IndexFAQHomepageKalenderGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel| .

The digger, the listener, the runner

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down
AuteurBericht
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: The digger, the listener, the runner ma jan 28, 2013 12:55 am

'There's terrible evil in the world.

It comes from men. All other Elil do what they have to do,
and Frith moves them as he moves us.
They live on the Earth and they need food.
But men will never rest till they've spoiled the Earth,
and destroyed the animals,'


Cerridwens oren ging omhoog, direct gevolgd door de rest van haar lichaam. Ze keek alert in het rond. Naast haar ging een donkere haas overeind zitten. 'Heb je iets gezien Cerrid?' hoorde ze hem zachtjes vragen. Nogmaals liet Cerridwen haar ogen over het landschap glijden. Maar het was stil. Er was niemand te bekennen. Ze liet zich weer zakken, veilig en dicht bij de grond. 'Het was niets,' antwoordde ze de haas. Maar ze was er nog niet helemaal op gerust. De spieren in haar achterpoten bleven gespannen. 'We zijn allemaal gespannen. Het zal vast niets geweest zijn,'
Dat was Daliah een klein konijntje met zwarte vlekjes. Haar ogen keken Cerridwen vriendelijk aan en de bruine haas knikte. Ze was vermoeid, dat moet het zijn geweest. Ze zette zich weer af van de harde grond en sprintte weg, de rest op maar een paar centimeter afstand van haar. Al die tijd bleven haar oren gespitst. Cerridwen kon zichzelf er maar niet van overtuigen dat ze echt niets had gehoord. Het was zo'n onderbuik gevoel, en die had het vrijwel nooit mis. Cerridwen schrok op uit haar gedachten toen ze Daliah hoorde gillen. Al snel zag ze de oorzaak van die commotie. Aan de rand van het meer lag een donker gestalte. Ze rende er naartoe. 'Is het hem? vroeg de haas die haar eerder gevraagd had of alles goed met haar ging. Hij was naast haar komen staan. Verdrietig knikte Cerridwen. 'Ten prooi gevallen aan het vervuilde water,' sprak ze zachtjes, haast fluisterend. Ze boog zich over het zwarte konijn heen. 'Hara, kun je me horen?' vroeg ze zachtjes. Hara deed één oog langzaam open. 'Cer...rid?'.
Zijn stem klonk raspend en was meer een fluistering dan iets anders. De donkerbruine haas die eerder had gesproken had schudde mismoedig zijn kop. 'Hij is stervende,' zei hij en gooide daarmee het feit wat iedereen wist maar niet durfde uit te spreken in de lucht. Iedere aanwezige boog zijn kop. 'Het enige wat we kunnen doen is deze laatste moment bij hem blijven voor hij zich bij de Auwsla van Frith voegt,' zei Cerridwen. Het zwijgen van de anderen was het instemmen in haar idee. Ze wachtten...
De ademhaling van Hara ging steeds langzamer, en uiteindelijk hield het op. Een ongemakkelijk stilte overviel de anderen. Het was de donkerbruine haas die uiteindelijk het woord nam. 'My heart has joined the Thousand, for my friend stopped running today,' sprak hij met zware kalme stem. Ze hupte langzaam weg van de plek waar Hara gestorven was. Cerridwen draaide zich om. 'Deliah, kom mee. Hara is bij Frith nu,' zei ze zachtjes. Deliah keek nog één keer om naar Hara. Daarna zette haar achterpoten zich af en sprintte ze weg. 'Ga maar vast. Ik heb hier nog wat te doen,' riep Cerridwen haar na. Deliah knikte en verdween tussen de bomen. Cerridwen was alleen. Ze keek om zich heen, dat onderbuik gevoel was terug en sterker dan ooit. 'Kom tevoorschijn,' riep ze tegen het niets. Ze bereidde zich voor om snel weg te sprinten mocht er een vijand uit zijn schuilplaats tevoorschijn springen.
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner ma jan 28, 2013 12:07 pm

Voor het eerst in tientallen jaren zette de jonge god zijn poten op de oppervlakte van moeder aarde. Bij het aanraken van de grond voelde hij tintelingen in zijn poten die naar boven kropen tot zijn nek en schouders. Het voelde raar om weer hier te zijn. Het was zo veranderd, het voelde zo onbekend aan. Hij was eerder bij dit meer geweest, toen het water nog fris en schoon was, toen mensen en dieren er nog uit konden drinken. Nu was elke keer dat je een slok uit het water nam een risico die je met je leven zou kunnen bekopen. Belachelijk. Het water was zo makkelijk schoon te houden. Gooi er niets in, laat het zijn eigen leven lijden, en de natuur zou je schoon water bieden uit dank. De god stak zijn neus in de lucht, en keek bedenkelijk naar de hemel.

Destrius was zijn naam. God van Aberrabunt, het land van de verloren zielen. Normaliter bevond hij zich dus in dat land, en zou hij alleen richting de aarde reizen wanneer er iemand stierf wiens ziel bestemd was om verloren rond te dwalen in Aberrabunt. Dus waarom was hij nu hier? Hij kwam liever zo min mogelijk terug in het land die in zijn ogen al verloren was. De andere goden, goden van Caelum, Infernum en Purgatorio, waren al tijden nergens te bekennen. Nooit had Destrius zoiets meegemaakt. Hij moest dus wel actie ondernemen, want zij waren diegenen die de zielen de weg wezen naar het paradijs, de onderwereld of de tussenweg; het vagevuur. Destrius had echter ook de kracht om dit te doen, dus hij zou de taak tijdelijk op zich nemen. Hij kon de zielen toch niet gevangen kunnen laten zitten in hun lichaam?

Snel draafde hij verder. Hij kon redelijk wat snelheid maken in deze vorm. Jonge goden hadden de gave om van vorm te veranderen. Wanneer ze ouder werden zouden ze steeds meer een vaste vorm aannemen, maar de zijne was voor hem nog lang niet duidelijk. Hij was nu een wolf, waardoor hij niet opviel in de struiken en ongemerkt overal doorheen kon sluipen. Dat zou hij als vos of prooidier natuurlijk ook kunnen, maar als wolf kwam er het voordeel bij dat hij ook nog flink van zich af kon bijten, indien nodig.

Hij voelde dat hij nu dichter bij het stervende wezen was. Nog een paar bosjes door en hij kon de haas zien liggen, miserabel en stervende, vergiftigd door het slechte water. Er stonden andere hazen bij. Hmm. Die zouden absoluut in paniek raken als hij als wolf tevoorschijn kwam, dat was zeker. Snel veranderde hij zijn vorm naar een veel voorkomende vogel; een raaf. Een van de dieren die het hier het beste deden omdat ze zich tegoed deden aan aas. Hij vloog op, liet een korte schreeuw horen en landde in een boom, waarna hij wachtte tot de hazen wegliepen van de zieke haas, die zojuist het leven gegeven had. Destrius wierp zich van de tak af, dook naar beneden en landde naast het lichaam. Het was een goed wezen geweest, niet een kandidaat voor zijn wereld. Hij hopte op het lichaam, sloot de ogen van de haas met een van zijn pootjes en zuchtte. Ooit had hij er op eenzelfde manier bijgelegen. Zijn laatste momenten op aarde stonden hem nog al te goed bij.

