IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

Refreshing

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Nevada

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd: 24
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Refreshing vr jun 21, 2013 8:28 am

Andere mensen vochten in de opslagen van gesloopte en lege winkels om de frisse kleren die daar nog lagen. Er werd gestolen, of mensen werden gewoon in elkaar getrapt om daarna helemaal uitgekleed te worden. Zo ging dat tegenwoordig hier op straat. Nevada staarde kort naar buiten, maar gelukkig was dit een erg stille buurt. Niet minder angstaanjagend, ze had het gevoel dat er elk moment een gewapende gek voor de winkel kon staan om haar dood te steken. Toch draaide ze zich om, zelfs al had ze dat branderige gevoel op haar rug dat iemand haar in de gaten aan het houden was. Ze liep naar achter in de winkel, forceerde de personeelsdeur -wat niet zo moeilijk was, hij was rot- en probeerde de deur weer zo netjes mogelijk het gat te laten sluiten. Ze keek om zich heen en zag haar doel daar, een toiletruimte. Snel stapte ze op haar tenen er heen en gooide een stapel kleren op de grond. Ze keek zichzelf aan in de spiegel en trok de kleren die ze op dit moment aan had uit.

Ze waren ongelooflijk smerig geworden, wat niet abnormaal was met haar levenswijze. Daarna pakte ze een shirt van de grond om deze over haar heen te trekken, en daarna het spijkerjackje. Ze keek zichzelf weer aan, draaide wat voor de spiegel, en er ontstond een kleine glimlach op haar wangen. Hier had ze echt geluk mee gehad. En nee, ze had niet iemand in elkaar geslagen om deze kleding te kunnen verkrijgen. Ze had ze eerlijk gevonden, op iemand die al dood wás. Het was echter een vers lijk, want het rotte en stonk nog niet. Vandaar dat ze het zo gemakkelijk kon jatten. Ze knielde neer en liet de bandjes van haar tas van haar schouders glijden. Ze opende het en trok er een schaar uit. Ze stond weer op, staarde naar de spiegel en begon lok voor lok haar haar kort te wieken. Ze zag er dan misschien iets minder vrouwelijk uit, maar dat boeide haar geen reet. Daarbij begreep ze niet dat andere mensen het wel lang hielden, want dingen zoals een douche of een bad nemen zat er niet vaak in.

Het water stroomde niet eens meer, dus je moest ergens shampoo vinden en dan je kop ondersteboven in een sloot of rivier steken, en dat dan meerdere keren per week. Nee, gaf haar maar een korte kop. Ze had wel een keer shampoo gevonden, maar tijdens een gevecht werd haar tas van haar af getrokken en was de inhoud er uit geflikkerd. En toen stond haar aanvaller er ook nog op, die lompe zak. Resultaat; de helft van dat magische spul weg. Ze had nu ongeveer nog een kwart flesje over, en ze deed er terecht heel zuinig mee. De laatste witte pluk viel op de grond en ze streek met haar hand over haar haar. Ah, beter. Ze verschool de schaar weer -als iemand haar ermee zag kon het afgepakt worden en gebruikt als een steekwapen- en trapte de deur voor haar weg. Maar tot haar schrik stond daar iemand in de winkel. Door het slechte licht zag ze alleen het silhouet, dus wachtte ze af.

-open-
Terug naar boven Go down
Týr

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing vr jun 21, 2013 11:56 am

Een eenzame man wandelde door de restanten van wat ooit een grote stad was. Na deze vernietiging was hij enkel bewoond door rovers, die enkel eropuit waren om alles wat nog leefde neer te knallen en zelfs op te eten. Tyr had geruchten gehoord over mensen die zo hopeloos op voedsel uitwaren, dat ze hun eigen gevallen kameraden zouden bakken. Wat een wonder dat ze besmet waren dan met dit virus. En dat gebeurde terwijl Tyr werd uitgescholden voor 'wildeman' omdat hij z'n voorouders eerde, hoe erg deze wereld er ook aan toe is. Maar toch, hij had het probleem bereikt waarmee iedereen kampte: zijn kleine voedselvoorraad was op, of overgroeid met ongetwijfeld besmette wormen en maden. Dat was de reden waarom Tyr naar deze ooit zo dichtbevolkte plaats reisde, een winkeltje vinden waar er nog een beetje eten was. 'In de KCF valt er allesinds niets te vinden.' dacht Tyr mistroostig toen hij voorbij een platgebrand gebouw liep. Uiteindelijk zag hij een teken van leven, een blanke jongeman van minstens 18 liep gehurkt uit een oude nachtwinkel, met een fles water in zijn handen. Hij had een schotwonde in zijn been. 'He, alles in orde?' vroeg hij terwijl hij op de jongeman afliep, die neerviel. Toen hij opkeek en Tyrs gezicht zag, brulde hij het uit van angst en hinkte hij zo snel als hij kon terug de winkel binnen, en blabberde iets in het Spaans. Even dacht hij zelf een volwassen stem te horen die tegen de jongen sprak. In ieder geval Tyr had er een zeer slecht gevoel over en besloot zo snel mogelijk een klein steegje in te rennen.

En hij had gelijk; in het steegje liepen er twee mensen. Eentje was van Spaanse afkomst, had een dubbele kin, stoppelbaard en een kogelriem rond zijn middel. De andere leek een gewone westerling, en had een AK-47 in zijn knokige handen vast. Tyr kon zich tijdig achter een vuilniscontainer verstoppen en hun gesprek horen. 'Mijn kleine Jordan zeggen dat hij langharige man gezien heeft met dikke rugzak en groot mes op rug.' zei de Spanjaard in het gebrekkig Nederlands. 'Wel wel, nog een wilde die in een fantasiewereld leeft en denkt dat messen en zwaarden beter kunnen doen dan mijn lieveling hier? ' zei de andere man, terwijl hij met een soort trots zijn machinegeweer streelde. 'In ieder geval, we moeten hem vinden. Als die zak van hem werkelijk vol met proviand zit, zijn we safe voor de komende week. En als het een dikzak is misschien nog wel wat langer.' De westerling lachte manikaal toen hij dat zei. Tyr voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Deze stad zat werkelijk vol met rovers en kannibalen! Wat een dwaas was hij geweest om hier te komen in de eerste plaats.

Een klein beetje verder stond er een personeelsdeur open, waarschijnlijk opengewaaid. Als de twee rovers gewoon lang genoeg de andere kant opkeken kon hij stilletjes naar binnensluipen. Geruisloos sprong hij over de container en sloop hij naar de personeelsdeur. Dit ging helemaal vlotjes, al zou Tyr liever op ze afgestormd hebben en ze een permanent bezoek naar Niflheim gaven, deed hij dit niet. Tegen dat machinegeweer had hij beter met colablikjes kunnen gooien. Toen hij zag waarin hij beland was, had hij totaal geen spijt van zijn beslissing, hij was in een andere winkel beland. Met een beetje geluk zou er toch ergens eten zijn die de rovers over het hoofd zagen. Hij zocht de hele winkel door, haalde alle rekken ondersteboven maar helaas, niets. De enige ruimte waar hij nog niet heeft bezocht was, was de toiletruimte. Net toen hij naar de deur wou lopen, ging deze al open. In een paniekreflex ontblootte Tyr zijn zwaard en richtte het naar de persoon die drie meter verder in de deuropening stond. Een jonge vrouw, met wit kort haar keek even geschrokken als hem, en ze zag er ongewapend uit. 'Ben je een van hen?' siste hij terwijl hij naar de open deur wees. Hoe langer hij naar haar keek, hoe idioter hij zich voelde dat hij een wapen op een vrouw gericht hield. Langzaam liet hij het zakken. Op haar gezicht stond er niets kwaads te lezen, dus besloot hij maar de mysterieuze vrouw in vertrouwen te nemen en zijn wapen op te bergen. 'Sorry, ik weet niet echt wie te vertrouwen in deze stad.' stamelde hij. 'Ik kwam namelijk net een jongen tegen, die gewond leek, maar een hele gang is gaan waarschuwen van m'n aanwezigheid door mijn vriendelijkheid.' Vertelde hij terwijl hij naar de toonbank liep, waarop een opengebroken kassa stond. Geen cent meer. Deze rovers hadden de winkel volledig leeggeplunderd. 'Wat spookt een meisje dat er verstandiger uitziet dan rovers in dit gevaarlijk gat uit?' vroeg hij. Van alle dingen die hij in de afgelopen uren heeft gezien wist nu wel hij één ding zeker; dat je beter niet alleen, met alleen een zwaard en zonder vuurwapen een stad binnenloopt vol met plunderaars die alles zouden eten om te overleven.
Terug naar boven Go down
http://flightrising.com/main.php?p=lair&tab=userpage&id=
Jareth

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing za jun 22, 2013 12:52 pm

