste over de aarde. Nee, hij was nu al te lang verwijderd geweest van zijn grijze en depressieve wereld.

Alsof dat al niet erg genoeg was, was er ook nog de kans dat een van de andere goden hem nu in de gaten hield. Innig contact met een levende ziel, het was iets wat onder de goden echt not done was. Er was nog steeds een grote onzichtbare muur tussen de goden en de wezens die nog op de aarde leefden. Ze mochten hier doorgaans alleen komen om zielen van gestorven wezens te bevrijden en te begeleiden naar een van de godenwerelden. Je verder bemoeien met de levenden mocht niet. Je mocht ze niet beïnvloeden, ze verwarren door je goddelijke vorm te laten zien was ook onwenselijk en levende wezens doden was in bijna alle gevallen ten strengste verboden. Anders was dat de perfecte oplossing geweest. Met zijn kracht kon hij makkelijk het fragiele nekje breken van de hinde, genoeg om haar in seconden te laten sterven. Om vervolgens weer samen te komen aan de andere kant. Destrius kneep zijn ogen dicht, zijn eigen gedachten afkeurend. Hoe kon hij zulke dingen nou in zijn hoofd halen? Alsof het in zijn hoofd nog niet chaotisch genoeg was, kreeg hij er ook nog eens psychopathische neigingen bij.

Een reden om haar los te laten. Langzaam nam hij een paar stappen naar achteren en slaakte een zucht. De koude lucht vulde zijn longen en koelde de rest van zijn lijf zodanig af dat er een rilling over zijn rug liep. ''Het spijt me...'' zei hij met een rauwe rasperige stem. Hij schraapte zijn keel en vulde zijn zin aan. Het kostte hem veel moeite. Van zijn hoofd moest hij haar zo snel mogelijk de valse hoop ontnemen, maar zijn hart probeerde hem tegen te houden. Zijn sombere blik sprak boekdelen. ''... ik zou je zo graag willen beschermen van dit alles... maar ik kan het niet. Ik kan hier niet blijven'' sprak hij treurig. Een pijnlijke stilde werd alleen doorbroken door het geluid van de wind die door zijn vacht en langs zijn oren blies. De god bleef met een pijnlijke blik staan, wachtend op reactie van de witte hinde.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Akyra

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein vr mei 22, 2015 1:28 pm

Akyra genoot intens van het moment dat ze haar kop tegen dat van Destrius aanwreef, haar hart ging tekeer van  de adrenaline kick die ze had gehad door daadwerkelijk het lef te hebben dit te doen, en haar lippen tintelde nog na van het bijzondere contact.
Ze liet haar blik glijden over het strak gespierde en gestroomlijnde lichaam van het grotere mannelijke hert, ze wilde niet bij hem weg...ze wilde niet meer alleen zijn, ze haatte het om alleen te zijn, ze maakte zichzelf gek met haar gedachtes die altijd door haar kop zweefde als ze niemand had om mee te praten.
Ze keek Destrius met grote hoopvolle ogen aan, wachtend op de woorden dat hij voor altijd bij haar zou blijven.

Het was een enorme klap in haar gezicht toen dit niet het geval was,''Het spijt me...'' zei het donkere hert waarna hij nog zijn keel schraapte ''... ik zou je zo graag willen beschermen van dit alles... maar ik kan het niet. Ik kan hier niet blijven''.
Het was alsof haar hele wereld in elkaar stortte, geschokt keek ze hem aan, de pijn in haar hart was ondragelijk ze voelde haar knieën trillen alsof ze het elk moment konden begeven, ze had een prop in haar keel en zonder dat ze er ook maar iets aan kon doen stroomde de tranen oven haar wangen. Ze voelde zich zo verschrikkelijk stom en ze wist niet waarom ze het überhaupt gevraagd had, het was een stomme vraag weest, niemand wilt bij zo'n opvallende roofdieren magneet blijven.
Ze voelde zich zo afgewezen en wist niet wat ze nu nog kon doen.

Met een trillende en zachte stem begon ze uiteindelijk toch nog te spreken "Sorry voor het verdoen van je tijd dan, het is oké hoor ik ben het gewend dus je hoeft je niet schuldig te voelen hierover, ik weet dat ik erg opval en roofdieren aantrek, het was stom van mezelf om van een ander te verwachten om bij me te blijven" ze dwong zichzelf nog een laatste keer een glimlach te werpen naar het knappe mannelijke dier wat nu nog voor haar stond voordat ze zich omdraaide en zachtjes huilend de duisternis van de wouden in sprintte. Ze maakte zulke groot mogelijk sprongen als ze kon en glipte behendig tussen alle bomen en bosjes door ze rende zo ver als ze kon steeds dieper het bos in totdat ze na een flinke afstand afgelegd te hebben door haar benen zakte, happend naar adem en duizelig.
Alles draaide en verslagen legde ze haar kop neer op de vochtige bladeren.
Het maakte haar nu niet meer uit als ze verscheurd zou worden door een roofdier, een leven dat zo eenzaam was als de hare was geen leven te noemen.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein ma jun 27, 2016 12:25 pm