Destrius was bezig met het lichaam, en kort nadat hij de ziel op weg gestuurd had hoorde hij een stem die riep dat hij zich moest laten zien. Hij liep door de bosjes heen en stond oog in oog met een van de hazen die net bij het nu levenloze lichaam stond. Destrius zweeg, keek de haas met zijn zwarte kraalogen aan. Het duurde even voordat hij begon te spreken. ''Mijn excuses, waar zijn mijn manieren. Mijn naam is Destrius.'' zei hij op een rustige en respectvolle toon, terwijl hij nog wat dichter bij hopte. ''Het spijt me van je vriend..'' probeerde hij daarna voorzichtig te kraaien. Hij hoopte dat hij niet meteen argwaan creëerde bij het konijn. Alsof hij als doodnormale raaf aan het lichaam gepulkt had om er stukjes vlees uit te trekken. ''Hij is op weg naar de paradijselijke heuvels vol grassen en klaver, zoveel als hij op kan.'' zei hij er snel achteraan. .
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner ma jan 28, 2013 12:46 pm

Cerridwen had gelijk gehad, ze was inderdaad niet alleen geweest. De pupillen van haar ogen vernauwde zich. Haar lange oren, kenmerkend voor hazen, stonden niet langer fier rechtop. Ze waren laag en dreigend. Cerridwen wist niet of ze te maken had met vriend of vijand. Maar aangezien de wereld vol zat met vijanden voor dieren als zij kon je niet voorzichtig genoeg zijn.
Haar tot dan toe onbekende bleek een raaf te zijn. Hij had van die typische kraal oogjes. Raven, dat wist ze, konden in geval van een gevecht gemeen uit de hoek komen. Maar deze leek anders, rustiger. Hij begon te spreken met een krassende stem. En weer had Cerridwen het gevoel dat deze kraai anders was. Het was zijn hele manier van doen. Ze had wel eens kraaien ontmoet in haar leven. Maar meestal vlogen die weg als de kolonie eraan kwam. En als ze met weinig hazen en konijnen waren probeerde de kraaien de zwakken en gewonden aan te vallen. Dan mesten ze snel naar een hol, waar die beesten niet durfde te komen.
Maar deze...
Deze deed geen van die dingen. Hij stond daar maar, sprak daar maar. Op een heel andere manier dan Cerridwen gewend was. Ze hupte een paar passen dichterbij toen de kraai zich voorstelde. 'Ik ben Cerridwen,' zei ze op haar beurt en haar blik ging terug naar Hara. 'Het is mijn schuld,' sprak ze zachtjes. tegen de kraai toen hij een verontschuldiging uitte. 'Ik had hem niet uit het oog moeten verliezen. Ik was verantwoordelijk voor hem. Hara wilde alleen maar helpen. Hij was op zoek naar een nieuwe waterbron voor de kolonie. Maar hij was te jong, te onervaren om het gevaar van de vergiftiging in te zien,' ging ze verder. Van haar hele gelaat was af te lezen dat Cerridwen het zichzelf heel erg kwalijk nam wat Hara was overkomen. Haar blik ging terug naar de kraai toen hij verder sprak. Ze knikte kalm. 'Hij is bij Frith nu,' herhaalde ze de woorden die eerder door één van de andere hazen waren gezegd. Het besef dat deze kraai waarschijnlijk niet eens wist wie Frith was drong niet echt tot Cerridwen door. Misschien was het een stemmetje achter in haar hoofd die haar waarschuwde, maar hij klonk niet luid genoeg om door haar ijle muur van gedachten heen te breken. En die waren bij Hara. Hoe hij twee dagen geleden nog had opgeschept hoe hij de snelste sprinter van iedereen was. En Erlan, één van de oudere hazen, die hem niet had gelooft en hem direct had uitgedaagd voor een wedstrijd. Natuurlijk verloor Hara, iedereen had dat geweten. Maar met die bijdehante opmerkingen was iedereen altijd gek op hem geweest. Zo ook Cerridwen. Om hem hier nu te zien liggen, als voer voor de gieren, dat deed haar vreselijk pijn. Zelfs het besef dat Elahrairah hem had meegenomen om deel uit te maken van de Auwsla aan het hof van Frith kon die pijn niet verlichten.
'Het spijt me,' zei ze zacht tegen Destrius. 'Ik zou niet tegen jou over onze problemen moeten klagen. Zeker omdat je ons niet kent en niks met ons te maken hebt,' verontschuldigde Cerridwen zich nu tegenover hem terwijl ze hem weer even aankeek.

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner do jan 31, 2013 5:37 am

De haas stelde zichzelf voor als Cerridwen. Na het voorstellen ging de blik van de haas weer terug naar het dode lichaam. Destrius zweeg en staarde met een glazige blik dezelfde kant op. Jammer genoeg konden hij en de andere goden alleen de ziel meenemen en niet het lichaam. Het lichaam behoorde toe aan de aarde, zou vergaan en weer als voedsel dienen voor duizenden organismen. Hoe hard en hoe onsmakelijk het ook leek, dat proces mocht nooit van de natuur afgepakt worden. Anders zou het hele voedselketenstelsel uit elkaar vallen. Alle dieren wisten dat, behalve de meeste mensen. Die wouden alles in hun buurt schoon hebben en steriel, de kleinste beestjes uitroeien, de wilde plantjes uit de grond trekken, omgewaaide bomen weghalen en bakken chloor door het water gooien. Hij wist niet hoe die wezens in zo'n steriele omgeving niet ziek werden van elke kleine bacterie die ze tegen kwamen.

Hij keerde zijn kop snel richting de haas en schudde zichzelf uit zijn gedachten toen Cerridwen opnieuw begon te praten. Die nam de schuld van de dood van de andere haas op zich. Destrius fronste en luisterde naar haar verhaal. Destrius begreep erna waarom ze zichzelf de schuld gaf, al was dat niet rechtvaardig. De raaf wou zijn snavel openen om snel iets terug te zeggen, maar de haas was hem voor. Haar blik ging naar hem en ze gaf hem een knikje. 'Hij is bij Frith nu,' Destrius knikte terug. ''Dat weet ik zeker..'' antwoordde hij, al had hij geen idee wie of wat Frith was, maar hij nam aan dat het een god voor haar was en dat ze geloofde dat deze Hara zou ontvangen in het paradijs. Destrius wist dat veel dieren een andere naam gaven aan hun god, maar dat ze het uiteindelijk allemaal over dezelfde god in hetzelfde paradijs hadden. En gelijk hadden ze. Het paradijs was prachtig en puur. Ja, Destrius had er een keer een kijkje mogen nemen, al was hij zelf in zijn leven niet goed genoeg geweest om daar terecht te komen.

'Het spijt me,' zei de haas zachtjes. 'Ik zou niet tegen jou over onze problemen moeten klagen. Zeker omdat je ons niet kent en niks met ons te maken hebt,' Destrius schudde zijn kop. ''Nee, nee, verontschuldig je alsjeblieft niet.'' hij wou er achter plakken dat hij haar en de andere hazen beter kende dan ze had gedacht, maar hield dat toch maar voor zich. Hij keek naar zijn vleugels die slap naar beneden hingen, en hief ze snel weer op. Ugh, hij transformeerde niet vaak genoeg naar een vogel, hij viel totaal uit zijn rol als raaf. Hij had heel erg de neiging om terug te transformeren naar een dier dat op vier poten stond, maar hij wou de haas geen hartaanval geven. Of wou hij juist wel haar reactie zijn? Ah, screw it. Hij transformeerde langzaam naar een mannelijke hert, en torende ineens boven de haas uit. Doodnormaal begon hij tegen haar te praten of er niks gebeurd was. ''Het was niet jouw schuld..'' sprak hij terwijl hij met zijn kop schudde. ''Er is de laatste tijd weinig neerval geweest. Je word er niet vrolijk van als je weet hoeveel dieren al overleden zijn aan vergiftiging omdat ze te wanhopig waren om niet uit het meer te drinken.'' voegde hij er daarna aan toe. ''Het is zo makkelijk om het meer schoon te maken en te houden. De mensen hebben genoeg gereedschappen om het te doen. Ze geven er alleen geen reet om, zeker niet nu overleven ook nog een van hun taken is geworden. Waarom zouden ze ook, zij kunnen het water verhitten en de bacteriën doden, dus hun soort heeft er geen last van.'' Hij slaakte een kleine zucht, en staarde weer even in de verte. Hoe lang zou het duren voor het leven in dit gebied uitgestorven was?
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner zo feb 03, 2013 11:59 am