Het was stil op straat en de verwoesting was overal te zien. Ingestorte of verbrande huizen. Open gebroken en overhoop gehaalde winkels, ingeslagen ruiten en hier en daar zelfs een lijk. Het was triest om te zien maar de jongeman die op straat liep was voor het eerst in deze stad. Hij heeft nooit gezien hoe het vroeger was en nu hij hier al een tijdje rond liep interesseerde het hem niet meer zoveel. Hij was meer geïnteresseerd in het vinden van voedsel, een schuilplaats of het tegen komen van mensen. Dat laatste kon nog wel eens interessant zijn aangezien de stad bezaaid was met ongure types, maar het lukte hem altijd om ze op een vriendelijke afstand te houden. Misschien lag het aan zijn manieren of het feit dat Jenner ze op een veilige afstand kon houden. De hond liep nu naast hem aan een leren riem. Dit gedeelte van de stad stond erom bekend dat er gevaarlijke mensen rond hingen. Dieven en moordenaars. Jareth kende zijn hond en wist dat hij wel eens agressief achter een vreemde aan kon gaan en hij vond dat niet zo’n fijn idee. In de ene hand hield hij zijn riem vast en in de andere zijn geweer, geladen en wel. Hij had tot nu toe erg veel geluk gehad, hij had altijd genoeg voedsel gevonden, was nooit ernstig ziek geworden en had nog een hele grote voorraad magazijnen en kogels. Dat geluk kon zomaar omslaan dus bleef hij op zijn hoede en was voorzichtig met alles wat er verdacht uitzag. Nu bijvoorbeeld de stilte. Het was te stil en hij merkte aan Jenner dat ze werden bekeken, maar er kwam niemand te voorschijn. Dus hij liep rustig verder en probeerde niet te dreigend over te komen.
 
Zijn lange zwarte jas voelde warm om zijn lichaam en hij wou hem liever uit doen maar hij was in een te open plek. Zijn ogen gleden over de gebouwen en bleven hangen op een kleding winkel. Jenner bleef er met opgestoken oren naar staren en hing aan zijn riem. “Oké jongen, zullen we daar gaan kijken?” Hij liep op het gebouw af en zag naast het gebouw in een steeg een man naar hem kijken. Hij stond tegen de muur, armen over elkaar en sigaret in zijn mond. Naast hem stond een machine geweer tegen de muur. Jenner begon zacht te grommen naar de man en liep met nekharen overeind naast Jareth, die zijn geweer om zijn schouder hing. Hij hoopte dat de man hierdoor zou begrijpen dat hij geen kwaad in de zin had en knikte zacht naar hem als begroeting. De man deed niks, bleef staan en liet alleen zijn ogen langs Jareth en Jenner glijden.
 

Voorzichtig stapte hij de kleding winkel binnen. Het was donker en alles lag overhoop maar het eerste wat hij zag was een man. Hij stond achterin de winkel met zijn rug naar hem toe. Hij had lang haar, wat Jareth een beetje verbaasden. De man had hem nog niet opgemerkt en was duidelijk met iemand aan het praten, hij kon niet zien wie, dus wilde hij zich omdraaien om verder te gaan toen Jenner opeens wild kwispelend en speels piepend een ruk aan zijn riem gaf. Jareth zag het niet aankomen en de riem glipte uit zijn handen achter Jenner aan de winkel in. De riem sleepte over de grond en trok van alles om. De kleding rekken en paspoppen vielen met een hoop kabaal op de grond. Jareth rende meteen achter hem aan en sprong behendig over de vallende voorwerpen. Zoals hij al dacht was Jenner op de man afgerend maar in plaats daarvan sprong de hond voorbij de man, tegen een meisje aan. Ze had kort haar en had een bepaalde uitdrukking op haar gezicht. Jareth keek verbaast toe hoe zijn eenkennige hond opeens totaal onverwachts vrolijk tegen het meisje op sprong om haar gezicht te likken. Het gebeurde allemaal zo onverwachts en snel dat ze allemaal een beetje overrompeld waren. Vlug liep hij naar Jenner toe en trok hem van het meisje af. “Sorry, sorry! Dit doet ie normaal nooit.” Hij liep een paar passen achteruit en trok Jenner met zich mee die op zijn achterpoten naar het meisje probeerde te springen, zijn voorpoten in de lucht gestrekt. “Jenner! Zit!” meteen zakte de hond op zijn kont maar hij bleef kwispelend naar het meisje kijken. Jareth grinnikte even. Jenner hield niet van mensen. Hij was altijd totaal geobsedeerd geweest over Jareth en als hij eindelijk iemand had geaccepteerd dan negeerde hij die persoon meestal gewoon. Hij had nog nooit gezien dat zijn hond zo op een vreemd iemand kon reageren. Hij keek naar het meisje en vroeg zich af wat Jenner zo interessant aan haar vond. “Mijn excuses, ik zal me even voor stellen. Mijn naam is Jareth Auel. Ik hoop niet dat hij jullie al te erg heeft laten schrikken?” zei hij knikkend naar de hond. Hij keek eerst het meisje aan en vervolgens de man en zette een kleine vriendelijk glimlach op… 

(God note: + remission voor het wegtrekken van de hond en het aardige excuses/voorstellen)
Terug naar boven Go down
Nevada

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd: 24
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing do jun 27, 2013 9:33 am

De schim kwam dichterbij en trok tot haar schrik een zwaard die hij op haar richtte. Ze keek naar het ding terwijl het glinsterde in het kleine straaltje licht dat de winkel in kwam via de ingang, en daarna keek ze de man aan. Ze kon nu zijn kleuren en vormen zien. Hij zag er een beetje uit als een zwerver.. of meer als een Noors iemand? Hij had een vrij tenger gezicht, een kort baardje en het haar bovenop zijn hoofd was een stuk langer dan dat van haar. Lang had ze niet om hem te bestuderen want hij begon tegen haar te spreken. ''Ben je een van hen?'' zei hij, sissend, terwijl hij naar de open deur wees. Nevada keek hem voorzichtig vragend aan en rees een van haar wenkbrauwen op toen de dreiging minder werd, wanneer hij zijn zwaard langzaam liet zakken. Deed haar er aan denken, waar was haar wapen? Shit, ze had haar tas laten liggen in de toiletruimte. Aan de zijkant van haar tas had ze een band bevestigd waar ze haar geweer in kon schuiven en er weer gemakkelijk uit kon halen. Daar had ze echter geen reet aan als ze met haar domme kop dat ding vergat.

De vreemde man verontschuldigde zich tegenover haar omdat hij haar had bedreigd met zijn wapen. Hij legde uit dat het kwam omdat hij niet wist wie hij kon vertrouwen, met een uitleg er aan vast van een gebeuren dat hem net overkomen was. Nevada knikte zachtjes. Natuurlijk, ze begreep het. Ze deed het zelf ook dikwijls. Ze had al tientallen keren meegemaakt dat er een situatie was waarbij zij tegenover een onbekend iemand stond, haar geweer tegen zijn of haar gezicht aan, klaar om de trekker over te halen, terwijl ze er later achter kwam dat diegene volledig ongevaarlijk was. Je kon niet voorzichtig en agressief genoeg zijn in deze wereld. De man liep naar de toonbank en nam een kijkje in de kassa, terwijl Nevada elke voetstap van hem volgde. ''Wat spookt een meisje dat er verstandiger uitziet dan rovers in dit gevaarlijke gat uit?'' Nevada zweeg even, dacht na over hoe ze het moest verwoorden, en sprak toen weer. ''Laten we maar zeggen dat het een snelle onderhoudsbeurt was.'' zei ze licht grappend. ''Spiegels worden steeds moeilijker te vinden'' zei ze daarna terwijl ze met een van haar handen over de achterkant van haar nek wreef, omdat daar wat haartjes waren blijven zitten.

Net voordat ze zich wou omdraaien om snel terug te lopen naar de achterzijde en haar spullen en wapen weer in beslag te nemen, hoorde ze het snelle getik van nageltjes over de winkelvloer. Een hond kwam aangerend en sprong verrassend snel tegen haar aan. Op dit soort momenten zou ze normaal meteen haar geweer getrokken hebben. Op mensen schoot ze dan misschien niet meteen, maar op onbekende honden wel, zonder twijfel. De meeste honden die je nog in het wild of in de steden vond waren verwilderde honden die solitair of in groepen jacht maakten op kleine dieren als eekhoorns, ratten en konijnen. Maar als zo'n groep een eenzaam mens tegen kwam, zou die ook niet gespaard blijven. Een lichte rilling liep over haar rug. Ze had sterke, nare herinneringen aan die dieren. Het gehijg en geblaf dat vanuit de verte naderde en steeds dichterbij kwam, totdat zo'n schim in een paar seconden veranderde in een moordmachine en tegen je aan sprong in een poging om een stuk vlees van je lichaam af te scheuren. Gelukkig had deze hond een baasje, die het beest van haar af trok.

