IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

It's the fear

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: It's the fear do jan 31, 2013 7:49 am


Post of the month; April 2013

Het tikken van de scherpe nagels op de stenen had iets onheilspellends. Net zoals wanneer je een kraan hoort druppen in een oud krakend huis. Je werd er helemaal gek van dat het maar niet op hield. Het regelmatige gedrup dat, telkens als je even weg doezelde, je weer uit je slaap wegtrok. En uiteindelijk staarde je de hele nacht naar hem plafon met donkere kringen onder je ogen omdat een eenvoudige kraan je toch zo erg kon irriteren. Bij dat besef ontsnapte een zachte gniffel uit de bek van een vrij eenvoudige vos. Hij zag er in het geheel niet bijzonder uit. Een glanzende rode vacht met witte punt aan de staart zoals alle vossen dat hadden. Toch waren bij deze overduidelijk de overblijfselen van een gevecht te vinden. Zijn linker oor was gescheurd. In diezelfde lijn langs zijn kop liepen een aantal littekens. Maar het leek hem in de verste verte niet tot last te zijn. Verder was de vos slank. Hij was niet mager, maar eerder pezig.
De zon ging langzaam onder. Een rode gloed viel over de stad. Het maakte de schaduw van de vos langer. Het leek alsof zijn schaduw achter hem aan sleepte vol pijn en ellende. Als hij zijn kop iets naar voren boog gleed ook daar de schaduw over heen. De zwarte vlekken deden denken aan een schedel maar erg goed was het niet te zien omdat de vos liep en de schaduw maar bleef bewegen.
Hij passeerde puin en wegrottende lijken van mens en dier. Er was bijna niemand te bekennen. Logisch, dit was de rand van de stad. Weinigen hadden hier nog iets te zoeken aangezien hier alleen maar troosteloosheid te vinden was. Zijn groene ogen gleden even naar de stad. Steeds meer lichten zag hij aan gaan in de gebouwen naarmate het steeds donkerder werd. De mensen zochten hun schuilplekken op voor de nacht. Daar hoog in de lucht, hoog boven alles wat nog leeft. Daar waar ze konden zien wat hun hebzucht had aangericht. De vos grijnsde zoals alleen een vos dat zou kunnen. Hebzucht. Een vreselijk iets maar met de meest lachwekkende gevolgen.
Een harde knal liet de oren van de vos naar achteren schieten. Hij draaide zich half om. De knal kwam uit de resten van de stad. Zijn ogen vernauwde zich. Het klonk als pistoolschoten. En waar rook was, was vuur. In dit geval een dode. De vos verspilde geen tijd. Zijn lange poten leken onder hem door te schieten. Lenig alle obstakels op zijn pad ontwijkend kwam hij steeds dichterbij de oorsprong van het geluid. Nu rook hij het ook. Buskruit. Er was hier dicht in de buurt geschoten. Hij bleef de geur volgen tot hij kwam bij een gebouw dat ooit wel mooi was geweest maar waarvan de rechter zijmuur nu was ingestort. Een paar van de brokstukken hadden een deel van de trap verwoest die naar de ooit mooi versierde ingang leidde. Op het complete deel van de trap lag een man en een stukje bij het vandaan een hond met een witte vacht. Zelfs vanaf de afstand die tussen de vos en de hond lag kon die laatste zien dat de hond doordrenkt was in bloed. Met kalme passen liep hij dichterbij. Naar de man hoefde hij eigenlijk niet eens te kijken. Die was heen. Maar de hond ademde nog, al was dat zwaar. De vos naderde hem. Met wijd opengesperde ogen keek de hond hem loom aan. In het midden van de wond in zijn lichaam zag de vos een perfect rond gat waar de kogel erin moest zijn gegaan. Zijn blik keerde terug naar de man. Een paar centimeter bij hem vandaan lag het pistool waar de kogel vandaan gekomen moest zijn. Maar toen viel de vos nog iets anders op. Namelijk de rafelige wonden in de buik van de man waar hij aan overleden moest zijn. Wonden die perfect aansloten op de kaken van de hond. De vos keek terug naar het dier toen deze iets probeerde te zeggen. 'Hij…schoot…me…neer.' hoorde hij hem zeggen. 'Nadat jij hem had gebeten,' reageerde de vos met kalme stem. Iets in de blik van de hond veranderde. 'Ik…had honger. Hij…had goed…voedsel,' kwam eruit. De houding van de vos veranderde niet. 'Dat is niet wat er gebeurd is. Je wilde wraak. Je eigenaar wilde je neerschieten om zo de verantwoordelijkheid om voor je te moeten zorgen op te heffen. Je probeerde hem te vermoorden voor hij dat bij jou kon doen,'
Nu werd de blik van de hond angstig en de vos wist dat hij goed gegokt had. 'Het was…zelfverdediging,' kwam er ineens bijzonder nuchter uit. De angst moest hem een adrenaline stoot hebben gegeven die hem iets meer kracht gaf. 'Het blijft moord,'
Deze drie woorden waren genoeg om de hond een verslagen uitdrukking te geven. 'Het enige wat je nu nog verlossing kan brengen is als je je ogen sluit en jezelf weg laat zakken in de zoete slaap die de dood heet,' loog de vos. Ja, de hond zou sterven. Dat stond vast. Maar er zou niets verlossends aan zijn dood zijn. Het oordeel was geveld. Nu was het wachten op het vonnis dat voltrokken moest worden. Waarschijnlijk was de angst in de ogen van de hond voordat hij deze voor de laatste keer sloot wel het mooiste van hun hele gesprek samen. Kalm bleef de vos wachten tot de hond was gestopt met ademhalen. Daarna legde hij zijn poot op hem. 'Ga maar mee naar Infernum. Laat Juvé maar voor je zorgen,' klonk het duister met een grom van genot achter uit de keel van de vos. Een gevaarlijke twinkeling in de ogen van de vos, Juvé, voorspelde weinig goeds. Hij draaide zich om en liep kalmpjes van de trap af. Hij keek niet op toen hij niet ver achter zich, iemand hoorde lopen. Zijn dag kon immers niet meer stuk.