Cerridwen wist niet waar het precies aan lag. Misschien de rustgevende toon, of juist de bevestiging van haar mededeling. Maar Destrius gaf haar het gevoel dat Hara inderdaad door Frith was meegenomen. Maar dat gevoel nam al snel weg toen haar nuchtere verstand weer de kop op stak. Ze was aan het klagen over dingen tegen een wildvreemde die daar misschien helemaal niet op zat te wachten. Ze kon niet veel anders dan zich te verontschuldigen tegenover hem. Ze keek even op toen Destrius haar verontschuldiging weg wuifde. In haar ogen lag een zachte blik van dankbaarheid. Het gevoel dat ze in het begin had gehad, dat deze raaf misschien een mogelijke vijand was, was compleet verdwenen.
En toen gebeurde er iets wat Cerridwen nooit voor mogelijk had gehouden. De raaf die zojuist nog rustig naast haar had gezeten was verdwenen. In zijn plaats zat nu een groot hert. Wel ruim drie keer zo groot als zij. Cerridwen had niet geweten hoe snel ze weg moest sprinten. Een enorme stoot van adrenaline vulde haar lichaam, liet haar van top tot teen tintelen en binnen een paar seconden was ze weg. Verborgen achter een grote rots een paar meter verderop. Relatief veilig voor wat misschien nog komen ging. Met grote ogen bleef ze naar de plek staren waar eerst nog een raaf en nu een hert had gezeten. Ze kon het niet bevatten, kon niks verzinnen om te verklaren wat ze zojuist had gezien. Het was gewoon te bizar voor woorden.
Destrius begon weer tegen haar te spreken, op een toon alsof hij zichzelf nooit had getransformeerd. Hij gaf een verklaring waardoor Cerridwen zich minder schuldig zou hoeven voelen over Hara´s dood. Het hielp. Een beetje. Cerridwen durfde het aan om weer iets dichterbij te komen al bleef ze nog steeds op enige afstand van Destrius. De stilte keerde terug en Cerridwen keek uit over het vervuilde meer. Voor de zoveelste keer hoopte ze dat er een manier was waarop ook zij gewoon schoon drinkwater konden maken. Zoals Destrius al zei. Het was zo makkelijk. Ja, voor mensen. Maar zij, wat moest de kolonie als ze geen schoon drinkwater konden vinden?
Ze keek even op naar Destrius. ‘Mag ik je iets vragen?’ vroeg ze zachtjes met een onvaste ondertoon. Ze was zenuwachtig en het was duidelijk te merken al wilde ze het nog zo graag verborgen houden. Cerridwen schraapte al haar moed bij elkaar en haalde adem om verder te gaan. ‘Wat ben jij precies?’ vroeg ze, zo niet nog zachter dan eerst. Het had een diepe indruk op haar achtergelaten de transformatie van Destrius. Ze bang maar nieuwsgierig tegelijkertijd zoals haar karakter in elkaar zat. Met gespannen spieren bleef ze Destrius in het oog houden. Geen seconde durfde ze haar blik af te wenden of zelfs maar te knipperen. Stel je voor dat hij weer zo’n vreemd trucje zou uithalen.

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner zo feb 03, 2013 10:50 pm

Hoewel hij het voorzichtig had proberen te doen, liet hij de haas toch zeker schrikken. Maar dat kon ook niet anders, hoe hij het ook deed. Het diertje verdween even uit het zicht, maar kwam al snel weer terug, gelukkig. Het was meestal grappig de reactie te zien van iemand anders, maar op een of andere manier mocht hij deze haas meteen al en had hij nog geen zin dit moment te eindigen door terug te keren naar Aberrabunt. Ze kwam teruggelopen en zag er duidelijk zenuwachtig uit. Voorspelbaar, en ook logisch. ''Mag ik je iets vragen?'' vroeg de haas aan hem. Destrius glimlachte naar Cerridwen maar ondertussen zweeg hij en dacht hij goed na. Duizenden jaren was de band tussen de goden en de wezens in de wereld der levenden zo verwaterd als het maar kon verwateren.

Ze stonden vroeger, heel vroeger dicht bij elkaar, bijna gelijk aan elkaar, als broeders. Nu voelde het vreemd erover na te denken, nu de wezens der aarde niet van hun bestaan af wisten. Sommige wezens geloofden echter nog wel ergens in, zoals deze hazen zelf de naam aan hun god gaven. De mensen van vroeger hadden vast hun verhalen doorverteld aan hun kinderen, waarop die kinderen het ook weer hadden doorgeven, en ga zo maar door. Zo was er nog steeds iets op deze aarde als herinnering aan het begin der tijden. Wat als Destrius en de anderen gewoon weer contact zochten met de levenden, als die oeroude band en connectie weer hersteld werd? Ja, het kon meer goed dan kwaad. Zo klonk de volgende vraag van de haas als muziek in zijn oren. ‘Wat ben jij precies?’ het klonk zacht, en Destrius had goed moeten luisteren, maar hij had het goed opgevangen. De haas staarde hem aan, zonder te knipperen, alsof ze geen moment wou missen, alsof ze verwachtte dat hij in een luttele seconde iets engs kon doen.

Destrius ademde diep uit, met zijn ogen gesloten. Hij transformeerde weer, dit keer nam hij de vorm aan van een zwarte haas. Hij schudde zich uit, rekte zijn lange springpoten eens en keek Cerridwen toen grijnzend aan. ''Je kan beter vragen wat ik niet ben.'' zei hij vermaakt, maar niet onaardig. hij wreef in zijn ogen en liet een klein kuchje horen. ''Grapje.'' mompelde hij daarna, terwijl hij een stapje naar haar toe hopte, en toen op de grond ging neerzitten, met zijn spieren volledig ontspannen. Hij hield er niet van om in een klein prooidier te veranderen, niet dat hij vijanden had of gedood kon worden, maar toch voelde je je contant nerveus en oplettend. Gelukkig kon hij dat gedeeltelijk onderdrukken. ''Mijn naam is Destrius..'' zei hij, en hij wist dat hij zich al had voorgesteld, maar deze naam was niet volledig geweest. ''... Destrius van Aberrabunt.'' voegde hij eraan toe. Het zou de haas natuurlijk totaal onbekend in de oren klinken, dus verdere uitleg was nodig.

''Aberrabunt is één van de vier werelden waar zielen heen gestuurd worden wanneer ze het dode lichaam verlaten..'' zei hij zachtjes, terwijl zijn blik weer even gleed naar de overleden haas. ''Je vriend is op weg naar Caelum, het paradijs. Een plek waar het eruit ziet zoals hij in zijn leven had gehoopt, met alles erop en eraan waar hij altijd over droomde, zo werkt Caelum.'' sprak hij daarna, met een bescheiden glimlach. Hij had eerder tegen haar gezegd dat hij goed terecht kwam, maar nu hij het deed als god was het meer dan geloofwaardig. ''Wat ik ben is dus een god.'' vertelde hij haar. Daarna bleef hij zwijgen. Het moest namelijk wel veel ongeloofwaardige informatie zijn om zo te verwerken voor Cerridwen. Toch moest ze het kunnen geloven, want hoe zou Destrius anders kunnen shapeshiften? Ach, hij wachtte af, nieuwsgierig naar wat voor reactie er op kwam.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner ma maa 04, 2013 5:00 am

Naarmate de seconden verstreken durfde Cerridwen zich weer iets te ontspannen. Toch bleef er een gevoel van dreiging hangen. Dat was ook niet gek. Ze had zojuist nog gezien hoe een raaf zichzelf in een hert veranderde alsof het de normaalste gang van zaken was. En hoewel Cerridwens geloof tot ver reikte wilde ze zeker weten dat ze nu niet gek aan het worden was. Vandaan dat ze de zachte vraag aan Destrius had gesteld. en nu wachtte ze op antwoord. Nieuwsgierig, maar tegelijkertijd ook een beetje angstig. Tot nog toe had Destrius geen enkele beweging getoond waaruit je kon opmaken dat hij haar kwaad wilde doen. Maar zijn transformatie had Cerridwen toch wel een beetje op het verkeerde been gezet.