Daarna verontschuldigde de jongen zich tegenover haar (dat leek maar door te gaan vandaag) en liet het dier zitten aangezien die in de eerste instantie niet wou stoppen met opspringen in haar richting. Hoewel de hond kwispelend op de grond zat deed Nevada een enkele stap achteruit. Ze keek de tweede man aan, deze leek iets jonger dan de andere, en deze begon zich meteen voor te stellen. Zijn naam was Jareth Auel. Die voor-en achternaam had ze in ieder geval nog nooit in haar leven gehoord. Ze kon niet plaatsen waar die naam in hemelsnaam vandaan moest komen. De jongen voegde er nog een vraag een toe, namelijk of de hond haar niet teveel had laten schikken. Hij glimlachte vriendelijk naar haar, en op een of andere manier werkte het aanstekelijk. Terwijl ze normaal bijna nooit lachte, kwam er nu ook een glimlach op haar eigen gezicht. Nu ze een beetje op haar gemak was doordat de ene man vriendelijk was en de andere vriendelijk én ongewapend, dacht ze weer aan haar tas. Ze kon veilig normaal naar achteren lopen, zouden er enge mensen binnen komen, dan zou ze het horen. ''Een momentje hoor..'' zei ze, terwijl ze met enige snelheid naar achteren stapte. Ze keek naar haar tas, deed hem dicht en wierp hem om haar schouder. Daarna bewoog ze zich weer naar de mannen toe en keek ze beiden kort aan. ''Mijn naam is Nevada. Nevada Collins. Aangenaam kennis te maken..'' zei ze, maar klonk zoals normaal niet heel erg vrolijk en overtuigend.
Terug naar boven Go down
Liz

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd: 25
Remission: Wrong

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing za jun 29, 2013 11:25 am

'Wacht op mij!' Schreeuwde de laatste knul voordat hij door het gat van gebroken glas sprong en achter zijn groep van nog drie jongens na ging. 'Kom hier, teef!'
Liz hoorde de groep een kabaal maken om haar, terwijl zij ervandoor ging door de afgebroken stad. Een steeg in, lege tonnen omver gooiend om er alles aan te doen om ze te verhinderen. Misschien dat ze deze keer een beetje de grens over was gegaan.
Een schot klonk, ze hoorde het nog geen tien meter van haar verwijderd tegen de grond aan knallen en maakte een licht sprongetje. Ze moest zich nu niet af laten leiden, maar haar hoofd erbij houden. Behendig klom ze een steeg trappetje op en trok zichzelf door een open gebroken raam, die ze daarna gauw genoeg achter zich sloot. Zonder te blijven kijken maakte ze zich een weg door het huis waar ze al een aantal keren eerder was geweest om te gebruiken als hindernisbaan voor degene die haar achterna zaten. Hier en daar een omgevallen kast of een gat in de vloer waardoor ze naar de begane grond vielen en hopelijk een been braken. Je krijgt me toch niet, je krijgt me toch niet. Ja, dat was het motto waar ze zich aan hield. Er klonk nogal wat gestommel en daarop volgend een bonk dat klonk alsof iemand een smak op de grond had gemaakt. 'Godver, mijn knie.' Kreunend om pijn schreeuwde de jongen die de groep leidde. Of voor nu had geleid. Andere jongens mompelden iets wat ze niet kon verstaan, waarschijnlijk vragende of ze de achtervolging in moesten zetten. 'Ik bloedt, breng me Esriverdomme terug. We krijgen haar later wel. HOOR JE ME, BITCH?! WE KRIJGEN JE.' Hahahaha.

Uren waren inmiddels verstreken en Liz had zich een weg terug gebaand naar d'r schuilplaats in de bossen, terwijl de zon omhoog gekomen was om lichtstralen door de takken van de bomen op haar gezicht te schijnen. Voordat ze de bebladerde takken voor haar hut wegschoof dan en ze naar binnen liep. Zwarte vegen bevonden zich op haar gezicht, emotie was verdwenen uit haar ogen en gescheurde kleding sierde haar lichaam. Dat was van de brunette geworden door de apocalyps. Een zielloze loner die weinig genade gaf aan mensen die haar het leven konden geven.
Met genoegen nam ze een hap uit een appel van haar voedselvoorraad. Zolang ze zich hier schuil hield, op een plek waar haast niemand kwam en het haast ook niet opviel dat er hier een soort hut à grot bevond, hoefde ze zich ook geen zorgen te maken om haar nest lang te verlaten om op ontdekking te gaan. Ze had niet veel, maar genoeg om er een leven van over te houden. Het alleen zijn had dan ook zijn nadelen, onder andere dat ze zelf alles moest doen. Dus ook het wassen van haar kleding, voordat ze te erg zou stinken en ze haar op een kilometer afstand al konden ruiken. Het vinden van kleding was moeilijk, bovendien interesseerde het haar niet om de nieuwste mode, of wat er nog van hang, te hebben.

Het klokhuis van de appel achterlatende aan de rand van het bos, trok ze de stad opnieuw in. Dag had aangebroken, al was zij inmiddels al vele uren wakker. Liz was een lichte slaper en bovendien was ze er nu aan gewend geraakt om niet meer dan zes uur slaap te hebben. Hierdoor had ze meer tijd om op jacht te gaan en nieuwe benodigdheden te vinden. Met een dolk in haar versleten laars en een oud geweer op haar rug, die het niet lang meer vol zou houden en weinig ammo bevatte, voelde ze zich veilig genoeg om open en bloot door de straten van de stad te lopen. Al nam ze meer de rustigere straten dan degene waar nu gevochten werd om een simpel t-shirt. Dat mensen zich nog steeds om zulke dingen konden bekommeren deze dagen, ze schatte ze niet hoog in qua overlevingskans.
Stemmen vanuit een winkel trok haar aandacht, waardoor ze overging naar sluipmodus en vrijwel onhoorbaar de deur doorging en het geweer langzaam van haar rug af haalde. Met iedere bocht die ze nam hield ze het geweer gereed, nog niet geladen. Hoewel ze niet graag de mensen opzocht, was ze nieuwsgierig naar de kennismaking die ze had gehoord. Of ze eventueel nog iets mee kon nemen hier vandaan. 'Nevada Collins. Aangenaam kennis te maken..' Kort stopte Liz met lopen en slikte ze, wat niet gauw gebeurde. Die naam had ze eerder gehoord. Een bendelid had de naam eens in een gesprek laten vallen, maar ze kon zich niet snel herinneren wat er mee aan de hand was. Hoewel ze voor kort tot stilstand was gekomen, maakte ze nu snel de bocht waardoor ze in het vizier kwam voor de mensen die zich ook in de winkel bevonden. Drie anderen in totaal, die ze niet eerder had gezien. Maar wie zich zojuist voorgesteld had was niet moeilijk te herkennen, het was de enige dame. Een ietwat krankzinnige blik kwam op de brunette haar gezicht te staan, wat door haar automatisch opengesperde ogen kwam. ''Kijk eens aan. Is het niet wat ik dacht.'' Bracht ze uit, rondgaande met haar geweer van dame tot de andere twee mannen. ''Er is een massaal gevecht niet ver van hier verwijderd gaande en jullie houden hier een theekransje. Wat nu? Gaan jullie die knul z'n haar vlechten?'' Waarmee ze wees op de vent met het langste haar. ''Ik zou dat afknippen als ik jou was.'' Bracht ze meer spottend uit dan op een aardige manier.
''En jij daar. Ik zou oppassen met je hond, er zijn hongerige mensen in de stad die er alles voor over hebben om deze hier neer te knallen en geloof me, dat doen ze zonder waarschuwing en theekransje.'' Langzaam liet ze het geweer in haar handen zakken, merkte dat ze niet veel kwaad konden doen vergeleken met de groep die haar achterna hadden gezeten om een handjevol munitie die ze zonder te vragen had meegenomen.

(God note: - remission voor het beledigen van .. ongeveer iedereen in de winkel)
(Gefeliciteerd! Je hebt een nieuwe rang ontvangen! : Wrong)
Terug naar boven Go down
Týr

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing do jul 04, 2013 1:23 am

Uiteindelijk antwoordde de witharige vrouw: 'Laten we maar zeggen dat het een snelle onderhoudsbeurt was.' zei ze licht grappend. 'Spiegels worden steeds moeilijker te vinden.' ''Gheh, kan ik begrijpen.'' zei Tyr grijnzend terwijl hij naar zijn sluik haar keek dat voor zijn ogen viel. Hij blies de pluk voor zijn ogen weg en zag dat de vrouw zich terug omdraaide, om haar spullen te nemen waarschijnlijk. De stilte werd echter verbroken door een snel tikkend geluid. Dit waren geen menselijk voetstappen. Tyr stond op het punt om over de balie te springen en de bron van het geluid te vinden toen een bruine hond met witte vacht rond de hals op de vrouw afsprong. 'HE! Wat moet dat, mormel?' schreeuwde hij naar de hond. Op hetzelfde moment dat hij naar de hond afliep om die van haar af te halen, kwam de eigenaar van de hond aansnellen. 'Sorry, sorry! Dit doet ie normaal nooit.' zei hij en hij haalde die weg voordat Tyr erbij kon. Nadat hij erin geslaagd was om de hond rustig te krijgen stelde hij zich voor. 'Mijn excuses, ik zal me even voor stellen. Mijn naam is Jareth Auel. Ik hoop niet dat hij jullie al te erg heeft laten schrikken?' Daarna stelde de vrouw zich ook voor. 'Mijn naam is Nevada. Nevada Collins. Aangenaam kennis te maken..' Nu zou Tyr zich ook moeten voorstellen, maar  hij voelde er niet voor om zijn naam tegen iedere vreemdeling te spammen die vriendelijk leek. ''Tyr,'' besloot hij uiteindelijk te zeggen, zijn achternaam zou hij wel zeggen als hij iemand van hun werkelijk in vertrouwen nam.