(Wie durft deze duivel gezelschap te houden? xD)
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear do jan 31, 2013 12:12 pm

This is what you get
This is what you get
This is what you get when you mess with us

________________________
Radiohead - Karma police



Het wezen dat de vorm aangenomen had van een hert zwierf door de kapotte stad. Gelukkig kon hij zichzelf overal neerdroppen als god, anders was het een heel eind geweest om te moeten lopen. Al was nu rondlopen als hert wel zeer interessant. De mensen werden helemaal gek als ze een hert zagen, want een hert betekende een verrukkelijke en grote homp vlees. Wanneer ze er er een zagen dachten ze maar aan één ding: Schieten. En zo ook op Destrius. Maar jammer voor hen was Destrius geen doorsnee hert. Hij was gewoon doorgelopen, met een droge uitstraling op zijn gezicht en een laks rustig pasje terwijl de kogels door zijn lijf heen gingen zonder wonden achter te laten. Misschien dachten ze dat ze mis schoten, of dat ze gewoon een heel sterk hert voor zich hadden, dus schoten ze weer. Maar weer liep hij doodgemakkelijk door. Uiteindelijk om te voorkomen dat ze achter hem aan kwamen rennen was hij getransformeerd in een vogel en was zo weggevlogen, zodat het er voor de mensen uitzag alsof de hert ineens in het niets was verdwenen. Destrius had nog achteruit gekeken en genoten van de gezichten die de mensen trokken toen ze dat zagen. Classic!

Het hert liep met geheven hoofd door, al moest hij af en toe op de grond kijken zodat hij niet in een lijk gevuld met maden stapte. Dat had hij eerder gedaan, op zo'n lijk staan. Per ongeluk. Het lijk leek wat bol maar was van de buitenkant nog vrij intact, maar wanneer hij erop ging staan ontplofte de boel en kwamen er een paar duizend van die wurmende vliegenlarven naar buiten, en daarbij ook nog een afschuwelijke stank. Dat zou hem niet nog een keer overkomen. Zijn fragiel uitziende en dunne hoefjes werden elke keer behoedzaam langs de brokstukken en afval geleid. Ah. De stad Solum. De buitenrand zag er uit als een kruising tussen een achterstandswijk en een Italiaanse ruine of zoiets. Maar de binnenstad was eigenlijk heel netjes, daar hadden veel mensen zich gevestigd en daar probeerden ze te leven als vroeger. Naïef. Die mensen wilden de waarheid gewoon niet onder ogen zien. Het was niet meer zoals vroeger. Alles was weg. De beste manier om hier door te komen was door weer te leven als vroeger. Jagen en eten wat de natuur je bood. De mensen uit de stad waren er bang of te arrogant voor, ze aten het eten wat ze verzameld hadden van vroeger, vooral eten uit blik, wat lang houdbaar was.

Er waren echter mensen die half in de stad leefden en ook nog jaagden. Ze leefden van de natuur maar zochten wel onderdak onder de stenen daken. En.. uh?

De hert stopte met lopen toen hij in de verte een vos en een hond zag. De hond zat onder het bloed, de vos stond vlak bij hem. Het zag er raar uit. Had die vos die hond gedood? Onmogelijk. Vossen waren meestal als de dood voor honden. Maar toen zag Destrius ook het dode mens. Wat was hier in godsnaam aan de hand? Hij kwam dichterbij en herkende nu het gezicht van de vos. Juvé, god van Infernum. Was hij net als hem op de aarde om een ziel weg te sturen? Hij had de andere goden een tijd niet gezien dus het wederzien van Juvé gaf hem opluchting. Nu hoefde hij niet alles meer zelf te doen. Een grijns kwam op zijn gezicht terwijl hij Juvé naderde. De hond stierf nog voor zijn ogen, en zijn ziel werd verdoemd naar Infernum. Whoa. ''Juvé, fijn je weer te zien.'' zei hij terwijl zijn blik over het mens gleed. De ziel zat nog gevangen in het lichaam, het was onrustig en kwaad. Destrius zou het verlossen. Er hing een vreemd aura omheen, niet puur slecht maar ook absoluut niet goed. Een perfecte kandidaat voor Aberrabunt. Dan had Destrius ook weer iets te doen. Zijn grijns werd breder. Hij stapte met een van zijn voorste hoeven op het lijf en stuurde de ziel naar het verloren rijk. Nu draaide hij zich weer naar Juvé. ''Wat is hier gebeurd?'' besloot hij maar te vragen aan zijn collega, met een twijfelachtige blik.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear za feb 02, 2013 2:21 am