Ze hield haar adem in toen Destrius opnieuw transformeerde. Ditmaal naar iets van Cerridwens eigen hoogte en al snel zat er een zwarte haas voor haar neus die haar grijnzend aankeek. Hij stelde zich opnieuw voor, maar deze keer als Destrius van Aberrabunt. Het klonk mooi als hij het zo zei. Alsof hij een leider van was een bijzondere en mysterieuze Auwsla. Maar het zei Cerridwen eerlijk gezegd niets. Wel had dit haar interesse gewekt. Ze was haar nervositeit bijna volledig verloren. Geboeid zat ze naar Destrius te luisteren terwijl hij verder vertelde over Aberrabunt. Hij sloot zijn verhaal af met het feit dat hij een God was. Onder normale omstandigheden zou Cerridwen dit nooit zomaar geloofd hebben. Maar Destrius had bewijs. Hij was veranderd in een ander dier, tot twee keer toe. En de enige verklaring die Cerridwen daarvoor kon hebben was dat hij inderdaad een Godheid was. 'Dus jij en die anderen hebben de wereld gemaakt zoals hij eruit zag voor de verwoesting?' vroeg ze na een periode van stilte. Zelf had ze dat nooit gezien. Het leven van een haas was daar niet lang genoeg voor. Maar ze had verhalen gehoord van andere hazen en konijnen die het weer van hun voorvaderen hadden.

Ineens schoot Cerridwen iets te binnen. Haar blik ging weer terug naar Destrius. 'Je zei dat er vier werelden waren. Zijn daar ook wezens zoals jij?' vroeg ze voorzichtig. Ze bedoelde shapeshifters zoals Destrius had laten zien. maar eerlijk gezegd was Cerridwen ook wel nieuwsgierig naar de anderen. Hoe zouden die Goden zijn? Zou ze hetzelfde kunnen verwachten als van Destrius of zouden ze compleet anders zijn?

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner do maa 07, 2013 10:32 am

De uitleg van Destrius riep bij de haas alleen maar meer vragen op. Logisch, als hijzelf in zijn leven op aarde in dezelfde situatie was geweest, had hij de god tegenover hem helemaal gek gevraagd. Je kwam tenslotte niet elke dag een god uit een andere wereld tegen, toch? De vragen van Cerridwen lieten de zwarte haas nadenken. 'Dus jij en die anderen hebben de wereld gemaakt zoals hij eruit zag voor de verwoesting?' vroeg de haas. Destrius schudde kort zijn kop. Hij was zelf nog niet zo lang god, hij was gekozen als opvolger voor de vorige god van Aberrabunt, en was hiermee van de tweede generatie. Aberrabunt was tevens een vrij nieuwe plek, vergeleken met hemel en hel. Die waren er al vanaf het begin, Aberrabunt kwam er later bij voor de zielen die niet behoorden aan het paradijs, maar ook niet aan de onderwereld. Hij had geen idee hoe het bij de andere goden zat. Hij wist niet veel tot niks over hun geschiedenis en leven, en over de hoeveelste ze waren in de wereld waar ze over regeerden.

Zou er eentje van de eerste generatie tussen zitten, een iemand die het begin van de aarde heeft meegemaakt, voordat de mensen zich over de aardbol verspreidden en de hel langzaam ontstond op de eerst nog pure en prachtige planeet? Hij vond het behoorlijk jammer dat hijzelf niet van de eerste generatie was, hij had die andere aarde graag gezien, de aarde hoe deze bedoeld was. ''Awel..'' begon hij toch maar, heel laat, na een tijdje stil geweest te zijn, in zijn gedachten gekeerd. ''Ik weet niet wie de wereld gecreëerd hebben, het waren waarschijnlijk de eerste goden in het bestaan. Heel soms kan een god het niet meer aan, of is er een andere reden om te stoppen. In dat soort zeldzame gevallen word er een nieuwe god gekozen. Zo is dat bij mij gegaan. Ik ben zelf ook gewoon sterfelijk geweest.'' vertelde de zwarte haas de andere haas eerlijk. 'Je zei dat er vier werelden waren. Zijn daar ook wezens zoals jij?' vroeg de haas daarna. Weer een vraag waar Destrius een lang antwoord op kon geven.

Ze verwees waarschijnlijk naar de andere goden, en vroeg zich af of die er hetzelfde uit zag als hij. ''Eerlijk gezegd hebben wij vieren allemaal een andere verschijning.'' vertelde Destrius aan de haas. ''We hebben allemaal de vorm aangenomen van een aards wezen, zodat wij ons door het land der levenden kunnen bewegen zonder al te veel op te vallen.'' legde hij uit. Natuurlijk had hij wel weer een afwijkende kleur, maar echt erg viel het het niet op. In de verte zou zijn gedaante toch al zwart ogen, en als ze hem al in zagen, dan kon het gewoon dat hij een donker gekleurd hert of een ander dier was. Hij voelde zich gewoon het meest fijn, gehuld in zwart. In noodgevallen kon hij een andere kleur aannemen, of desnoods verdwijnen. Zo werd hij nooit ontdekt door wezens die hem niet mochten ontdekken. ''Ik denk trouwens dat ik de enige ben op het moment die van vorm kan veranderen. Het is niks bijzonders, het betekent alleen dat ik nog geen vaste vorm heb gevonden. Geen eigen, vast beeld van mijzelf.''

Dus hoewel hij kon veranderen, was dat eigenlijk een teken van zwakte. De andere goden hadden een sterke vorm, een dier dat hun vast vertegenwoordigde. Destrius piekerde nog steeds veel te veel, en hij had geen idee wat zijn ware vorm was. Het begon er wel op te lijken dat het een hert werd, hier veranderde hij het meeste in. ''Ik hoop dat het nu een beetje duidelijk voor je is. Nog nooit heb ik een levend wezen zoveel vrijgegeven over ons.'' Hij was daarna weer even stil, en dacht na. Waarschijnlijk om haar naam weer boven te halen in zijn hoofd. De vragen overvielen hem, waardoor hij het even kwijt was. ''Nu ben ik hier, kijkend hoe de wereld er aan toe is. Maar jij, Cerridwen, jij loopt hier veel langer en vaker rond dan ik. Heb je nog vreemde dingen opgemerkt de laatste tijd?'' hierbij kon hij van alles bedoelen, dieren of mensen die zich vreemd gedroegen, besmette wezens, maar ook dingen uit de omgeving. Het was nu weer de haas haar beurt om te spreken.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner vr maa 08, 2013 9:43 am

Toen Destrius zijn kop schudde op haar vroeg spoelde er door Cerridwen toch wel een golf van teleurstelling. Ze gaf eerlijk toe, ze was vreselijk nieuwsgierig naar het verleden. Zo veel verhalen waren er verteld. Zo veel legendes waren er over gegaan van ouder op kind. En nu dacht ze dat ze de kans had gekregen om die verhalen waar ze als klein haasje geboeid naar had zitten luisteren, uit de eerste hand te horen kon krijgen. Of n dit geval, uit de eerste poot. Niets was minder waar. Na een korte periode van stilzwijgen tussen de twee hazen begon Destrius uiteindelijk toch weer te spreken. Het nieuws dat hij zelf ooit sterfelijk was geweest, veraste haar. En een dozijn nieuwe vragen kwamen naar de oppervlakte drijven. 'Hoe was dat dan?' vroeg ze, opnieuw geboeid door Destrius. Cerridwen deed geen enkele moeite om haar nieuwsgierigheid te verbergen. Dit waren de verhalen waar ze haar hele leven al hoop uit putte. En het voelde fijn om zo met Destrius te praten hoewel het feit dat hij een Godheid was Cerridwen wel met iets meer respect tegen hem deed spreken. Ze had het zelf niet eens door. Maar in haar opinie stond Destrius nu ongeveer gelijk aan Frith. Misschien was die laatste nog net iets hoger in rang. Maar ja, hij was dan ook de onuitputtelijke bron van geloof en wijsheden waar ze mee was opgegroeid. Dat verdween niet zomaar.