''Nu, we kunnen hier niet blijven staan in deze winkel, straks komt er iemand binnen die-'' 'Kijk eens aan. Is het niet wat ik dacht.' Tyrs zin werd onderbroken door een brunette met een vreemde blik, erger zelfs, ze was gewapend en had dit geweer op hen gericht. Hij had haar niet gehoord dus ze moest de winkel zijn binnengeslopen. '-slechtere bedoelingen heeft...' maakte hij zijn zin af in een grom. 'Er is een massaal gevecht niet ver van hier verwijderd gaande en jullie houden hier een theekransje. Wat nu? Gaan jullie die knul z'n haar vlechten? Ik zou dat afknippen als ik jouw was' kakelde ze door. Tyr was diep beledigd door die opmerking, normaal zou hij gewoon gegromd hebben, maar toen hij opmerkte dat ze een christenkruis omhad, deed dat zijn bloed overkoken. ''Dra åt helvete!'' vervloekte hij haar in het Zweeds. ''Kijk naar je eigen haar, misschien heeft het ook een kapbeurt nodig, en deze geef ik met plezier aan arrogante mensen. Wat zou je anders verwachten van dragers van een Christenkruis?'' zei hij terug in een brutale lage toon. Niet lang erna begon ze de hond van de jongeman af te kraken. 'En jij daar. Ik zou oppassen met je hond, er zijn hongerige mensen in de stad die er alles voor over hebben om deze hier neer te knallen en geloof me, dat doen ze zonder waarschuwing en theekransje.' ''Als ze een geweer kunnen stelen, kunnen ze inderdaad een heleboel schade aanrichten. Hoeveel mensen hebben geprobeerd om dat speeltje daar te stelen?'' zei Tyr die wees op haar pistool dat ze nog steeds vasthield, hij was vastbesloten om haar op haar beurt af te kraken voor het minste minpunt. ''We kunnen hier niet blijven, in het gebouw naast ons zitten mensen die iedere persoon die niet bij hun groep hoort, man, vrouw of kind, neerschieten en die eindigen als vlees, ik hoorde ze praten en ze weten dat er mensen met voedsel in de buurt zijn, dus ze organiseren waarschijnlijk een zoektocht.'' Hij liep naar de deur, deed die open keek voorzichtig of er mensen op straat liepen. Niemand, de straat was vuil en afgelegen. ''Het lijkt rustig, als we die straat oversteken, kunnen we via die noodtrap omhoog en over daken en bovenverdiepingen lopen, of als je een betere route weet naar een veilige plaats, kunnen we die nemen.'' Hij hield de deur open voor de rest. ''Jareth, Nevada.. Jij daar, volgen jullie?''

(God note: + én - remission. + voor het willen helpen met vluchten en - voor het terugschelden)
Terug naar boven Go down
http://flightrising.com/main.php?p=lair&tab=userpage&id=
Jareth

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing do jul 04, 2013 7:47 am

''Mijn naam is Nevada. Nevada Collins. Aangenaam kennis te maken..'' zei het kortharige meisje, op een niet heel enthousiaste manier. “Aangenaam.” Zijn ene mondhoek ging bescheiden omhoog en vormde een kalme glimlach, vervolgens keek hij de langharige man aan. “Tyr,” was het enige wat de man zei, kort en krachtig. Jareth knikte serieus terug. Jenner ging staan en zette half zijn nekharen overeind. Het leek net of hij zijn schouders omhoog duwde en zijn staart krulde meteen op zijn rug. Zijn oren gingen recht overeind staan en hij staarde naar iets in de winkel. Jareth merkte het en liet zijn ogen door de winkel gaan, opzoek naar dat gene wat Jenner wantrouwde.

''Nu, we kunnen hier niet blijven staan in deze winkel, straks komt er iemand binnen die-'' 'Kijk eens aan. Is het niet wat ik dacht.'   Begon Týr die werd onderbroken door een vreemde vrouw met een wapen. Jareth keek haar fronsend aan en hield de riem van Jenner maar wat steviger vast. Haar houding beviel hem niet, maar hij hield zich maar gedeisd. Niet wetend waar de vrouw toe in staat was. Hij wilde geen problemen. Zonder reden begon ze Týr te beledigen, die snel reageerde en een opmerking terug sneerde. Vervolgens richte de vrouw zich op hem. 'En jij daar. Ik zou oppassen met je hond, er zijn hongerige mensen in de stad die er alles voor over hebben om deze hier neer te knallen en geloof me, dat doen ze zonder waarschuwing en theekransje.' Jenner gaf een velle grom, zijn neus rimpelde van woede en hij liet dreigend zijn tanden zien. Op zo’n moment zag hij er toch erg gevaarlijk uit. Jareth rechte zijn rug en zij met een lage stem
“Ik zou maar oppassen, hij bijt zo je mooie gezicht stuk.”
Hij wou haar niet persee bedreigen, wat duidelijk was mislukt, maar liet gewoon, net zoals Jenner, even zijn tanden zien.
''We kunnen hier niet blijven, in het gebouw naast ons zitten mensen die iedere persoon die niet bij hun groep hoort, man, vrouw of kind, neerschieten en die eindigen als vlees, ik hoorde ze praten en ze weten dat er mensen met voedsel in de buurt zijn, dus ze organiseren waarschijnlijk een zoektocht.'' Zei Týr die naar een deur liep. Ondertussen keek Jareth beide vrouwen even kort aan. “Ik ben benieuwd wat hier van gaat komen..”
''Het lijkt rustig, als we die straat oversteken, kunnen we via die noodtrap omhoog en over daken en bovenverdiepingen lopen, of als je een betere route weet naar een veilige plaats, kunnen we die nemen. Jareth, Nevada.. Jij daar, volgen jullie?''
“Op mij kun je rekenen.” Zei Jareth. Hij schoof zijn tas en geweer goed op zijn schouder, draaide de riem van Jenner stevig om zijn hand. Hij gaf een kort commando waardoor Jenner aan zijn zij bleef en ging naast Týr staan. Nieuwsgierig wat de twee dames zouden beslissen keek hij toe terwijl de bruine border collie hem niet uit het oog verloor..

(God note: - Remission voor het terugschelden naar Liz)
Terug naar boven Go down
Nevada

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd: 24
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing wo jul 10, 2013 11:02 pm

De man met de lange haren luisterde naar haar en stelde zichzelf toen ook voor. Hij noemde geen achternaam zoals haar en Jareth, ze moesten het doen met zijn voornaam.  
'Nu, we kunnen hier niet blijven staan in deze winkel, straks komt er iemand binnen die-'' hij werd onderbroken door een vrouw die de winkel in stapte, met een wapen in haar handen die ze op Nevada en de anderen richtte. Nevada bewoog automatisch haar hand naar haar eigen geweer en legde hem er op, maar besloot toch haar wapen niet te trekken, maar te wachten op wat de vrouw zou doen. Iets zei haar dat ze niet van plan was ze overhoop te knallen, ook al leek ze wel vijandig ingesteld. ''Er is een massaal gevecht niet ver van hier verwijderd gaande en jullie houden hier een theekransje. Wat nu? Gaan jullie die knul z'n haar vlechten?'' Nevada fronste kort en liet haar armen weer rustig hangen. Serieus, een theekransje? Ze moest toegeven, het was langzaamaan druk geworden in de winkel, tegen al haar verwachtingen in, maar een theekransje was het niet.

Eerlijk gezegd voelde ze zich steeds minder op haar gemak naarmate er meer mensen in de winkel kwamen. Ze voelde zich als een dier dat door jagers ingesloten werd. Ze had de neiging om de mensen neer te smijten en de winkel uit te rennen, maar ze onderdrukte die gevoelens, want het had geen zin, ze zou rustig en oplettend moeten zijn als ze naar buiten stapte, als die vreemde vrouw eerlijk was over het gevecht in de buurt. Een gevecht zou van alles kunnen in houden, maar de laatste tijd voegden er steeds meer mensen samen en kwamen er dus zogenoemde gangs die plunderden en mensen vermoordden om veel voedsel, water, wapens, kleren en andere benodigdheden te verzamelen en zo met z'n allen te overleven. Maar het was nooit altijd rozengeur en manenschijn in zo'n groep. Mensen waren nare wezens en verraad was een veelvoorkomend iets. Daarom was het voor Nevada en vele anderen geen optie om te leven in zo'n groep. Ze reisde het liefste alleen, al zou ze ook genoegen nemen om te leven met een jachtpartner.