Het geluid dat hij hoorde waren hoeven. Hij kon ze horen. Klein en elegant. Maar iets aan die tred klonk bekend al kon Juvé nog niet bedenken wat. Hij had het eerder gehoord, maar waar? De stem die hij hoorde haalde al die twijfels en gedachten weg. Juvé wierp kort een blik over zijn schouder en een scheve grijns die je kon bestempelen als luguber verscheen op zijn snoet. 'Destrius,' klonk het geamuseerd. 'Het lijkt eeuwen sinds ik jou voor het laatst zag.' ging hij op licht spottende toon verder. Maar voor iedereen die Juvé een beetje kende wist dat als hij spottend en sarcastisch klonk, hij juist het beste humeur van de wereld had. Pas zodra hij zich vriendelijk begon te gedragen moest je uitkijken. Dan was hij werkelijk ''duivels''.'Hoe gaat het in dat doodse wereldje van je?'
Juvé keek toe hoe Destrius de ziel van het dode mens verloste van de levenloze zak vlees en botten wat ooit zijn lijf was geweest. Juvé had hem eerlijk gezegd de moeite niet waard gevonden. Dus hij had er geen problemen mee dat Destrius dit oploste.
Hij hield halt toen hij de volgende vraag van Destrius hoorde. Ze groene ogen gleden even kort naar de twee dode, inmiddels zielloze, wezens. Voor een moment bleef het stil. 'De mensheid zoals gebruikelijk,' sprak hij uiteindelijk. Zijn stem klonk akelig serieus. Een slecht voorteken.
Zijn blik gleed nu naar de stad waar hij in de verte stemmen hoorde. Ze zorgde kennelijk voor nogal wat opwinding. Dat was ook wel logisch met twee doden. En als vos deed je het bij de mensen ook niet altijd even goed. 'Laten we een stukje wandelen. Dan vertel ik wat er gebeurd is,' stelde hij voor. Juvé zette zich af en sprong lenig over een aantal brokstukken waarna hij in een steeg verdween. Als er anderen zouden komen, zouden hij en Destrius allang weg zijn.
In de steeg wachtte Juvé tot Destrius zich bij hem voegde. Daarna begon hij kalm te lopen. De zon was inmiddels weggezakt en de steeg waar zij stonden had zich gevuld met een akelige duisternis die de leegte en het verval nog eens extra benadrukte. 'Wat jij daar zag was een typisch voorbeeld van hoe deze huidige maatschappij in elkaar zit. De hond had zich al zijn hele leven lang aan de zijde van de mens geschaard. Hij vertrouwde erop dat die hem voedsel gaf als hij honger had, een droge slaapplek als het weer koud en vochtig was en hem eens in de zoveel tijd naar buiten liet om zijn behoefte te doen. Wat deze hond zich niet besefte was dat de mens één van de meest wrede diersoorten is die op deze aarde hebben rondgelopen. Zijn gedrag is onvoorspelbaar. In dit specifieke geval had de mens zijn oh zo trouwe viervoeter meegenomen naar de vervallen rand van de stad. Met maar één doel. Om zichzelf te bevrijden van de slavernij die ze verantwoordelijkheid noemen. De mens heeft amper voedsel om zichzelf in leven te houden. Ze weigeren te delen met iets wat zij als een lager ras beschouwen. Om er vanaf te zijn dacht deze dat, als hij de hond zou doden, dat de beste oplossing voor beiden zou zijn. Onze kwijlende vriend echter kreeg dit in de gaten. Hij voelde zich verraden omdat hij al die jaren de mens met zoveel overtuiging had beschermd. Hij keerde zich tegen zijn baas. Hij sprong en hapte toe waarmee hij onnoemelijke schade achterliet. Zowel fysiek als geestelijk. De mens, geschokt om wat zijn vriend hem had aangedaan, en daarbij even vergetend welke vreselijke daad hij zelf had willen doen, schoot. Meer uit reflex dan iets anders. En dat heeft voor het tafereel gezorgd wat wij beiden tegenkwamen eenmaal op de plek van verderf,' vertelde Juvé. Hij was inmiddels gestopt met lopen en keek naar zijn collega. Hij probeerde zijn blik te peilen, te zien wat hij van deze situatie vond. Zijn mening kon Juvé eigenlijk maar bar weinig schelen. Hij was benieuwd naar de reactie die hij met zijn verhaal kon uitlokken bij Destrius.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear zo feb 03, 2013 8:34 am

De vos had hem al snel genoeg in de gaten. Dat kon ook niet anders. De vier goden konden elkaar met gemak aan voelen komen. Hij noemde geamuseerd zijn naam. Destrius keerde zijn kop zijn richting op, wat langzaam ging met dat zware gewei bovenop. ''Het lijkt eeuwen sinds ik jou voor het laatst zag'' klonk het daarna licht spottend. De hert liet zijn oren wat zakken. Hij hield niet van die spottende toon, maar hij kende Juvé langer dan vandaag en hij wist dat het bij hem hoorde. In ieder geval bleven zijn woorden nagalmen in zijn kop. Het leek eeuwen geleden. Tja, hoe lang wás het eigenlijk geleden? Destrius moest toegeven dat zijn besef van tijd door de jaren heen weg was geëbd. ''Je hebt gelijk, heb jij een idee hoe lang wij al geen voet gezet hebben op de aarde?'' mompelde hij wat onduidelijk tegen Juvé, met een bedrukte gelaatsuitdrukking. Hij stapte wat van het lijk vandaan en schraapte met zijn hoeven over de grond, bijna alsof hij dacht ze daarmee schoon te maken. ''Hoe gaat het in dat doodse wereldje van je?'' klonk er van naast hem. Destrius zweeg eerst even, concentreerde zijn blik op de grond onder zijn poten.