Cerridwen herinnerde zichzelf aan een ander feit wat Destrius haar evn daarvoor had verteld en vuurde een nieuwe vraag op hem af. Deze keer ging haar vraag over de andere goden. 'Wat dan?' vroeg ze verder toen Destrius vertelde dat elke god een vorm had aangenomen van een aards wezen. Wie weet had ze hen ooit al eens ontmoet zonder het zelf door te hebben. 'Hoe herken je goden eigenlijk dan. Kan dat wel?' was daarom haar volgde vraag die ze meteen vanuit haar gedachten uitsprak. Ze knikte begrijpelijk toen Destrius vertelde dat hij nog geen vaste vorm had. Waarschijnlijk zou dat betekenen dat de andere goden dat wel hadden. Wat leek haar dat naar, geen eigen beeld van jezelf kunnen hebben. Niet weten wat je nou eigenlijk bent of wie je zou moeten zijn.

Cerridwen schrok even toen Destrius vertelde dat hij nog nooit zoveel aan een sterveling had verteld. Misschien had ze dit wel helemaal niet mogen weten. Misschien kwam Destrius nu in de problemen. Misschien zouden ze haar wel opsluiten of wegvoeren of wat dan ook om te voorkomen dat ze zou kletsen. 'Ik zal nooit iemand wat vertellen dat zweer ik,' kwam er daarom haastig en ondoordacht uit gerold. Ze durfde zich weer iets meer te ontspannen toen Destrius háár een vraag stelde. Even moest ze nadenken over die vraag. Toen zakte haar oren een paar centimeter naar beneden. 'Ik zou niet weten waar te beginnen,' sprak ze zacht. 'Het is moeilijk om aan eten te komen voor de meesten. Zelfs voor ons. Wij eten enkel gras, klavers en dat soort dingen. Maar als dat groeit op vervuilde grond met vervuild water in zijn bodem. Dan lopen we nog steeds gevaar ziek te worden. Er wordt veel gejaagd door de mens. Veel meer dan vroeger. Ik neem daarom maar aan dat ook zij met het voedsel probleem te kampen hebben. Drinkwater is schaars. We hebben verbonden moeten sluiten met konijnen koloniën om elkaar veiligheid te kunnen geven. Begrijp me goed, ik heb er goede vrienden tussen zitten. Maar ook al geloven we uiteindelijk allemaal in Frith, je moet onder ogen zien dat het maatregelen zijn die we nooit eerder hadden hoeven treffen,' vertelde ze zachtjes. Cerridwen had haar blik naar de bodem afgewend terwijl ze nadacht over de toestand waarin de wereld zich bevond. Meer dan eens die dag vroeg ze zich af waarom het zover gekomen was.

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner wo apr 03, 2013 10:12 am

Destrius deed zijn best zoveel mogelijk vragen van de nieuwsgierige haas te beantwoorden zonder haae teveel teleur te stellen, aangezien hij wist dat veel dieren een eigen beeld hadden van hoe het er uit zag in de wereld buiten de wereld der levenden. Misschien hadden ze ook wel gelijk, alleen gaf iedereen de verschillende werelden en diegene die er de macht hebben een andere naam. Hoe je ze ook noemde, de eeuwige jachtvelden, de hemel, het hiernamaals, het paradijs, het bleef de mooiste plek om heen te gaan, met alles wat je zelf wilt en wat je je voor kan stellen. Als je goed hebt gedaan in je leven wordt je erna ook echt beloond met een naleven zonder zorgen of problemen. Oh, hoe geweldig had het daar moeten zijn. Destrius werd een beetje naar van de gedachten. Zelfs hij had daar heen kunnen gaan, besefte hij. Als hij beter was geweest in zijn leven. Minder woede, minder haat en minder doodslag en hij had hier niet nu zo gestaan voor de haas maar dan had hij vrolijk rond gehuppeld op eeuwig groen blijvende grasvelden tussen de wolken en een prachtig blauwe lucht.

Maar hij had het ook slechter kunnen hebben. De onderwereld, de hel, het eeuwig brandende vuur, waar Juvé de macht had, daar had hij ook kunnen belanden. Hij had veel fout gedaan in zijn leven, maar omdat zijn daden ook op een manier weer goed gevonden konden worden was hij in Aberrabunt gedumpt. Want dat was het, een dumpplaats voor zielen die de andere goden niet willen hebben in hun wereld. Als hij zelf het zootje niet overgenomen had lag hij nu ergens daar in een hoekje te creperen tot in de eeuwigheid of ergens anders zielig te doen. 'Hoe was dat dan?' was de eerste vraag, waarmee ze waarschijnlijk verwees naar zijn dood. Destrius zweeg nog iets langer. Eerlijk gezegd wist hij het niet helemaal meer. Waarschijnlijk had hij het heel sterk uit zijn herinneringen verdrongen. ''Veel weet ik er niet meer van, en daarom denk ik dat het niet prettig geweest moest zijn'' vertelde hij haar. ''Het ligt natuurlijk altijd aan de manier waarop het gebeurd. Misschien dat de dood ook iets heel moois of bevrijdends kan zijn, maar niet voor mij.'' voegde hij er nog aan toe waarna hij de volgende vraag beantwoordde. De haas vroeg hoe en of je de goden kon herkennen. Destrius toverde een kleine glimlach op zijn gezicht.

Dat was een iets luchtigere vraag dan de andere. En een leukere ook. ''Wanneer de goden gezien willen worden, zul je ze kunnen herkennen. Maar willen ze met rust gelaten worden, dan zullen ze net zo in de omgeving op gaan als alle andere organismen.'' zei hij wat vrolijker. Jup, het was waar. Hijzelf leek nu meer op een normaal dier en ook zijn gele aftekeningen waren even niet te zien. Hij was dan wel zwart, maar donker gekleurde hazen kon in de normale wereld makkelijk voorkomen, en daarom zou hij zo op kunnen gaan in de achtergrond. Ook kon hij zijn normale vorm laten zien, een pikzwart hert, wat bijna nooit voorkwam, met zijn knalgele aftekeningen en geweldig groot gewei. Zijn god-vorm liet hij tot nu toe nog niet zien op de wereld van de levenden. 'Ik zal nooit iemand wat vertellen dat zweer ik,' zei de haas nog haastig. Destrius liet een vermaakte ''Hmm'' horen. ''Ik vertrouw en geloof je.'' zei hij met een zeer vriendelijke ondertoon. Daarna was het zijn beurt om te zwijgen en te luisteren naar wat de haas te vertellen had. Het begon niet goed, de haas leek verdrietig en depressief, ze sprak zacht en haar oren zakten wat naar beneden. De haas vertelde verschrikkelijke dingen, een tekort aan de basisbehoeften zoals voedsel en water, waaraan de vervuiling goed mee hielp.

En de gevaren waren ook groter, nu ook de mensen hongerig werden en de hazen goede prooien waren. ''Het spijt me voor je en je hele groep, Cerridwen.'' zei Destrius gemeend. ''Ik kan niets doen aan de mensen, maar misschien kan ik wel stiekem proberen een bron te creëren om jullie van zuiver water te voorzien..'' zei hij tegen haar. Eigenlijk waren hij en de drie andere goden echt de oppergoden en konden ze theoretisch gezien alles doen wat ze wilden, maar er waren regels. De wereld was verkloot en eigenlijk moesten de wezens die op de wereld leefden het zelf uitzoeken en beter maken. Maar het speet hem dat de mensen er zo'n groot aandeel in hadden en de dieren er maar vrij weinig aan konden doen. Hij was vrij pissig op de mensen, en misschien de andere goden nog meer, dus moest hij het verborgen houden. ''Het meer daar kan ik niks aan doen, dat zou teveel opvallen, is er nog ergens een andere waterbron in de buurt? Iets kleiners?'' fluisterde hij naar de haas toe.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner za apr 06, 2013 8:01 am

Nieuwsgierigheid flikkerde op in de ogen van de jonge haas. Het was een eigenschap waardoor ze al vaker in de problemen was gekomen al zat daar soms een goed einde bij. Net zoals deze situatie. Als ze niet zo nieuwsgierig was blijven staan omdat ze zich afvroeg wat ze toch de hele tijd gehoord had, dan had ze Destrius nooit ontmoet. Dan was ze de dingen die ze van hem had gehoord nooit te weten gekomen. Ze knikte begrijpend toen hij antwoord gaf op haar eerste vraag. Ze wist zelf niet echt wat ze zich moest voorstellen bij de dood. Ze had altijd gehoopt dat ze rustig zou sterven, als ze oud en moe was van het leven. Dan zou zou zwarte Konijn haar meenemen en naar El-ahrairah, de koning van alle konijnen en hazen, brengen. Samen zouden ze in het paradijs van Frith mogen wonen. Zo had Cerridwen zich de dood altijd voorgesteld. Nu wist ze het niet zo zeker meer. Zou Frith dit alles echt toegestaan hebben? Iedereen had het zo zwaar. Ze wist dat de schepper en de koning hen soms op de proef stelde. Ze kregen zware tegenslagen waarvoor ze sterk moesten zijn. Maar dit was belachelijk. Daarom was Cerridwen gaan twijfelen. Misschien had Frith hen verlaten.