Wanneer Nevada zich weer concentreerde op de vrouw die zojuist de winkel in was gestapt, luisterde ze naar haar gebrabbel. Ze begon ook de andere jongen en zijn hond af te zeiken. Vervolgens kreeg ze ook een hele boel gescheld en beledigingen terug van de twee. Ergens was Nevada blij dat de vrouw niks tegen haar gezegd had, ze had ook niet echt zin in zich er tussen te storten. Haar aandacht werd deze keer gevestigd op de langharige man, die wel iets interessants te vertellen had. Hij vertelde dat er een groep mensen in de buurt was die iedereen zouden neerschieten om aan voedsel te komen. Tssk, kannibalen. Mensen die niet de kennis en expertise hadden om op dieren te jagen, dus zochten ze maar rond naar makkelijke menselijke prooien. Onbenullige mensen die langzaamaan hun eigen soort naar de klote hielpen. Daarom bevond Nevada zich liever in de bossen, waar het aantal mensen een stuk minder was, waardoor de kannibalen juist in de stad gingen zoeken, in de bossen zou het ze veel te lang duren.

Týr opende de deur van de winkel en tuurde naar buiten.''Het lijkt rustig, als we die straat oversteken, kunnen we via die noodtrap omhoog en over daken en bovenverdiepingen lopen, of als je een betere route weet naar een veilige plaats, kunnen we die nemen.'' Nevada stapte naar voren, langs Jareth en zijn hond en uiteindelijk ook Liz, die ze een duw met haar schouder gaf. Ook zij keek naar buiten, maar zag ook niets meer dan lege straten, met af een toe een ronddwalend plastic zakje of andere troep dat over de straten heen waaide. “Op mij kun je rekenen.” sprak Jareth achter hen. ''Op mij ook.'' besloot Nevada snel te zeggen. Ze kon maar beter volgen, want door haar gezwerf door het bos kende ze de weg in Solumn niet bepaald. Ze moest tegen haar natuur in gaan, want als ze nu in haar eentje op pad zou gaan, zou ze ongetwijfeld die groep barbaren tegenkomen. En hoewel ze een goede jager, schutter en vechter was, zou ze het nooit redden tegen zo'n groep. Als ze vanaf een afstandje haar naderde, misschien. Dan kon ze ze overhoop schieten. Maar in zo'n stad met al die winkeltjes en steegjes was er een grotere kans dat ze ineens ergens vandaan kwamen en ze geen tijd had om haar wapen te  trekken. Ze stapte naar voren de straat op, maar wachtte tot een van de mannen de precieze route zou volgen.
Terug naar boven Go down
Týr

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing do jul 18, 2013 9:05 am

Tot Tyr's genoegen stemden zowel Jareth als Nevada in met het idee om naar buiten te gaan en bleef de vreemde dame, die net een grote mond had zwijgzaam. Hij hield de deur open voor Nevada, Jareth en zijn hond, maar voordat hij hem dicht zou doen keek hij naar de vrouw. ''Je kunt nog altijd meegaan met ons, als je je mond kunt houden. ....Dan niet.'' zei hij na een korte stilte en duwde zachtjes op de deur zodat hij nog op een kier openstond. Toen keerde Tyr zich tot het kleine gezelschap. ''Iedereen ermee akkoord dat we via die brandtrap naar het dak gaan. Daarop kunnen we zien waar we naartoe gaan. En ik heb geen zin om als een rat door de straten te sluipen, blind voor valstrikken.'' legde hij uit. Tyr liep voorzichtig de straat over, en probeerde alle richtingen tegelijkertijd uit te kijken. Niemand op het dak, niemand in buurt op straat en niemand bij de brandtrap. Ze hadden geluk, Tyr was heelhuids aan de overkant van de straat gekomen. Hij liep verder naar de ijzeren brandtrap, die er verroest uitzag. Hij zou vast wel drie mensen en een hond kunnen houden.

Tyr, die als enige een wapen had dat je op een man tot man gevecht kon gebruiken dat hij zou kunnen gebruiken voor het geval dat er iemand boven hen eerst gezien had en een val had voorbereid, ging als eerste de trap op. ''Ik hou niet van deze stilte, het was hier veel actiever toen ik hier een half uur geleden door de straten liep. En toen was bijna iedereen nog in een gebouw.'' Hij greep zijn zwaard uit zijn schede en klom de trap op, met zijn zwaard stevig in beide handen. Eerste verdieping, alles was stil. Tweede verdieping, nog steeds geen teken van leven op het dak. Derde verdieping, als er nu iemand was hoefde hij alleen maar zijn pistool over de wering te mikken en het gepiep van de trap onder zijn voeten zou hij al zeker gehoord hebben. En uiteindelijk was hij op het platte dak. Er was niemand te zien, op dit blok en de omliggende blokken was er niemand. Hadden ze echt zo'n geluk? Tyr liep terug één verdieping naar beneden om te zeggen dat er niemand was, al kon het zijn dat ze hem direct hadden gevolgd. Toen liep hij terug naar boven om de omgeving te bespeuren, hij zijn zwaard nog steeds niet weggestoken al hing het nu losjes in zijn rechterhand. ''Daarginds heb je een kerk.'' zei hij met zijn zwaardpunt wijzend naar de kerktoren die uitstak boven alle saaie huisjes en appartementen van drie of vier verdiepingen. ''Hoeveel ik die dingen die ze daarin houden ook haat, het is een veilige manier om terug af te dalen niet ver van de stad.'' De zon brandde genadeloos op hun omdat er geen schaduw was, maar alles was beter dan bandieten.

Eenmaal ze bij de kerk waren aangekomen viel het op dat het er anders uitzag dan een christelijke kerk, dat kruis van corruptie was nergens te bekennen, wel dat zag je minder en minder op de meeste kerken de laatste tijd. De kerktoren was tegen de gevel van het laatste huis gebouwd en er was een gesloten venster op de juiste hoogte gebouwd, zodat ze er gemakkelijk in konden springen. Tyr gaf een ruk tegen het hout, dat geen krimp gaf. Waar meesten frustrerend tegen het hout zouden kloppen begon hij met de kennis van een ware Noorman het hout te bestuderen en grinnikte hij. ''Dit is gemaakt van gedroogd hout uit plaatselijke bossen, dit wordt een eitje.'' Met een vloeiende beweging boorde hij zijn zwaard, dat hij nog steeds niet had opgeborgen, tussen een kleine spleet in het hout en begon het als een hefboom te gebruiken om het luik van het venster te wrikken. Met een luide krak brak het houten luik af en konden ze door het venster naar binnen hoppen. ''Dwazen,'' mompelde hij meer tegen zichzelf dan tegen de anderen. ''Als je een plaats wilt bouwen om breinen te corrumperen, gebruik minstens hout uit Noorse bossen.'' Tyr klom over de vensterbank naar binnen en zag dat de houten trap verlaten was, als er andere mensen waren zouden ze misschien beneden zijn. ''Kunnen jullie nog bijhouden? Als er beneden geen mensen zijn, kunnen we wat uitrusten voordat we kunnen verdergaan.'' zei hij door het venster tegen de anderen. ''Jareth, kan je hond hierdoor springen? Draag hem naar binnen als dit te hoog is, kan je hem alleen dragen?'' Hij bewoog opzij zodat ze erdoor konden gaan en gingen de houten trap af naar de hal.

De deur naar de hal was ook gesloten, maar alleen door een zwak ijzeren slot. Een zwaardsteek van Tyr brak dit gemakkelijk af. De zaal was leeg, maar er werd duidelijk geen christendom beoefend hier. De hele zaal was leeg, er stonden zelfs geen banken vier altaars bij het matglas. Op het altaar lagen oude stenen. Zeer oude stenen, ze dateerden waarschijnlijk terug van het jaartal waarin Tyrs voorouders zonder angst de zeeën overgingen, misschien zelfs nog veel eerder. ''Waw, enig idee hoe oud deze stenen zouden zijn.'' zei Tyr die er langzaam naartoe liep. Zijn stem echode door de omvang van deze lege ruimte. ''Nee maar!'' zei hij verbaasd toen hij bij de stenen was. ''Zijn dat Futhark runes?'' Futhark runes werden duizenden en duizenden jaren geleden gebruikt door de oude mensheid over de hele gekende wereld, maar vandaag waren er maar een paar mensen over die deze bestudeerden en ze zelfs nog maar herkenden. Ze waren zeer moeilijk te lezen, en ééntje was zelfs bijna volkomen onleesbaar. Tyr liep langs te tabletten en probeerde te vertalen wat er geschreven was. ''Er staat iets over... Vier Goden, elk zijn eigen rol over zielen van mens en dier. Vijf werelden, Midgard- sorry- onze wereld.'' Voegde hij er vlug aan toe, hij was zo gewend geraakt aan zijn eigen religie te gebruiken dat hij vergat om de wereld van de levenden anders te noemen dan Midgard. ''Cealum, Infernum, Aberrahunt en Purgatorio.'' noemde hij verder op. ''Dan verder staat er iets over kwade zielen, een soort purificatie-proces.. Nee, dat is alles wat ik kan lezen.'' Hij liep weg van de tabletten en merkte toen pas op dat hij te lang was blijven treuzelen. ''Oh mijn excuses, ik word altijd afgeleid van oude verhalen.'' zei hij zenuwachtig tegen Nevada en Jareth. ''Als jullie klaar zijn, kunnen we door de voordeur weggaan en zo de stad uitlopen. Als jullie nog even willen uitrusten of iets willen doen hier, mij best. Ik verwacht niet dat er bandieten hier komen binnenvallen.'' zei hij en ging tegen de muur zitten, wachtend op een antwoord van één van de twee.
Terug naar boven Go down
http://flightrising.com/main.php?p=lair&tab=userpage&id=
Jareth