Natuurlijk had Destrius wel verwacht dat de witte hinde van slag zou zijn, maar hij had niet verwacht dat ze, na het excuus gemaakt te hebben voor het verdoen van zijn tijd, en zonder te wachten op een antwoord of uitleg van hem, binnen een paar seconden uit zijn gezichtsveld zou verdwijnen door tussen de duisternis van de bomen weg te sprinten. Beduusd stond het grijze hert daar nu, voor zich uit starend alsof er werkelijk geen enkele gedachte door zijn kop ging. Een paar seconden later heerste er totale stilte. Geen andere stem die tegen hem sprak, geen gekraak van bladeren en takken op de bosbodem van een wegspringend hert, zelfs de bomen leken geen geluid meer te maken terwijl ze zachtjes wiegden in de wind. Destrius was in tweestrijd, wat moest hij doen? Het eerste wat weer bij hem op kwam waren de andere goden, wie weet keken ze mee. Wat moesten ze wel niet van hem denken als hij nu achter die simpele sterveling heen sprintte? Een sterveling beschermen, gevoelens hebben voor een sterveling, het was ondenkbaar sinds het moment dat hij als god ontwaakte in Aberrabunt. Regels zoals dat werden er zo snel mogelijk in gestampt. Hij verzette zijn voorste hoeven en besloot naar achteren te kijken, in zijn gedachten verstrengeld. De makkelijkste optie was zich omdraaien en terug lopen, maar waarom deed hij dat dan niet?

De wind leek steeds meer aan te trekken, en gierde elke paar seconden door zijn oren. Zijn ogen speurden de horizon af en konden geen enkel levend iets spotten. Het was enkel en alleen leegheid. Alles was bruin en grijs. Dood, kapot, verroest. De gebouwen die mensen hier ooit hadden neergezet waren nog nooit zo lelijk en triest geweest. De ramen waren bijna allen gebroken, glasscherven lagen tussen de kleine plukjes gras en verschillende soorten onkruid die zich met alle moeite door de spleten tussen de straatstenen hadden gewurmd. Groene en blauwe vleesvliegen verzamelden zich op een muur, waarschijnlijk aangetrokken door een rottend karkas die daar in het struikgewas naast het gebouw lag te stinken. Een schurftige bruine rat die in een vluchtige zigzaggende pas de open straat overstak richting de veiligheid van de donkere verlaten gebouwen was het enige levende wezen dat hij kon spotten in het plaatje voor zich. En daar ineens leek het gevoel van ellendige eenzaamheid hem weer te raken. Deze hinde, het was het eerste vriendelijke en zorgzame wezen wat hij had ontmoet in een lange tijd. Het was het eerst sinds tijden dat iemand hem weer iets had laten voelen... op die manier. Destrius keerde zijn blik weer richting het bos waar het dier in verdwenen was. Hij kon zijn hart voelen kloppen in zijn borstkas wanneer hij zijn hoeven naar voren zette. Hij begon te lopen, te draven en te sprinten, in de hoop de hinde terug te vinden.
Gelukkig had hij niet teveel moeite met haar geurspoor achtervolgen, aangezien ze al een flinke voorsprong had opgebouwd. Voorzichtig baande hij zich een weg door de verradelijke en verstrengelende takken. Tegelijkertijd rende hij steeds harder en harder, aangespoord door zijn gevoelens. Hij voelde steeds meer onrust, er klopte iets niet. Akyra was niet het enige dier wat hij kon ruiken hier. Hij wist bijna zeker dat hij ook de geur van roofdieren kon herkennen.

Enkele minuten sprinten brachten hem op een plek waar het geurspoor zeer vers was. De grond was iets vochtiger, af en toe waren er hoefstappen te herkennen. Hij hield halt en boog zijn kop richting de grond, om de sporen beter te kunnen bekijken. De voetsporen van Akyra waren niet alleen, er volgde nu ook duidelijk een spoor van hondachtigen. En daar uit het niets leek een wolf uit het gebladerte te springen. Het beest wierp zich op de rug van Destrius, net achter zijn dikke vacht, waar zijn huid makkelijker te doorklieven was. ''Blyat! fuck!'' slaakte hij uit, al was het meer door het verrassingselement van het roofdier dan de pijn van de hoektanden die zich in hem boorden. Hij kon moeilijk bij zijn eigen rug en moest daarom iets anders verzinnen om van de rover af te komen. Hij rende richting een boom en beukte zichzelf er tegenaan, met het resultaat dat de wolf tussen hem en de boom geplet werd. De wolf liet een korte piep horen, maar hield stug vol. Dan nog maar een keer, met nog meer kracht beukte hij zich zo hard mogelijk tegen een boom. Dit keer verloor de wolf zijn grip en stortte op de grond. Destrius steigerde met het idee om daarna de wolf met zijn hoeven te verpletteren, maar de wolf kon weg glippen en rende er met zijn staart tussen zijn benen er vandoor. Zijn gepiep had echter wel de aandacht van zijn soortgenoten getrokken. Destrius zag ze niet, maar kon hun geluiden nabij horen.