Cerridwen wilde er niet te veel aan denken. Om de een of andere reden voelde het nog steeds als verraad als ze op die manier over Frith of El-ahrairah dacht. Daarom stelde ze Destrius een nieuwe vraag over de andere Goden. Ook hen zou ze wel eens willen ontmoeten. Maar hoe herkende je een God? Het antwoord van Destrius was niet bevredigend. Ietwat teleurgesteld liet Cerridwen haar oren een klein beetje hangen. Maar ze zeurde verder niet, drong nieter verder aan. Dit was het antwoord wat ze had gekregen en daar moest ze het maar mee doen. Door die gedachte moest ze ineens aan iets anders denken. Vluchtig zei ze dat ze nooit iets over Destrius zou vertellen aan een ander. Stel je voor dat hij dacht dat ze hem zou verraden. Straks zou hij haar meenemen naar zijn wereld zodat ze hier niemand kon vertellen wat ze vandaag te weten was gekomen. Om heel eerlijk te zijn beangstigde die gedachte haar. Ze liet bijna opgelucht haar adem ontsnappen toen Destrius haar meldde dat hij haar vertrouwde en geloofde. Dat betekende waarschijnlijk dat ze niet bang hoefde te zijn dat ze zou worden meegenomen.

Daarna vroeg Destrius haar iets heel anders. Iets waardoor haar oren opnieuw naar beneden zakte. Ze gaf hem wel antwoord al had ze gewild dat het beter nieuws was geweest. Haar ogen werden groot toen ze de volgende woorden van Destrius hoorde. 'Weet je dat zeker? Ik wil je niet in moeilijkheden brengen,' zei ze zachtjes waarna ze zich bedacht hoe stom dat moest klinken. Hij was een Godheid, hij kon waarschijnlijk dag en nacht omdraaien als hij dat wilde. 'We zijn een stukje terug een klein meertje tegen gekomen. Het was niet meer dan en grote plas, goed verborgen tussen de struiken. Alleen kleine dieren kunnen er gemakkelijk komen. Maar de dode vissen die erin rond dreven zorgden ervoor dat we verder liepen,' zei ze uiteindelijk.

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner za apr 06, 2013 9:02 am

Hazen en konijnen waren normaliter erg zenuwachtige dieren die elk moment voor je neus konden wegrennen, en ook bij deze had Destrius in het begin veel spanning gevoeld, hoewel ze tegen hem had gesproken voelde hij de angst voor hem, niet alleen omdat hij eerst nog veel groter was geweest, maar ook nu ze wist dat hij een god was, waardoor hij een nog veel groter gevaar kon zijn. Maar nu ze al een tijdje praatten en elkaar dingen vertelden die vertrouwelijk waren, kwam het gesprek tot een punt dat de spanning er grotendeels af was en de dieren erin vertrouwden dat er met hen niks zou gebeuren. Het gaf hem rillingen, maar goede rillingen. Het deed hem denken aan de verhalen over hoe de band tussen de goden en de levende wezens vroeger was. Duizenden jaren hadden ze schouder aan schouder geleefd, hielpen ze elkaar en voerden ze hele gesprekken. Dat veranderde echter wanneer meer en meer dieren hun respect verloren voor hun heilige vrienden, ze verraadden of iets anders fouts deden.

De goden hadden langzamerhand steeds meer afstand genomen totdat ze nooit meer op aarde kwamen en ze van vrienden veranderden in mythes van honderden jaren geleden. Zou het nu langzamerhand terug veranderen, zouden ze hun contact met de levende wereld weer onderhouden? Destrius wist het niet zeker. Als alle wezens zoals deze haas waren geweest, dan wel. Maar de wereld zat nu vol met schepsels die onbetrouwbaar of vals waren. Geen gesprek of blik waardig. Zoals vroeger werd het nooit meer. De goden verafschuwden de levenden, hielpen ze niet meer, liet ze alles zelf op lossen. En dat ging wel goed, voor een tijdje dan. Het mocht niet altijd voortduren, en dat kon je zien aan hoe de aarde er nu uit zag. Misselijkmakend. Hoewel de andere goden er fel tegen konden zijn wou hij deze dieren graag helpen. 'Weet je dat zeker? Ik wil je niet in moeilijkheden brengen,' zei de haas zachtjes.

Destrius glimlachte licht ontroerd. Bijna elk ander dier had volop ja geroepen, maar zei dacht aan de consequenties voor hem? Dat zulke zielen nog voorkwamen hier verbaasde Destrius. ''Ja, ik weet het zeker'' antwoordde hij haar met een rustige stem. ''Hopelijk komen ze er niet achter. Gebeurd dat wel..'' hij stopte even, hield zijn kop ietsje schuin. ''Wel, wat zouden ze me kunnen doen? Dood ben ik toch al.'' zei hij met een grijns op zijn kop. Tuurlijk konden ze hem wel ergere dingen aan doen, alles wat je je maar kon voorstellen zelfs. Aangezien hij de meest recente en nieuwste god was konden de anderen hem vast van zijn troon af laten schoppen, hem verbannen. Dan zou hij weer moeten dwalen door Aberrabunt, of ze trokken hem hiervoor gewoon naar een andere wereld. De verschrikking.

De haas legde ondertussen uit dat ze een kleiner meertje tegen waren gekomen onderweg, goed verscholen maar zo vervuild dat de vissen er dood ronddreven. ''Hmm.'' mompelde de zwarte haas. ''Perfect!'' zei hij terwijl hij een pootje op rees. Weer liet hij een metamorfose gebeuren. Hij veranderde weer naar zijn oude vertrouwde hertenvorm en schoof zijn kop onder de haas door, waarna hij zijn nek naar achteren kromde en haar op zijn rug gooide. ''Ik weet niet hoe ver het is, maar laat ik het loopwerk maar doen, doe jij dan de navigatie?'' zei hij terwijl hij vooruit stapte. Ergens in zijn achterhoofd hoopte hij ten sterkste dat zijn andere collega's druk aan het werk waren en niet op hem neer aan het kijken waren, want hij wist niet hoe ze zouden reageren als ze hem vrijwillig zouden zien lopen met een haas op zijn rug als passagier. Hij schudde zijn kop. Maakte niet uit, hij verzon wel een lulverhaal. Nu ging de haas voor. Hij snoof en versnelde zijn pas terwijl ze het meer naderde.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner zo jun 30, 2013 8:23 pm

De spanning die tijdens het begin van het gesprek nog de lucht om hen heen bijna letterlijk had doen trillen begon af te nemen. Cerridwen merkte het als eerste aan zichzelf toen de spanning in haar achterpoten, haar razendsnelle vluchtroute als het te gevaarlijk werd naar haar smaak, steeds minder werd. Zou Destrius dat gevoel ook zo ervaren? Misschien ook wel niet. Als hij zich immers niet getransformeerd had, dan had Cerridwen het nooit doorgehad dat hij een God was. Zo zou het met andere dieren waarschijnlijk ook gaan. Hij kon zich er onopvallend tussen mengen en niemand wist wie hij was. Zou zoiets de spanning van het ontmoeten van een nieuw iemand wegnemen? Ergens staan om te praten, wetend dat als je ze de volgende dag in een andere gedaante zou tegenkomen, ze je niet eens zouden herkennen. Je kon ze de ene dag lopen bedreigen terwijl je de volgende deed alsof je hun beste vriend was. Dat leek Cerridwen maar een vreemde manier van doen, en als ze eerlijk was vond ze dat ook helemaal niks voor Destrius, zover ze hem nu had leren kennen. Maar ja, het is en blijft een God, en niemand is meer onvoorspelbaar als een Godheid.