''Hmmm..'' mompelde de zwarte hert weer. ''Een oneindige wereld waar de verloren zielen ronddwalen. Maar ze vinden hun pad niet. De meesten vinden de uitweg nooit. Ze hebben doodse ogen, alsof ze lijden aan staar. Ze lopen rond als een kip zonder kop, verliezen hun gedachten, hun persoonlijkheid, hunzelf. Daarna vergaan ze, sterven nog een keer, maar dan als lege omhulsels van wat ze ooit waren.'' Destrius hief zijn kop weer op, half starend rustte hij zijn ogen op zijn collega-god. ''Het gaat z'n gangetje'' zei hij daarna, met een kleine grijns op zijn kop. ''En in Infernum is het niet veel beter, neem ik aan.'' Hij keek toe hoe de vos zijn kenmerkende gelaatsuitdrukking verdween en er plaats kwam voor een serieuze blik. Dat zag je niet te vaak bij hem. Wat zou er loos zijn? 'De mensheid zoals gebruikelijk,' kwam er uiteindelijk uit zijn mond. Ah. Het dode mens en de hond. Icuris zou het bijna vergeten zijn.'Laten we een stukje wandelen. Dan vertel ik wat er gebeurd is,'
Hmm. Interessant. Destrius stapte in een rustig tempo achter hem aan en luisterde naar het tikken van zijn hoeven op de straatstenen. Ze gingen al snel een steegje in. Door de ondergaande zon kreeg de steeg een grimmig uiterlijk. Het was donker, zwart op wit. Het deed Destrius denken aan zijn huidige thuisland, Aberrabunt.


'Wat jij daar zag was een typisch voorbeeld van hoe deze huidige maatschappij in elkaar zit. '' begon Juvé zijn verhaal. Icuris luisterde naar hem, maar kon zich nog niet geboeid noemen. Dat kwam echter snel, toen de god precies en met detail begon te vertellen wat er gebeurd was met de wezens waarvan ze net de zielen naar het naleven hadden gestuurd. Destrius vond het interessant om te horen hoe deze wezens zichzelf ten onder hadden gebracht, maar spijtig vond hij het niet. Hij had geen meelij met deze wezens, want ze waren toch niet goed. Anders waren ze niet naar Infernum en Aberrabunt gestuurd. ''Ach Juvé, ze zijn nu beiden op een plek die beter geschikt voor hen is'' zei hij met een gemene grijns. Eheheh. De hond zou eeuwig branden in het vuur van Infernum en het menswezen zou eeuwig onrustig ronddwalen in Aberrabunt. Perfect. ''Ik heb je eigenlijk al lang niet gezien, net als de bewakers van Caelum en Purgatorio. Heb jij die onlangs gezien?'' brabbelde Destrius verbaasd. ''Ze zouden toch af en toe op hun post moeten zijn.. ik heb de laatste tijd hun werk moeten doen'' zei hij terwijl hij met zijn gewei tegen de muren aan schuurde. Hij wist niet waarom, maar hij had altijd de neiging om de punten continue te scherpen, terwijl hij dat niet bepaald nodig had. Als hij iemand dood wou hoefde hij hem niet te spiesen. Hij hoefde iemand überhaupt niet eens aan te raken om te doden. Niet dat hij zomaar wezens van hun leven mocht beroven hoor, er waren regels. Destrius gaapte. ''En wat brengt jou hier in de stad, mijn vriend? Ik neem aan dat die twee miezerige wezens niet genoeg reden voor jou zouden zijn om je hier heen te verplaatsen..'' zei hij terwijl hij om zich heen keek.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear ma feb 04, 2013 5:11 am