Ze hadden Akyra eerder gevonden dan hij. Hij kon het witte gedaante nu duidelijk zien liggen. Hij kon de rest van de wolven zien, ze verscholen zich in het struikgewas en slopen langzaamaan en geruisloos dichter naar haar toe. Ze waren nu zo'n 150 meter van de hinde verwijderd. Hoog tijd om ze een halt toe te roepen dus. Een eindsprint zorgde ervoor dat hij het voor elkaar kreeg om zich tussen Akyra en de wolven te begeven. De roofdieren, waarschijnlijk gewend om vooral halfrotte lijken en kleine knaagdieren te eten, waren niet van plan om dit enorme feestmaal zo snel van zich af te laten pakken. En mochten ze het mannetjeshert ook nog uit kunnen schakelen, dan hadden ze voedsel voor een maand. Maar helaas voor hen wisten ze niet wat Destrius was en dat ze geen enkele kans hadden om te winnen vandaag. Destrius wist wel een beetje telekinese, en besloot eerst te proberen om de wolven hiermee weg te jagen. Levende wezens doden was namelijk ook absoluut verboden als godheid. Hij slingerde hiermee een van de wolven naar achteren, de doornachtige struiken in. Het dier krijste het uit toen het in aanraking kwam met de 2 centimeter lange doorns, maar kwam toch terug. De twee wisselden elkaar daarna af, steeds probeerde er een langs Destrius zijn poten te glippen om Akyra te grazen te nemen. Destrius liet zich niet zo makkelijk afleiden maar was het wel snel zat. Wanneer een van de wolven voor de zoveelste keer langs hem probeerde te gaan, terwijl de andere naar hem blafte en gromde om hem af te leiden, bracht Destrius zijn gewei in het spel. Met een flinke zwiep nam hij de wolf op zijn gewei en slingerde hem zo ver mogelijk de lucht in. Het dier kwam weer neer, de lucht werd uit zijn longen geslagen en hij beet de gaten in zijn tong doordat zijn kaak dichtklapte door de kracht waarmee hij tegen de grond kwam. Dit was genoeg voor de wolf om het hazenpad te nemen. Goed, dat was één.

Destrius draaide zich om en zag dat de andere wolf zijn zin had gekregen, terwijl hij met de andere wolf bezig was geweest, had het roofdier zich richting de witte hinde bewogen en stond op het punt om haar bij een van haar achterste poten te grijpen en mee het bos in te trekken. Destrius kon zichzelf nu niet meer inhouden en sprong luid snuivend op de wolf af. Hij draaide zijn kop zo dat de punten van zijn gewei het dier op meerdere plaatsen zou spietsten. Hij wierp zijn kop omhoog, met de wolf nog steeds vast gekliefd op zijn gewei, en schudde zo hard mogelijk heen en weer totdat de huid van de wolf zo uitscheurde dat hij loskwam en op de grond neerviel. Het dier sleepte zich, ellendig van de pijn richting een boom, waarna Destrius een aanloop nam en het onfortuinlijke dier een harde bodycheck gaf tegen de boom. Donker, plakkerig bloed spetterde in het rond. Het lichaam plofte op de grond. Enkele seconden bleef Destrius nog kijken, met als doel om te kijken of het dier nog een ademhaling had, maar hij werd afgeleid. Het bloed dat uit het lichaam sijpelde en over de grond trok werkte bijna hypnotiserend. Hij schudde zijn kop en keerde zich naar Akyra. Zij was nog de enige, het gevaar leek geweken.

Snel liep hij naar haar toe en bestudeerde haar aandachtig. ''Gelukkig, je bent niet gewond...'' zei hij, waarna hij een diepe opgeluchte zucht slaakte. Wel zaten er een paar bloedspetters op haar anders perfecte witte vacht, maar deze waren veroorzaakt door zijn gewelddadige optreden zonet. Hij liet zich naast haar zakken en boog zijn kop over haar heen, waarna hij de bloedspetters voorzichtig van haar af likte. Het werkte niet perfect, het werd wel minder donker, maar voor de rest smeerde hij het vooral uit. ''Het spijt me voor de troep'' zei hij, doelend op haar bevlekte vacht. Hij stopte met likken en zweeg lang. Hij hoopte alleen maar dat ze niet bang voor hem was geworden en weg zou sprinten. Ach, misschien deed ze dat niet. Maar ze moest wel vol met vragen zitten na het schouwspel van net. Misschien kon hij haar daarom uitleggen waarom hij niet bij haar kon blijven. Hij slaakte weer een kleine zucht en liet zijn kin rusten op Akyra haar vacht. Hij was bijna vergeten hoe mooi, maar ook hoe vermoeiend het was om zo om iemand te geven.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Op vreemd terrein

Terug naar boven Go down

Op vreemd terrein

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Trainstation Sero-