Voor Cerridwen het doorhad was het gesprek op een heel ander onderwerp over gestapt. Eentje waardoor ze eigenlijk een beetje in verlegenheid raakte. Wat Destrius voorstelde zou haar, haar familie en haar vrienden ontzettend helpen. Maar ze durfde het niet zomaar aan te nemen. Wat nou als het niet mocht? Als er bepaalde regels waren? Straks kreeg Destrius ruzie met andere Goden. Dat wilde ze niet op haar geweten hebben. Maar toen Destrius zei dat hij het echt zeker wist stemde Cerridwen toe. Ze kreeg het voor elkaar om een klein, flauw glimlachje tevoorschijn te toveren, voor zover een haas dat dan kon uiteraard, en probeerde Destrius' opmerking als een grap te beschouwen. Maar dat ging haar iets moeilijker af dan gehoopt. Ze probeerde de gedachten die in haar omhoog kwamen weg te duwen door ergens anders aan te denken. Met een korte uitleg vertelde ze Destrius over een meertje hier dicht in de buurt. Al zorgde de stank en de dode vissen erin dat ze al snel doorgelopen waren, dit was wel een mooi beschut plekje geweest.

De tweede keer dat Cerridwen een transformatie mocht aanschouwen was nog steeds net zo eng, al had ze nu minder de neiging om een hol te zoeken, desnoods één te graven, waar ze zich in kon verstoppen. Toch voelde ze hoe haar spieren die daarnet nog ontspannen waren geweest, zich nu weer als de pees van een pijl aanspanden. Ze hoorde hem iets mompelen en van het ene op het andere moment had Destrius, die nu de vorm had aangenomen van een angstaanjagend groot hert, haar opgetild. Ze tuimelde over het gewei en zijn nek tot ze op zijn rug zat. Onmiddellijk klemde ze haar poten stevig op zijn lichaam. Haar ogen waren groot van schrik en haar oren lagen plat in haar nek. Toen Destrius begon met lopen drukte ze zichzelf zowaar nog dichter tegen hem aan en kneep haar ogen stijf dicht. Maar naarmate de gang waarin hij liep meer gewend raakte durfde Cerridwen haar ogen weer voorzichtig te openen al twijfelde ze er niet over om minder spanning op haar spieren te zetten. 'Straks kom je een grote boom tegen die met zijn takken in het water hangt, achter die boom is er een soort pad het bos in. Daar moet je heen,' probeerde ze hem te navigeren terwijl ze in gedachten de weg terug probeerde te volgen.

_________________
Terug naar boven Go down
Destrius


avatar


Character
Geslacht: Mannelijk
Leeftijd: 42, technically.
Remission: Lost

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner vr jul 05, 2013 10:29 am

Naarmate hij verder van het Contaminari vandaan liep werd de begroeiing snel meer en overviel de duisternis gecreëerd door het steeds dichtere bladerdak. Het was vrij warm, en de zonnestralen die zich door het gebladerte braken kleurden de omgeving in prachtige warme kleuren. De takken wiegden rustig mee met de matige wind. De windstroom streelde door Destrius' vacht heen terwijl hij zich door de takken aan het worstelen was. Het gewei bovenop de kop van de god was standaard erg groot, elke kant stak zo'n meter vanaf zijn kop uit. Gelukkig kon hij niet alleen zijn hele vorm veranderen, maar ook kleine aspecten aan zijn gedaante. Binnen een paar seconden en een beetje moeite en concentratie had hij zijn gewei laten krimpen tot een maat die ergens tussen het gewei van een ree en dat van een damhert lag. Prettig vond hij het niet. Een groot gewei betekende voor herten dat ze sterk en gezond waren. Ook waren het perfecte wapens, al had hij ze tot nu toe nog niet hoeven te gebruiken als steekwapen. Ontevreden klapperde hij met zijn oren. Met dit zielige geweitje leek hij eerder op een hinde dan op een bok. Ahwel, dit was toch beter, met zijn originele gewei zou hij binnen een paar minuten vast hangen in de takken, en dat schoot ook niet op.

Hij liep in een en dezelfde gang, en hij voelde het konijn die op zijn rug zat steeds meer ontspannen. Het moest doodeng zijn om ineens uit het niets op een rug geworpen te worden van een beest dat minimaal tien keer zo hoog als jezelf naar de hemel rees. En liet hij dan ook nog een onbekende én een god zijn. Destrius grijnsde lichtjes. Hij besefte zich maar lichtjes hoe overweldigend en ongelovig het moest zijn als 'normale' sterfelijke. Als het konijn dit nadien zou vertellen aan haar soortgenoten, dan kon er geen kans zijn dat ze haar geloofden. Stroef stapte het hert door, denkend over waarom hij dit ook al weer deed; hij leek af en toe qua personaliteit zo erg van zijn eigen ik af te dwalen. Een beetje door de bosjes heen lopen met een konijn op je rug om een plassie te gaan zuiveren. Als hij vanuit Aberrabunt op zichzelf had neergekeken, had hij afkeurend zijn hoofd geschud, maar op een of andere manier was hij hier, neergedaald in de wereld der levenden, een stuk anders dan zijn eigen ik in Aberrabunt. Maar aan de andere kant deed het hem ook plezier om dieren te helpen. Ja, dieren. Mensen zou hij in geen enkel geval helpen, de dieren konden er ten minste niks aan doen dat hun gebied zo verwoest was en hun voedsel en waterbronnen onbruikbaar en vervuild.

Nog net voordat hij onzin tegen zichzelf zou beginnen te zwetsen, voorkwam het konijn dat door tegen hem te praten en hem als het ware wakker te schudden. 'Straks kom je een grote boom tegen die met zijn takken in het water hangt, achter die boom is er een soort pad het bos in. Daar moet je heen,' Destrius stapte snel door en zag uiteindelijk de boom met de takken hangend in het water, waar het konijn het net over had. Zoals hij al dacht, een enorme treurwilg stond aan de kant van het water, een depressieve verschijning met zijn takken gekromd en zijn bladeren hangend in het water om nu te fungeren als woud waar de insectenlarven en vissen zich in bevonden. Over een paar maanden zouden de bladeren echter allemaal gaan rotten en zou het water stinken naar rottend bladafval en dode vissen. Zijn blik viel op het bospad, en zijn hoeven gingen zich sneller over de ondergrond bewegen. Hier begon het bos pas echt, het was dichter begroeid, er waren veel meer verschillende soorten bomen en planten, lage struiken en planten als de krulvaren, veel met mos belegde takken en stronken die het met bladeren bedekte bosgrond versierden. In de lucht hing de overheerlijke geur van hars en dennennaalden, zelfs al stonden de naaldbomen pas enkele honderden meters verder van hun verwijderd. In een gebied als deze voelde Destrius zich thuis.