Destrius vraag klonk onduidelijk, maar Juvé had hem wel gehoord. Het enige antwoord wat hij gaf was een korte ''hm'''. Als hij eerlijk was wist hij ook niet meer hoe lang het geleden was dat hij Destrius voor het laatst had gezien. Het voelde als eeuwen, maar waarschijnlijk was dat ook zo. Juvé schudde het van zich af en had al snel zijn goede humeur terug met zijn volgende sarcastische vraag aan Destrius. Het antwoord omschreef precies zoals Juvé Abberabut had meegemaakt. Hij was er één keer geweest, ooit heel lang geleden. En hij had nooit meer terug willen gaan. Nee, gaf hem maar Infernum. Misschien behoorde dat een erger oord te zijn dan Abberabunt, maar hij wist tenminste wat hij er kon verwachten. In het territorium van Destrius was je zelfs de grond onder je voeten niet zeker en dat maakte het juist zo akelig.
Een hernieuwde vossen grijns verscheen toen hij Destrius' laatste woorden opving. 'In tegendeel mijn waarde collega. Zien hoe die verdoemden zichzelf wentelen in de pijn die zij tijdens hun leven zelf hebben opgebouwd. Die heerlijke ironie. Ik heb de tijd van mijn eeuwig hiernamaals,' grijnsde hij. Er kwam zelfs een klein lachje achteraan.
Maar daarna werd zijn gelaat weer serieus, toen Destrius vroeg wat er was gebeurd. Dat was ongeveer hetzelfde moment dat hij de stemmen hoorde. De mensen zouden hun in principe niks kunnen maken. Maar een directe confrontatie wou Juvé graag uit de weg gaan. Waarom contact zoeken met de levenden als dat niet nodig was?
Juvé was daarom de steeg in gelopen. Zodra hij zag dat Destrius hem was gevolgd begon hij zijn verhaal. Toen hij uitverteld was keek hij op naar Destrius en knikte op diens woorden. 'Ik vraag me soms echt af waarom je tijdens het leven moeite zou doen om je ketenen te smeden die je vastklinken aan de plek die wij thuis durven te noemen. Maar ja, wie ben ik om te praten. Ik, die dezelfde keten op akelige wijze ook terug heb gekregen,' sprak hij. Het was meer in zichzelf dan echt tegen Destrius. Niemand wist precies waar Juvé vandaan kwam, hoe hij überhaupt voor het eerst in Infernum verscheen, hoe hij daar gekomen was. Niemand leek het te weten, zelfs zijn eigen geheugen liet hem soms in de steek. En daarom sprak hij er ook bijna nooit over. Deze gelegenheid mocht als uitzondering beschouwd worden. Een moment waarin de waakzaamheid het liet afweten en een klein stukje onthulde van de vos die Juvé ooit bij leven was geweest. Iets waar nu haast niets meer van over was. Het zat te ver weg, Te diep geworteld.
De stem van Destrius haalde hem terug uit het wegzinken in zijn eigen gedachten. Hij schudde zijn kop. 'Wat mij betreft mag die malloot van Caelum weg blijven. Alsof die hier nu iets te zoeken heeft. Maar nee, ik heb hen niet gezien. Ook ik heb al wat zielen naar Purgatorio moeten sturen. Over incompetent gesproken,' zei hij. Zij waren ondertussen bij het einde va de steeg gekomen en de allerlaatste zwakke rode stralen van de zon schenen over het landschap. Alsof hij stervende was en probeerde met zijn laatste krachten de aarde nog éénmaal te verlichten. Juvé was gaan zitten met zijn staart over zijn poten geslagen. Een zwakke grijns verscheen bij het horen van Destrius' vraag. 'Ik vrees dat ik wel meer werk te doen heb dan alleen deze twee hier,' antwoordde hij. Dat was niet helemaal de waarheid. Ja, hij was hier ook omdat hij werk had wat ten uitvoer gebracht moest worden. Maar hij had ook begrepen dat zij weer op de aarde was. Hij had geruchten gehoord dat is in de buurt van Solum was, maar hij had haar niet gevonden.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear wo feb 06, 2013 8:39 am

De twee goden stonden aan het einde van de steeg. De zon was nu niet meer te zien, omdat hij weggezonken was achter de gebouwen van de stad. De gebouwen, ze maakte Destrius op een of andere manier verdrietig. Niet alleen omdat het hem herinnerde aan hoe de mensen hier vroeger hadden geleefd terwijl nu de planten langzaam bezit namen over de stenen, hij mistte ook de horizon die hier niet zichtbaar was door de bouwsels van mensen. Hij slaakte een kleine zucht, en schudde daarna bedenkelijk zijn kop. Waarom maakte het op aarde zijn hem zo in de war, waarom suisden er zoveel gedachten door zijn hoofd en voelde hij zich zo bekend hier? Waarom was hij door de jaren vergeten hoe hij gestorven was, waar hij vandaan kwam, en bovenal wie hij was? Hij slikte, en keek weer terug naar Juvé die weer begon te praten. Gelukkig, dat kon hem even tijdelijk uit zijn gedachten schudden. Hij raakte er chronisch gestrest van.

Het ging over wat Destrius gevraagd had, over de andere goden en waar ze konden zijn. 'Wat mij betreft mag die malloot van Caelum weg blijven. Alsof die hier nu iets te zoeken heeft. Maar nee, ik heb hen niet gezien. Ook ik heb al wat zielen naar Purgatorio moeten sturen. Over incompetent gesproken,' Juvé ging zitten met zijn pluizige staart over zijn poten heen, en Destrius stond naast hem, starend naar de gebouwen, zwijgend. Hij begreep Juvé volledig, hij begreep zichzelf niet. Ja, de andere goden waren een tijd weggeweest, maar hij was meer nieuwsgierig dan nijdig om hen. Hij zou eerst willen weten wat er met hun gebeurd was voordat hij een oordeel zou hebben over ze. Maar het was in ieder geval wel raar. Hij had niks van ze gehoord voor ze verdwenen. Alsof ze als sneeuw voor de zon weggesmolten hadden voor Juvé en hij het doorhadden.

Nu kwam het antwoord op zijn vraag was Juvé hier aan het doen was. 'Ik vrees dat ik wel meer werk te doen heb dan alleen deze twee hier,' Destrius fronste. ''Eh.. sure.'' mompelde hij. Natuurlijk was er veel werk, er was weinig voedsel en water, en er heerste ziekte en onenigheid onder alle wezens. Er gingen veel mensen en dieren dood in de buurt en hij kon het voelen. Als een koude steek die recht door je hart heen ging. De zielen waren gevangen en alleen Destrius en Juvé konden ze nu bevrijden uit hun lichaam. Weer was het stil tussen de twee goden, en Destrius verzonk weer in zijn gedachten. Hij had geen rust genoeg om rustig te zitten zoals Juvé. Hij stapte vooruit, keek naar de donkere lucht en begon rustig te spreken tegen hem. ''Weet jij wie jij was op deze wereld?..'' zei hij trillerig. ''Ben ik de enige die vergeten is wie ik ben, of hebben jullie dat ook?'' vroeg hij, bloedserieus, serieuzer dan hij had willen klinken. Hij toonde absoluut niet graag zijn gevoelens, en misschien was Juvé wel de enige bij wie hij het deed.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear wo feb 06, 2013 9:55 am