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing do jul 18, 2013 11:45 am

sorry dat ie zo lang is Razz

Behoedzaam, met Jenner vlak naast zijn benen, stapte Jareth naar buiten. Hij keek goed om zich heen en legde zijn vrij hand op zijn geweer, klaar om zich te verdedigen. Het duurde een paar seconde voor Týr naar buiten kwam wat Jareth nieuwsgierig maakte of de vrouw ook mee zou gaan. “Iedereen ermee akkoord dat we via die brandtrap naar het dak gaan. Daarop kunnen we zien waar we naartoe gaan. En ik heb geen zin om als een rat door de straten te sluipen, blind voor valstrikken.” Zei Týr toen hij bij ze kwam staan. Jareth had zo zijn twijfels of ze op het dak net zo ongezien bleven zoals Týr blijkbaar dacht. Hij had zelf geen beter plan en zoals hij al zei, op straat werd je het snelst gezien, dus hij ging ermee akkoord. Het leek erop dat Týr zichzelf als leider had uitgeroepen, want hij stak als eerste de stille straat over. Alles leek veilig dus Jareth draaide zich om naar Nevada “Dames gaan voor” zei hij glimlachend en maakte er een passend gebaar bij. Hij klikte twee keer met zijn tong, als teken voor Jenner om dicht bij hem te blijven, en liep vlug over de straat, vlak achter Nevada. Goed omzich heen kijkend en laag bij de grond lukte het ook hem om de straat veilig over te steken, maar of het ongezien was is nog maar de vraag. Hij voelde de ogen, verstopt in de duisternis en schaduwen van de huizen, in zijn rug prikken. “Ik hoop dat je gelijk hebt en dat we de enige zullen zijn op het dak.” Zei hij zacht tegen Týr terwijl ze naar de brandtrap liepen.

''Ik hou niet van deze stilte, het was hier veel actiever toen ik hier een half uur geleden door de straten liep. En toen was bijna iedereen nog in een gebouw.'' Týr stapte op de trap en weer maakte Jareth het ‘Dames gaan voor-gebaar’ met een glimlach en volgde daarna ook de trap op. Gelukkig was de trap breed genoeg dat Jenner naast hem kon blijven lopen. Týr lette goed op de verdiepingen en het dak boven hem maar Jareth hield de gebouwen aan de over kant in de gaten. Vandaar waren ze een veel makkelijker doelwit, zo open en bloot op de oude trap. Týr klom het dak op en er gebeurde niks. Maar Jareth pakte zijn geweer toch voor de zekerheid beter vast. Hij keek over het randje en zag Týr als enige staan. Hij bukte zich om Jenner op te pakken en ook op het dak te zetten, waarna hij zich zelf op het randje ophees en zijn benen over de wering zwaaide. Het waaide hier een beetje, maar ze hadden een mooi overzicht. Alle huizenblokken om hen heen waren onbemand en in de verte stak een kerkje boven de huizen uit. Hij stak een helpende hand uit naar Nevada, of ze die aan zou nemen was haar eigen keuze. Jareth wende zich tot de langharige man “En nu? We kunnen moeilijk over de daken naar de andere kant van de stad springen. En aangezien de helft van de huizen op instorten staat lijkt me dat ook niet echt het veiligst.”
''Daarginds heb je een kerk.'' Antwoorde hij met zijn zwaard er naar wijzend. ''Hoeveel ik die dingen die ze daarin houden ook haat, het is een veilige manier om terug af te dalen niet ver van de stad.''
“Ik hoop dat het lukt om daar te komen” Het was best nog wel een eindje weg en ze moesten dan ook goed hun weg zoeken over de daken. Maar, uiteindelijk hadden ze het kerkje veilig bereikt.

Týr had een weg naar binnen gevonden en vroeg of Jenner er doorheen kon. Hij liet Nevada weer voor gaan en stapte toen zelf ook de hoge kerktoren in. Hij gaf even een hoog fluitje en Jenner, die als laatste op het dak had gestaan, sprong behendig naar binnen. Op de begaande grond was een deur, die Týr openbrak en ze stapte de kerkzaal in. Het was een kleine kerk maar het schip zag er toch imposant uit. De inhoud was natuurlijk overhoop gehaald zoals bijna alles in deze stad. Týr dwaalde af en begon wat stenen platen te onderzoeken.
''Er staat iets over... Vier Goden, elk zijn eigen rol over zielen van mens en dier. Vijf werelden, Midgard- sorry- onze wereld. Cealum, Infernum, Aberrahunt en Purgatorio. Dan verder staat er iets over kwade zielen, een soort purificatie-proces.. Nee, dat is alles wat ik kan lezen.''
“Infernum is toch de Infernum? Je weet wel van dat liedje? Burn baby burn, Disco inferno..” zijn stem galmde door de kerk heen, waar hij zelf een beetje van schrok. Hij haalde ongeïnteresseerd zijn schouders op.
“Goden, de Infernum, hemel.. allemaal onzin. Zulke dingen bestaan niet. Volgens mij heb je alleen reïncarnatie. Je komt gewoon weer terug in een andere vorm.” Zei hij rond kijkend naar de glas in lood ramen, radend wat het ooit geweest was. Vóór dat ze waren ingeslagen. Týr kwam, zich verontschuldigend, vlug achter ze aan lopen. ''Als jullie klaar zijn, kunnen we door de voordeur weggaan en zo de stad uitlopen. Als jullie nog even willen uitrusten of iets willen doen hier, mij best. Ik verwacht niet dat er bandieten hier komen binnenvallen.'' Zei hij terwijl hij tegen de muur aan ging zitten. Jenner liep nu los en schoof met zijn neus over de grond, opzoek naar interessante geurtjes.
“Het lijkt mij een goed idee als we nog even hier blijven en gaan bedenken wat we precies gaan doen. Ik vindt het namelijk niet erg om een tijdje samen te reizen. Ik heb trouwens ook al wat honger gekregen dus een pauze zie ik wel zitten. En over die bandieten, ik ben niet bang dat ze binnen komen vallen, want het zou me niks verbazen als ze zich hier ergens al hebben verscholen. Een kerk is een goede plek om je te verschuilen.” Hij schoof zijn tas van zijn schouder en zette deze naast Týr op de grond. “Ik ga even rond kijken, ik laat Jenner hier.” Hij gooide zijn geweer om zijn schouder en pakte ondertussen een zakmes die hij uitklapte. “Als er iets gebeurt.. het enige wat je tegen Jenner hoeft te zeggen is ‘Zoek Jareth’ en hij komt me achterna. Of jullie hem volgen is aan jullie” zei hij ze beide even aankijkend. “Ben zo terug” zei hij over zijn schouder heen en liep op een deur af, aan de andere kant van de zaal.

Zo zacht mogelijk liep hij naar de deur toe die hij voorzichtig opende. Hij was niet op slot. Dat was eigenlijk al vreemd, aangezien alle andere deuren waar ze door heen waren gekomen op slot waren geweest. De deur zwaaide zacht met een piep open. Jareth keek, het mes in de aanslag, vlug om de hoek en achter de deur en zag dat het halletje leeg was. Er was nog één andere deuren in het halletje en een smalle stenen wenteltrap naar boven. Jareth was nieuwsgieriger naar, waar de wenteltrap naar toe zou leiden, dan wat er achter de dikke houten deur zat. Net toen hij de trap wou beklimmen hoorde hij een zacht gestommel achter de deur. Met gespitste oren keek hij naar de deur. Toen er niks gebeurde liep hij er behoedzaam op af, het mes voor zich uit stekend. Zacht duwde hij de ouderwetse klink naar beneden en trok. Niks. De deur was op slot. Waarschijnlijk van buiten af dus Jareth liet het maar met rust.