Na een eindje over het bospad lopen kreeg het hert een waterbron in het vizier, waar hij van dacht dat dit vast het water was waar het konijn het over had. Het was een klein meer, wat je eerder een plas kon noemen, en het was goed verscholen tussen de struiken. De enige manier waarop Destrius het zo snel gevonden had was omdat er toevallig een koppel mannetjeseenden ze had opgemerkt en uit domme paniek uit het water vandaan waren opgevlogen. ''Dit is het zeker, hmmn?'' sprak hij rustig uit terwijl hij zijn blik over het water liet gaan. Het zag er in ieder geval al mooier uit dan het grote meer, al was het ook duidelijk dat ook dit water niet schoon was. Het rook rond het water gewoon niet fris, er groeiden bar weinig oeverplanten en waterlelies, en er dreven dode vissen in het water. Destrius stapte nader tot zijn voorste hoeven het nog frisse water aanraakten, en keek daarna voor de eerste keer weer om naar achter om zijn berijder aan te kijken. ''Ik moet je even vragen om af te stappen..'' klonk zijn stem, ernstig serieus. Hij zakte geleidelijk door zijn vier poten heen tot zijn buik de grond raakte en zijn rug zo min mogelijk verwijderd was van de grond, en het konijn makkelijk en zonder zichzelf te verwonden van hem af kon springen. Daarna liet hij zich weer oprijzen, en liep langzaam maar zeker steeds dieper het water in.

Als oppergod kon hij ongeveer alles doen wat hij maar wou; je kon het zo gek niet bedenken, een boom pimpelpaars maken? Natuurlijk. Een houtduif laten krimpen tot het formaat van je duim? Geen probleem. Het was maar goed dat de goden regels hadden om te voorkomen dat ze zulke belachelijke dingen zouden uitvoeren, zichzelf zouden verraden tegenover de levenden en er een potje van zouden maken, anders was er ongetwijfeld allang al paniek en chaos uitgebroken. Dat alles kunnen was echter wel handig als je er iets rechtvaardigs mee wou doen. Bijvoorbeeld wat hij nu van plan was. Hij stond tot zijn knieën in het water, staarde lang naar de dode organismen die op het wateroppervlakte dreven, en zette daarna zijn krachten in werking. De eerste paar seconden was er bijna niets te zien, alleen het water leek iets lichter en troebeler te worden, alsof er een witte waas overheen trok. Niet veel later werd het duidelijk wat de god van plan was. De vogels rondom de plas stopten met tsjilpen of foerageren, de knaagdieren staakten hun gegraaf in de grond en de reptielen keken vol ongeloof vanaf hun zonneplaats. De gestorven vissen en andere dode organismen rezen op vanuit het water, ze zweefden in de lucht terwijl het water van ze naar beneden af droop. Ze gloeiden steeds feller in het wit, totdat hun vorm en textuur niet goed waarneembaar meer was. Uiteindelijk leken ze uit elkaar te brokkelen in honderden stukjes, en de witte deeltjes rezen op in de lucht, om binnen een paar seconden te verdwijnen in het niets.

Nu al het dode uit het water gefilterd was, was het tijd om de waterkwaliteit zelf nog een heel stuk omhoog te krikken. Dit zag er minder fascinerend uit maar kostte hem veel meer kracht, want hoewel je je het bijna niet voor kon stellen lagen hier tien-tot honderdduizend liters water in het meer, dus dat was niet niks om allemaal te moeten zuiveren. De gloed over het water werd ook sterker, tot het hert uiteindelijk bijna leek te bezwijken onder deze inspanningen. Hijgend stapte hij het water uit en schudde zijn nek uit. Druppels zweet werden van zijn kop af geworpen en hij moest enkele minuten nemen om zijn adem goed terug te krijgen. Hoewel het er allemaal niet inspannend uit had gezien omdat hij enkel stil stond in het water, had hij veel kracht gebruikt. Daarbij was hij de jongste god van de vier en had hij de krachten allemaal het minste onder de knie. Hij was daarom blij dat hij dit wel zo had kunnen regelen. Wanneer hij zijn oude kracht weer had verzameld, stapte hij naar het konijn toe en knikte kort. ''Het water zou nu zuiver moeten zijn, zuiver genoeg om te nuttigen en niet ziek te worden.'' Hij kon het niet laten om een glimlach op zijn gezicht te laten komen. Stiekem was hij toch wel blij dat hij dit wezen, en met haar vele anderen, kon helpen met overleven in deze post-apocalyptische wereld.
Terug naar boven Go down
http://inciala.actieforum.com
Cerridwen


avatar


Character
Geslacht: Vrouwelijk
Leeftijd:
Remission: Neutral

BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner zo okt 13, 2013 9:16 pm

De kleine transformatie van een groot naar klein gewei van Destrius was half niet zo beangstigend dan wanneer hij naar een compleet ander dier transformeerde. Maar het was nog steeds bijzonder om te zien. Cerridwen wist dat de kracht van de Goden ongekend moest zijn. Dat ze alles konden wat je je maar kon voorstellen en dan nog meer dan dat. Maar om zoiets niet één keer maar zelfs meerdere malen te mogen aanschouwen. Het was bijzonder te noemen. Een ander woord kon Cerridwen er niet voor vinden. Het kleinere gewei zorgde er wel voor dat Cerridwen zich beter kon voorkomen dat ze niet van Destrius zou aftuimelen. Maar naarmate ze verder door het bos trokken ontspande Cerridwen zich langzaam weer wat. Ze had een positie gevonden waarin het wel heel moeilijk werd om er zomaar vanaf te vallen en kon zich nu beter richten op de omgeving en Destrius aanwijzingen geven waar hij heen moest. Stel je voor dat de anderen haar nu zo konden zien zitten. Ze zouden het nooit geloven als ze hen later over Destrius zou vertellen. Maar ze wilde het ook niet verzwijgen en zelf zogezegd met de eer strijken voor het vinden van een waterplas die niet vervuild was. Het maakte haar niet uit of ze haar zouden geloven of niet. Destrius had het goede hart gehad om haar te helpen toen zij hulp nodig had. En daar was ze hem dankbaar voor. Als anderen die dankbaarheid niet met haar wilde delen simpelweg omdat ze niet in hem geloofde, dan was dat jammer. Maar zij wist beter.

Cerridwen schrok wakker uit haar gedachten toen de Destrius stem ineens weer hoorde. Haar blik dwaalde over de plek waar ze stonden en ze knikte. Zich daarna meteen beseffend dat Destrius dat niet kon zien zolang ze op zijn rug zat. 'Ja, dit is de plek,' sprak ze daarom op zachte toon. Niet lang daarn vroeg hij haar om van zijn rug af te stappen. 'Natuurlijk,' was Cerridwens reactie. Ze wachtte tot Destrius wat meer bij de grond was en maakte toen een mooie, krachtige sprong waar hazen zo bekend om stonden, en lande zonder problemen op de grond. Daar aan de oever bleef ze staan kijken hoe Destrius het water zuiverde. Het bos om hen heen werd met elke minuut die verstreek steeds stiller. Het was alsof alles om hen heen zich begon te beseffen wat er aan de hand was daarbeneden bij dat nietszeggende plasje water. Cerridwen keek toe hoe Destrius alle dode organismen uit het water haalde en ze gewoon liet verdwijnen. Wederom werden haar ogen groot, maar dit keer niet van angst. Dit keer werden ze groot van bewondering en verassing. Ze kon zich niet eens meer voorstellen dat ze een paar minuten geleden nog bang was geweest voor het transformeren. Dat was niets vergeleken bij wat de God voor haar in het water nu deed.

Niet veel later stapte Destrius weer uit het water. Met bezorgde blik keek Cerridwen hem aan. Het leek uitgeput van iets wat er eigenlijk helemaal niet zo inspannend had uitgezien. Zijn huidige conditie sprak duidelijk het tegendeel. Ze keek toe hoe Destrius op adem probeerde te komen. Ze kwam pas weer in beweging toen hij begon te spreken. 'Ik ben je heel erg dankbaar. Ik spreek voor iedereen die zich via deze plas nog een paar jaar langer in leven kan houden als ik zeg dat ik gewoon geen woorden heb om mijn dankbaarheid uit te spreken,' zei ze en boog haar kop als teken van groot respect. Vrijwel direct daarna hief ze haar kop weer op en keek Destrius aan. 'Gaat alles trouwens wel goed. Je zag er een beetje uitgeput uit?' vroeg ze zachtjes met een lichtelijke bezorgdheid in haar stem.

_________________
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: The digger, the listener, the runner

Terug naar boven Go down

The digger, the listener, the runner

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Perished :: Lake Contaminari-