Niet wetend dat Destrius zo zijn eigen gedachten had waar hij mee verstrengeld raakte bleef Juvé naar de horizon kijken. Of waar hij had moeten liggen. In de verte hoorde hij de klok slaan die het hele uur aangaf. Dat was iets van de mensen wat Juvé nooit had begrepen. Hun rare tijdsaanduiding. Aan de zon had je toch genoeg? En je lichaam vertelde wel of het tijd was om te eten, te drinken of te rusten. Waar had je dan dat ding voor nodig dat ze een klok noemden? Het was een nutteloze discussie die Juvé met zichzelf voerde. Maar het was om de stilte in zijn gedachten te bestrijden. De stilte die nu ook al een tijdje heerste tussen hem en Destrius. Hij had het niet in de gaten gehad. Maar zijn collega had al een aardige tijd niks meer gezegd. Enkel maar voor zich uit gestaard. Waarschijnlijk net zo in gedachten verzonken als hij. Maar zijn eerdere woorden waren Juvé niet ontgaan. Al was het maar om van die akelige stilte af te zijn. Juvé begon weer met spreken.

Destrius gaf er geen antwoord op. In plaats daarvan stelde hij een volgende vraag. Toch wist Juvé dat Destrius hem had begrepen. dat voelde hij gewoon. Je begon opmerkelijke dingen te beseffen als je al zo lang rondwaarde als hen. Onder andere hoe de ander in elkaar stak. Zonder er verder al te veel op in te gaan gaf Juvé antwoord op Destrius' latere vraag al was het een licht ontwijkend antwoord. Maar hij hoorde de reactie van Destrius al niet meer. Zijn gedachten waren weg. Veel verder weg dan zelfs de tijd kon bevatten. Iets in zijn gif groene ogen leek iets van herkenning te vertonen toen Destrius hem nog een vraag stelde. Ze staarde voor lange tijd, priemend in Destrius' ogen. Of zo leek het. In werkelijkheid waren het niet meer dan luttele seconden. Uiteindelijk slaakte Juvé een haast onhoorbare zucht. Destrius' stem had anders geklonken, zo trillend, zo serieus. Het was geen toon waar Juvé hem van kende. Dit moest wel diep liggen. 'Ja...en nee,' antwoordde hij uiteindelijk. Beseffend dat dit een beetje verwarrend kon overkomen verklaarde hij zich niet lang daarna. 'Ik herinner me vrij veel. Meer dan ik zou willen. Maar tegelijkertijd...lijkt het weg te zakken. Als een rots in de rivier. Elke keer slaat het met zand gevulde water ertegen aan. Elke keer weer slijt hij er een klein laagje af tot hij de rots heeft doen laten verdwijnen. Maar de laatste tijd...,' Juvé hield op. In zijn ogen lag een gepijnigde blik.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear zo feb 10, 2013 9:48 am

Na zijn vraag staarde de vos hem enkele seconden aan. Het gaf Destrius een raar gevoel om de gezichtsuitdrukking van Juvé zo snel te zien veranderen. Nou ja, hij had dan in ieder geval een goede vraag gesteld. 'Ja...en nee,' antwoordde de vos tegen het hert. Die keek hem even raar aan, maar wist dat dat niet zijn hele antwoord zou zijn en dat hij het nog verder zou gaan uitleggen. 'Ik herinner me vrij veel. Meer dan ik zou willen. Maar tegelijkertijd...lijkt het weg te zakken. Als een rots in de rivier. Elke keer slaat het met zand gevulde water ertegen aan. Elke keer weer slijt hij er een klein laagje af tot hij de rots heeft doen laten verdwijnen.'' Destrius knikte. Dat gevoel kwam hemzelf maar al te bekend voor. Al was het nu al veel verder geëscaleerd. Hij was zijn herinneringen volledig kwijt. Hij hoopte maar dat er een manier was om ze terug te halen. ''Maar de laatste tijd...,' was Juvé nog doorgegaan, waarna hij zweeg en een gepijnigde blik liet zien.

''W..wat de laatste tijd, Juvé?'' herhaalde Destrius zenuwachtig.
Hij slikte, wendde zijn blik af van de ogen van Juvé en slaakte een diepe zucht. ''Ik weet niet wat er mis met me is, Juvé. Wat ik me wel herinner, wat ik zéker weet, is dat wanneer ik in Aberrabunt aankwam, ik alles nog wist. Het ging langzaam achteruit, maar dat is logisch. Door de jaren heen vervagen herinneringen. Maar de laatste tijd.. zijn alle herinneringen bij me weggerukt. Zou Aberrabunt mij eindelijk in zijn macht hebben gekregen? Ik ben mezelf verloren, Juvé. En ik heb geen idee hoe ik er ooit weer achter kom wie ik was. Ik wil het zó graag weten, het knaagt elke minuut aan mijn gedachten.''