Hij borg zijn zakmes op en controleerde zijn geweer of het geladen was. Weer hoorde hij een geluid. Dit keer kwam het van boven. Het klonk als iets dat open en dicht klapperde, maar Jareth was toch liever voorzichtig. Met zijn geweer in de aanslag, sloop hij voorzichtig de trap op. Boven kwam hij bij een deur. Hij stond op een kier en Jareth voelde de tocht over zijn gezicht waaien. Met de loop van zijn geweer duwde hij zacht de deur open. Het was een soort kantoortje of in ieder geval de kamer van iemand. Het raam stond open, waar twee lange witte gordijnen voor op bolde. Jareth liet zijn geweer zakken en liep naar het klapperende raam. Toen hij deze had gesloten draaide hij zich om.
"Shit!"
Van schrik sprong hij achteruit en struikelde over een omgevallen stoel.
In de hoek, tegenover het raam, lag een man tegen een bureau aan. Hij had een mantel van de kerk aan. Jareth wist niet wat voor rang hij had, dat maakte ook niet meer uit. De man was dood. Al jaren. Waarschijnlijk sinds de oorlog. Zijn lijk helemaal verdroogt en vergaan. Zijn dunne grijze haar hing slierterig om zijn gezicht, die met een uitdrukking van afgrijzen uit zijn lege oogkassen keek. Zijn mond stond scheef open, waar net een insect in kroop. Met rillingen over zijn rug kwam Jareth overeind. De man was waarschijnlijk vermoord. Een kogelgat in zijn voorhoofd en een roestig christelijk kruis in zijn buik waren de doods oorzaak geweest. Onder hem, op de houten vloer, zat een grote bruin-zwarte vlek. Zijn bloed, dat in helemaal in het hout getrokken was. "Arme man.." zei hij zacht maar keek met een ruk op toen hij een geluid bij de trap vandaan hoorde komen.
Terug naar boven Go down
Nevada

avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd: 24
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing vr okt 25, 2013 10:32 pm

De drie bewogen zich naar buiten. Terwijl de mannen haar voorbij liepen keek ze heen en weer door de lege straten van Solumn. Die leegte en stilte, ze had het zo vaak gezien dat ze zich af vroeg waarom het haar nog steeds bleef fascineren. Deze ooit zo bruisende winkelstraten, gevuld met kletsende en winkelende mensen was nu zo verlaten dat bij een zucht wind je in de verte een colablikje over straat kon horen rollen. Aan de ene kant was het beangstigend, aan de andere kant heerlijk. Hoe vaak hadden mensen dat wel niet gezegd, voor of tijdens de oorlog? Dat de wereld veels te druk was, met al die geluiden en al dat lawaai. Het gezeur en geschreeuw van mensen, het eeuwige geluid van rijdende auto’s waar je niet van kon ontsnappen, alles wat zo normaal was geweest maakte je toch langzaam gek. Maar dit, dit was het andere uiterste. Een bizar uiterste. Hoewel Nevada ook niet van mensen hield en zelf ook vreselijk stil kon zijn, was dit toch niet hoe ze zich heerlijke stilte had voorgesteld.

Die heerlijke stilte die je voorheen altijd alleen had wanneer je in je bed lag en in slaap viel, ontsnappend van al het gedoe van de dag. Het was niet bijzonder meer om niks te zien en te horen, waardoor je je vreselijk eenzaam ging voelen, alleen maar door zo door de straten te staren. Nevada draaide haar hoofd en zag de anderen al naar de andere kant van de straat lopen. Ze besefte zich dat ze al veel te lang weg aan het dromen was, en snel trok ze een korte sprint naar de overkant. Eenmaal bij de anderen aangekomen zag ze al wat het plan was. Een lelijke verroeste brandtrap die wonder boven wonder nog aan het gebouw hing. Hij zag er echter nog sterk genoeg uit om een paar honderd kilo max te dragen. De langharige man ging eerst, de andere liet haar voorgaan. Nevada knikte en begon aan de klim omhoog. Ze bleef Týr volgen in alles wat hij deed, en wanneer hij sprak knikte ze alleen maar, te gefocust op de omgeving, alert om bij elk onbekend geluid weg te springen zodat ze de tijd had om haar wapen te pakken.

Zo ver kwam het niet. De man wees naar een kerk in de verte, en zei dat dat de veiligste manier was om van de stad weg te komen. Zonder aan hem te twijfelen volgde Nevada, aangezien ze zelf niet bekend was met de stedelijke gebieden hier in de buurt, alleen stukken uit het bos van Aboribus kende ze uit haar hoofd. Wanneer ze bij de kerk waren zorgde de langharige man ervoor dat ze een doorgang naar binnen hadden. Nevada stapte naar binnen en staarde naar de stofdeeltjes die door de lucht vlogen en zichtbaar werden gemaakt door een van de weinige lichtstralen die door de ramen heen kwamen. De muffe geur van de stoffige vloer en oud hout drong haar neus binnen, waarna ze nieste. Het weergalmde door het gebouw heen door de leegte, ze stapte door en keek alert om zich heen. Tyr stapte naar de kant van de kerk waar altaars lagen met oude stenen. Nevada besloot ook die kant op te gaan en keek gefascineerd naar de stenen en de vormen en tekens die erin gegraveerd waren.

Ze voelde zich altijd ongemakkelijk rond dit soort dingen, dingen over het geloof, goden en voorspellingen. Ze kwam zelf uit een christelijk gezin maar alle verhalen die haar als kind verteld waren waren het ene oor in en het andere oor weer uit gegaan. Ze kon zich nog herinneren dat ze elke keer op zondag op de kerkbanken moest zitten van haar ouders, luisterend naar die oude man voorin de kerk. Maar daar luisterde ze al helemaal niet naar. Het maakte haar verdrietig, ze wou altijd veel liever naar buiten om met de buurtkinderen te spelen. Door haar gedroom had ze maar half gehoord wat Tyr had gezegd. Iets over enkele goden en werelden. Ze keek naar de stenen en bedacht zich dat dit nooit begrijpbaar voor haar zou worden. Het leek niet op een van de bestaande geloven die ze zelf kende. De andere jongen, Jareth, had besloten om rond te gaan kijken en liet zijn hond bij Nevada en Tyr. Ze was zelf ook wel benieuwd naar wat er allemaal te vinden was, maar ze hield niet van gebouwen doorzoeken, aangezien je bijna altijd verminkte, rottende of uitgedroogde lijken vond.

Hoewel ze er dus al een hele zooi gezien had, maakte het zicht en de geur van niet-verse mensenlijken haar nog altijd misselijk. Ze draaide zich om en zag dat Tyr tegen de muur aanzat, wachtend tot Jareth en zij klaar waren met wat ze hier nog wilden doen. Nevada haalde haar vinger over een houten balk en smeerde de laag stof af aan haar broek. Tja, wat was hier nou te doen? Niet erg veel. Veilig voelde ze zich er raar genoeg ook niet, er hing naast een rare geur ook een rare sfeer in de lucht. ''Ik zie hier niks te doen of te vinden, laten we verder trekken wanneer Jareth klaar is met.. whatever hij aan het doen is.'' nu Nevada het over hem had, ze hoorde wel wat geluiden uit de buurt komen waar hij heen was gegaan. Er viel iets om in de kamer waar hij in zat. Uit nieuwsgierigheid liep ze er heen en opende de oude krakende deur langzaam. Ook zij schrok even achteruit toen ze het lichaam zag.

Hij was door het hoofd geschoten, waardoor er een klein gat in de voorkant zag, maar de achterkant van zijn schedel was door de kogel opengeblazen. Een smerig gezicht, de half verdroogde hersenen en klodderige stukken vlees die een bloedvlek achterlieten op de eens zo mooie houten vloer. Ze keek kort naar Jareth. ''Gaat het?'' vroeg ze terwijl ze de kamer in liep en zachtjes tegen het lijk aan schopte. Het was niet honderd procent stijf, maar hij lag hier wel al lang. De luchtvochtigheid hier zou zijn lijf wel zachter houden. En aantrekkelijker voor beesten. Ze trok haar neus op wanneer ze hetzelfde insect over het lichaam zag lopen en wilde zich niet voorstellen hoeveel maden er tevoorschijn zouden komen als je het lichaam een harde trap gaf en op zijn buik draaide. Dat kon ze dus beter niet doen. De geur van dood trok nu pas goed in haar neus. Eugh. ''Laten we hier maar snel weggaan..'' stelde ze hem voor en liep terug naar de hoofdzaal. ''Tijd voor de volgende bestemming'' grapte ze naar Tyr.
Terug naar boven Go down
Týr

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing za nov 16, 2013 10:07 am

Jareth was de eerste om te antwoorden. ''Het lijkt mij een goed idee als we nog even hier blijven en gaan bedenken wat we precies gaan doen.'' zei hij. ''Ik vindt het namelijk niet erg om een tijdje samen te reizen. Ik heb trouwens ook al wat honger gekregen dus een pauze zie ik wel zitten. En over die bandieten, ik ben niet bang dat ze binnen komen vallen, want het zou me niks verbazen als ze zich hier ergens al hebben verscholen. Een kerk is een goede plek om je te verschuilen.''
''Dan zouden ze toch minstens al hier of op de bovenste verdieping zitten, tenzij ze graag onder de muffe grond leven.'' antwoordde Tyr met een opgeheven wenkbrauw.
Jareth moest er niet van horen, hij deed zijn rugzak af en gooide die naast Tyr neer. ''Ik ga even rondkijken, ik laat Jenner hier...'' Hij aazelde even, en zei uiteindelijk: ''Als er iets gebeurt.. het enige wat je tegen Jenner hoeft te zeggen is ‘Zoek Jareth’ en hij komt me achterna. Of jullie hem volgen is aan jullie.''
''Maar je geen zorgen.'' antwoordde Tyr. Toen verdween Jareth door een zijdeur en stond hij alleen met Nevada in de zaal.
''Deze plaats.. het roept een vreemd gevoel op. Alsof deze lucht hier vol met leugens en geheimen hangt. Het lijkt dat er iets in mij vertelt dat ik deze plaats met m'n blote handen moet neerhalen en platbranden.''
Nevada ging akkoord om zo snel mogelijk de kerk te verlaten.
''Ik zie hier niks te doen of te vinden, laten we verder trekken wanneer Jareth klaar is met.. whatever hij aan het doen is.''