De hert trilde op zijn grondvesten en besloot ook uiteindelijk maar te gaan zitten, om zichzelf tot bedaren te kunnen brengen. Hij ademde diep in en uit, alsof hij dacht dat hij anders zou gaan hyperventileren. Ineens wendde hij snel zijn kop naar Juvé en keek hem met wijd open gesperde ogen aan. ''Ben ik gek geworden, Juventus?'' vroeg hij met een blik van 'Wees alsjeblieft eerlijk tegen me'. Van alle goden kenden Juvé en Destrius elkaar al het langste. Het voelde raar om zijn gevoelens eruit te gooien bij de duivel, maar het leek hem de enige persoon die misschien naar zijn gezeur wou luisteren. En als hij dat niet wou kon hij nu nog altijd door met zijn eigen verhaal. Alles was beter dan stilte, waarin Destrius zijn gedachten op de vrije loop konden.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear ma feb 11, 2013 12:54 am

Het was meer een gedachte geweest, de laatste zin die Juvé had uitgesproken. Hij had alleen niet door gehad dat hij hem ook daadwerkelijk tegen Destrius had gezegd. Hij keek daarom even verbaasd op toen hij de zenuwachtige stem van zijn collega hoorde. Juvé schudde zijn kop. 'Het is niet belangrijk Des. Als je zo oud bent als wij zijn dan begint iedereen te raaskallen,' zei hij met zijn vertrouwde spottende grijns. Het was een masker. Hij wilde Destrius niet bezorgd maken om dingen waar hij helemaal geen doen van had. Misschien was het wel beter om hem in vertrouwen te nemen. Maar het was nog te vroeg. Juvé wist zelf niet eens of het wel helemaal waar was wat hij hoorde en zag. Voor hetzelfde geldt was het zijn brein die een wrede truc met hem uit probeerde te halen. Hij probeerde het van zich af te schudden en zich weer op Destrius te concentreren die ondertussen verder sprak. Hij gaf geen antwoord, keek niet eens naar Destrius. Maar hij dacht diep na. Zou Aberrabunt echt van zijn collega zo'n zelfde hersenloze ziel hebben gemaakt. of daar nog steeds mee bezig zijn. Wat was niet mogelijk. Juvé's ogen keken Destrius scherp aan. 'Laat me je dit zeggen. Als Aberrabunt ook jou in zijn greep krijgt dan zijn misschien je krachten aan het afzwakken. Je bent een Godheid. En nog wel van die Faydevergeten plek ook. Je behoort kracht te bezitten om de dingen naar jou hand te draaien. Niet andersom,' sprak hij uiterst kalm.

Juvé was nog niet uitgesproken of Destrius leek door te slaan. En hoewel zijn spieren zich aanspande leek er verder niks in zijn houding te veranderen. 'Destrius!' donderde zijn stem. Er klonk een zweepslag van kracht en autoriteit doorheen. Een toon die menig verlorn ziel in Infernum de stuipen op het lijf zou jagen. Hij was opgestaan en ook al was Juvé vrij groot voor een vos, hij leek door zijn uitstraling nu nóg groter. 'Luister naar me. Je bent niet gek,' sprak hij langzaam alsof hij een kind probeerde uit te leggen dat te veel snoepjes slecht voor je was. 'Ik heb er genoeg gezien. De één nog psychotischer dan de ander. Maar geloof me, jij staat niet in dat lijstje,' ging hij iets kalmer, maar nog steeds autoritair verder. 'Verder is er misschien een mogelijkheid dat ik je kan helpen. Maar ik waarschuw je, het zal hoogstwaarschijnlijk geen prettige ervaring worden. Als je er echt zoveel voor over hebt om te weten wie je was, dan weet ik wel een plek waar je dat kunt vinden,' zei hij. Juvé's blik gleed de omgeving af, alsof hij bang was dat iemand hem zou afluisteren. Daarna keek hij naar Destrius. 'Ik kan je meenemen naar Infernums archieven,' zei hij tot slot.

De archieven van Infernum klonken veel minder eng dan ze waren. Van oorsprong werd daar alle informatie bewaard van de zielen die in Infernum zelf rondliepen. Maar Juvé wist dat er ook een aantal geheime archieven tussen zaten. Hij had het ontdekt toen hij op zoek was gegaan naar zijn eigen archief. Hij had het bij de gewone zielen nergens kunnen vinden. Toen had hij de sectie van de Goden ontdekt. Hij wist niet of Destrius ertussen zou staan, maar als er ergens informatie over hem te vinden was, dan moest het zich daar bevinden. Normaal gesproken mocht niemand daar in komen. Zelfs Juvé kwam er amper. Maar dit was een noodgeval. En voor Destrius was hij bereid een uitzondering te maken.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear za feb 16, 2013 10:31 am

Terwijl hijzelf doorsloeg probeerde Juvé hem tegen te spreken. Het was om hem tegen te spreken, Destrius wist alleen niet of het was omdat Juvé aardig en vriendelijk voor hem probeerde te zijn, of dat hij gewoon geen zin had in zijn gezeik over zichzelf verliezen. Wát de god van de onderwereld precies tegen hem had gezegd had hij niet eens gehoord, zijn paniek had zijn gedachten verstoord. Pas wanneer Juvé écht gek van hem deed en donderend zijn naam schreeuwde kwam hij weer bij zijn normalen. Hij zweeg en keek Juvé aan, die zich groot maakte door op te staan. Hij was sowieso al een heel stuk groter dan normale vossen. Zo zou Destrius hem altijd kunnen herkennen tussen alle andere vossen, of hij met zijn rug naar hem toe stond of niet. 'Luister naar me. Je bent niet gek,' sprak de vos tegen hem als een moeder tegen een klein kind. Destrius voelde zich op het moment heel klein, zelfs al was hij een god. Dat klopte voor geen meter. 'Ik heb er genoeg gezien. De één nog psychotischer dan de ander. Maar geloof me, jij staat niet in dat lijstje,'