Een klap leek van een kamer boven de hal te komen. Het leek verdacht veel op een geluid van een menselijk lichaam dat op de grond viel. ''...Jareth? Oh javlar!'' riep hij tegen Nevada. Tegelijkertijd liepen ze naar de deur die Jareth had geopend. Tyr liet Nevada eerst doorgaan en fluitte naar zijn hond, als teken dat ze hen moest volgen.
Zo snel als ze konden renden ze de wenteltrap op. Het hout was zo verrot dat er bij iedere stap een krakend geluid kwam. Wie er ook boven was zou allang van hun komst weten nu. Nevada opende een extreem zware deur en voordat Tyr kon kijken wat er gebeurde werd hij overmand door een vreselijke stank. Het rook naar een lichaam dat al jaren had liggen rotten. Toen hij Jareth op de grond zag liggen, geschrokken maar levend en wel, begreep hij wat er gebeurd was. Hij was geschrokken van het lichaam en zo was hij gestruikeld.
''Niet te hard gevallen, hoop ik?'' zei Tyr die nauwelijks durfde adem te halen. ''Urf.. weg hier. Straks veranderen we allemaal nog in vleesetende mutanten.''
Hij hield de deur open voor Jareth, die zichzelf overeind hielp.
''Tijd voor de volgende bestemming.'' zei Nevada lachend terwijl ze terug naar de grote zaal liepen. ''Inderdaad.'' zei Tyr. ''Ik heb het werkelijk gehad met deze plaats.''

Een klok in de grote zaal zei dat de middag oud begon te worden. Dus de zon zou in het zuidoost moeten schijnen. Tyr besloot om opnieuw voor te stellen om een weg uit de stad te vinden. ''Op de kerktoren heb ik gezien dat de snelste weg uit de stad in het zuiden ligt. Rond deze tijd staat de zon zuid. Alles wat we dus hoeven te doen is de zon volgen totdat hij rood kleurt. En ik hoop dat we buiten de stad zijn tegen dan.''
Tyr liep naar de gebarricadeerde voordeur. Zonder een grote inspanning verwijderde hij de balken en duwde de eiken deur open. De frisse lucht liep in zijn lichaam en schudde hem wakker na die periode in de muffe kerklucht. Opnieuw waren zijn zintuigen alert.
Het enige wat er nu tussen hen en de vrijheid stond waren een paar enorme wolkenkrabbers die net voor de Oorlog gebouwd werden.
''Ah, we nog een hele tocht voor de boeg, maar doet dat ertoe?'' sprak hij opgewekt.

Ze liepen door steegjes en brede hoofdwegen vol met achtergelaten auto's. Uiteindelijk kwam Tyr tot stilstand bij een ondergelopen tunnel. Ze hadden geen enkele levende ziel gezien sinds de vreemde vrouw die hen zonder reden was gaan uitschelden.
''De riolering moet gesprongen zijn.'' legde hij uit. ''Ik heb geen zin om te gaan zwemmen dus ik vrees dat we door deze wolkenkrabbers heen moeten.'' Hij wees naar een gigantische constructie die door een aardbeving was losgeschud en tegen een andere wolkenkrabber was aangebotst, nu leunde de wolkenkrabber puur tegen de andere. Het was een wonder dat ze nog overeind stonden.
''Wat we ook kunnen doen is er omheen gaan, maar dan geraken we nooit voor zonsondergang buiten de stad. Wat denken jullie?'' stelde hij voor aan de anderen.
Terug naar boven Go down
http://flightrising.com/main.php?p=lair&tab=userpage&id=
Jareth

avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 25
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: Refreshing ma nov 18, 2013 10:53 am

Een zucht van opluchting verliet zijn mond toen Nevada de kamer in kwam lopen. Hij dacht even dat het vreemde waren. Wat eigenlijk vrij vreemd was om te denken. Waarom zouden het niet gewoon Nevada en Tyr kunnen zijn die bij hem kwamen kijken? Waarom moesten het meteen weer gevaarlijke mensen zijn? Het zal wel door de schrik komen. “Gaat het?” Had Nevada gevraagd en Tyr volgde met zijn vraag of hij niet te hard gevallen was. “Nee, niets aan de hand," Hij kwam overeind en klopte het stof van zijn broek af, wat de lucht in zijn neus deed kriebelen. Het gevolg was een harde nies. “Excuses..” Jenner stormde uitbundig de kamer binnen en sprong blij tegen zijn baas op, alsof hij hem in geen jaren had gezien. Jareth kalmeerde hem, terwijl de andere twee, net als hij, duidelijk genoeg hadden van de smerige lucht en gauw weg wilde uit de kerk. Het was toch niet zo’n geschikte plek als hij dacht.

''Op de kerktoren heb ik gezien dat de snelste weg uit de stad in het zuiden ligt. Rond deze tijd staat de zon zuid. Alles wat we dus hoeven te doen is de zon volgen totdat hij rood kleurt. En ik hoop dat we buiten de stad zijn tegen dan.'' Stelde Tyr voor. Jareth leek het wel een prima idee. Zodra ze de stad hadden verlaten zou hij toch alleen verder gaan. Zolang hij in deze toch wel gevaarlijke stad was, vond hij het gezelschap prima. Dat was toch iets veiliger “Ik vind het prima,” melde hij er alleen maar even bij en liep toen achter Tyr aan die al snel de grote houten deur had geopend. Bevrijdend van de muffe dode puflucht in de kerk vulde Jareth zijn longen met het frisse jonge windje. Jenner liet hij lekker los lopen, die kon zijn eigen weg wel vinden, aangezien er alleen nog wat onbewoonde wolkenkrabbers voor hen stonden. De straat was hier veel meer overwoekerd dan dieper in de stad. Ze waren hier dichter bij de natuur, die dus makkelijker haar greep om de stad kon versterken. Gras groeide tussen de scheuren door. Stekelige droge bosjes vulde gaten en ook klimop vond overal zijn weg. Snuffelend schoof Jenner met zijn neus over de grond, staart half in de lucht. Een lantaarn paal leek uiterst interessant want de hond stopte, besnuffelde hem wat extra en stak toen zijn poot omhoog om er overheen te wateren en het te besmetten met zijn geur zodat elk ander dier wist dat het zijn lantaarnpaal was.

Ze vervolgde hun pad door de stad, langs stille steegjes en verlaten wegen met verlaten auto’s. Tot ze op een ondergelopen tunnel stuitte. “En toen?”
''De riolering moet gesprongen zijn.'' legde Tyr uit en vervolgde met. ''Ik heb geen zin om te gaan zwemmen dus ik vrees dat we door deze wolkenkrabbers heen moeten.'' Jareth keek even om naar het omgevallen gebouw. Het zag er niet al te stevig uit ofzo. Misschien konden ze er tussen door of omheen? Jareth sprong op de laadbak van een oude truck en stapte vervolgens op het dak voor een beter uitzicht, Jenner volgde hem natuurlijk meteen. Van daar zag hij jammer genoeg gigantische brokken puin liggen tussen de twee gebouwen in. ''Wat we ook kunnen doen is er omheen gaan, maar dan geraken we nooit voor zonsondergang buiten de stad. Wat denken jullie?'' Hoorde hij Tyr achter hem zeggen. Hij haalde zijn geweer van zijn schouder en keek door het vizier naar de gebouwen. Er omheen gaan zou inderdaad een stuk langer duren en er tussendoor was ook al geen optie. Jareth vertrouwde het hele gebouw niet, beide gebouwen eigenlijk. Als een aardbeving dit veroorzaakt had, wie zegt dan het zich niet zou herhalen? In deze wereld kon je nergens meer van uit gaan. Dat was juist wat deze stad zo gevaarlijk maakte. Gevaarlijker dan de korte reis door het half lege gebouw. “Ik denk dat je gelijk hebt Tyr. Er omheen is voor mij geen optie en er tussen door,” hij wees met zijn geweer naar de brokken puin, “heeft ook geen zin. Ik denk dat we er toch doorheen moeten. Maar het zint me helemaal niks.” Zei Jareth hoofdschuddend. Hij sprong weer naar beneden op de laadbak en stapte vervolgens op de grond. “Ik wil hier het liefst snel vandaan.” De wolkenkrabber zag er veel korter uit dan hij eigenlijk was. Het zal nog een hele klim worden en of het helemaal verlaten was.. dat was nog maar de vraag. Jareth draaide zich om naar Nevada en zag dat Jenner, kwispelend en wel, naar haar toe was gelopen en haar hand likte.
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Refreshing

Terug naar boven Go down

Refreshing

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Solumn-