Destrius keek hem even vreemd aan van ''Echt waar?''. Hij bedaarde verder en ging weer stevig op zijn poten staan. Hij slaakte een diepe zucht. Hij had alle gelijk van de wereld. Destrius was een god maar hij liet soms aardse zwakheden zien die alleen de wezens in de wereld der levenden of pas gestorvenen zouden moeten hebben. 'Verder is er misschien een mogelijkheid dat ik je kan helpen. Maar ik waarschuw je, het zal hoogstwaarschijnlijk geen prettige ervaring worden. Als je er echt zoveel voor over hebt om te weten wie je was, dan weet ik wel een plek waar je dat kunt vinden,' Destrius keek meteen een stuk helderder naar hem en bewoog zijn oren licht. Je kon makkelijk aan hem zien of hij geïnteresseerd was of niet. Hoewel Juvé zei dat het geen pretje zou worden en als hij zei dat iets geen pretje was, dan was het ook echt geen pretje, zou Destrius er veel, heel veel voor over hebben om er achter te komen wie hij was toen hij nog leefde. Het spookte nu de hele dag door zijn hoofd, al jaren lang, maar het werd steeds erger. Steeds vaker verstopte hij zich in een donkere hoek in Aberrabunt om in zijn eentje te piekeren en te proberen achter meer feiten te komen, in plaats van de verloren zielen in de gaten houden zoals hij dat zou moeten doen.

De duivelse vos vertelde hem dat er een archief was in Infernum, en dat zijn naam daar ook in voor zou moeten komen. Infernum.. Daar was hij al een lange tijd niet geweest. Hij had niet hetzelfde te vrezen daar als de doden die erheen gestuurd hebben, maar toch kwam hij er niet graag. Wat daar allemaal gebeurde.. het werd eeuwig in je hoofd geprent. Destrius schraapte zijn keel. ''Laten we het doen.'' sprak hij akelig rustig. Hij stapte vooruit, keek nog even licht bedenkelijk naar de lucht die steeds donkerder verkleurde en keek daarna terug naar zijn enige vriend. Hij stapte naar hem toe en knikte. Het was tijd.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Juvé


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: I guess I quit counting a long time ago.
Remission: Doomed

BerichtOnderwerp: Re: It's the fear vr feb 22, 2013 7:26 am

Juvé had gehoopt dat hij Destrius met normaal beredeneren had kunnen laten inzien dat hij belachelijk deed. Mijn zijn collega leek hem niet eens te horen. Juvé leek niet tot hem door te dringen. In plaats daarvan sloeg Destrius door. Het lukte hem niet meer om er bovenuit te komen. Juvé had zich gedwongen gezien om een stem op te zetten waar hij Destrius liever niet mee aansprak. Hij beschouwde Destrius als zijn gelijke, meer dan zijn andere collega's als hij eerlijk was. Dus Juvé vond het maar niks als hij tegen hem moest schreeuwen. Het was de stem die hij opzette om zielen angst aan te jagen die rond zwierven door Infernum. Je zou toch verwachten dat de meeste hun lesje wel zouden hebben geleerd als ze eenmaal terecht waren gekomen in zijn thuis wereld. Maar de meeste van hen waren zo verdorven dat het geen enkele nut had. Soms gingen ze echt te ver en dan moest Juvé ingrijpen. Dan raasde zijn stem als de donder door de lucht. Een geluid dat de aarde liet trillen en de zielen onder zijn zeggenschap ineen liet krimpen van angst. Het was wel duidelijk waarom Juvé die stem niet vaak ergens anders liet schallen dan in Infernum.

Juvé probeerde zichzelf te beheersen voordat hij verder sprak. Nu hij Destrius aandacht had kon hij hem eindelijk bereiken hoopte hij. En het werkte. Hij zag hoe Destrius bedaarde van zijn eigen paniek uitbarsting. Nu Juvé er zeker van was dat Destrius gekalmeerd was sprak hij verder. Nu hij zou luisteren kon hij proberen om zijn collega te helpen. Al zou het niet makkelijk worden. Maar ja, dat waren dit soort dingen nooit. Het deed hem goed om te zien dat Destrius langzaam weer de God werd die Juvé kende. Hij bleef Destrius volgen met zijn ogen terwijl hij een paar stappen zette en akelig rustig toestemde in zijn idee. Juvé knikte en zette ook een paar passen tot hij naast zijn vriend stond. 'Als je het zeker weet...,' sprak hij zacht. Juvé keek om zich heen, alsof hij bang was dat iemand hen zou zien. Zijn staart wikkelde zich om één van Destrius' poten. De felle rode kleur van zijn vacht verdween langzaam en maakte plaats voor een asgrauwe kleur om daarna zwart te verkleuren. Dit gebeurde ook met de rest van zijn lichaam. Het ging van zijn oren door naar het puntje van z'n staart. Zodra de asdeeltjes waar zijn lichaam in veranderde Destrius raakte sprong het over op zijn vriend. De wind blies hen uit elkaar en verspreidde hun asdeeltjes op de wind om weer samen te smelten op de verdoemde grond van Infernum.

(Moet ik het vervolg topic op deze aanmaken?)
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: It's the fear

Terug naar boven Go down

It's the fear

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Solumn-